Grijs is de kleur van Willy Deckers Don Carlo. Asgrijs is het toneelbeeld en de dood is alom aanwezig. Deze productie van de vermaarde Duitse regisseur, die bij De Nederlandse Opera al vele spraakmakende opera’s op zijn naam heeft staan, beleefde de première in 2004 met stertenor Rolando Villazon in de hoofdrol.

Nu vond het operahuis de tijd rijp voor een reprise met een geheel andere cast en het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van hun chef Yannick Nézet-Séguin in de bak. Een absolute aanrader: een must voor iedere Verdi-liefhebber, want zowel muzikaal als theatraal is deze productie bijna perfect. Decker bewijst dat je best een ‘traditionele’ Verdi kunt uitvoeren met traditionele kostuums zonder dat het netto resultaat meteen ouderwets aandoet. Don Carlo is een tragedie en bij Decker is het een tragedie in het kwadraat.

Carlos, de zoon van Filips de Tweede, is verliefd op zijn stiefmoeder en moet daar uiteindelijk een hoge prijs voor betalen, maar hij is bij Decker geen tragische held. Hij is in de verste verte geen held. Misschien dat Decker hem daarom aan het slot zelfmoord laat plegen? Een bizar einde aangezien in de oorspronkelijke versie de geest van Karel de Vijfde (de vader van Filips de Tweede) Carlos juist komt redden van de ondergang.

Dat ging Decker vermoedelijk een stap te ver en dus steekt de Carlos aan het eind van de voorstelling de degen alsnog in zijn eigen buik. Bij Decker speelt de gehele enscenering zich af in een grafkerker. Immense kruisen en een bloedend paar gekruisigde voeten domineren herhaaldelijk het toneelbeeld. Deprimerender kun je het bijna niet verzinnen, maar de toon is er wel meteen duidelijk mee gezet. Op geniale wijze geeft Decker vorm aan de onderhuidse spanningen tussen volk en staat, staat en kerk en de verstikkende macht van de politiek en het geloof: Deckers Don Carlo is niet alleen een adembenemend mooie opera, het is ook een inspirerend lesje Nederlandse geschiedenis.

En muzikaal is deze productie veel uitgebalanceerder dan de eerste reeks voorstellingen in 2004. Er staat nu een zeldzaam evenwichtige cast op het podium met als uitschieters Camilla Nylund (Elisabeth), Mikhail Petrenko (Filips de Tweede) en Rodrigo (Christopher Maltman) en zo grauw als het toneelbeeld was, zo kleurrijk speelde het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Yannick. De lichtvoetige wijze waarop Nylund haar grote aria in het vierde bedrijf zong deed qua dramatiek en expressie soms zelfs denken aan de gloriedagen van Dame Joan Sutherland. Uiterst indrukwekkend!

(foto: Hans van den Bogaard)