In de foyer worden we opgewacht in vrolijke pep rally-achtige sferen. Er worden petjes uitgedeeld (blauw en rood, uiteraard), interviewers van ‘KNN’ spreken mensen aan met microfoons en borden met verkiezingsbeloften worden opgehangen en weer weggehaald. (meer…)
De uitdrukking ‘doekje voor het bloeden’ betekent feitelijk een schamele troost, een symbolisch hulp die niet veel om het lijf heeft. Het is de titel van de tragikomische voorstelling die Het NUT (Nieuw Utrechts Toneel) en George Tobal Producties samen maken over het nut van jeugdzorg, woonbegeleiding, hulpverlening aan verslaafden en thuislozen.
De voorstelling gaat over wat er in elke grote Nederlandse stad voorkomt, alles is dicht bij huis, bij ons, bij ons welgestelde Nederlanders in verwarmde huizen. Het is toneel over toneel. Schrijver en speler George Tobal – bekend van het duo George & Eran – vertelt bij aanvang dat hij een persoonlijk verhaal met ons wil delen. Hij gaf eens een thuisloze geld en keek hem daarbij enkele tellen in de ogen, maakte dus contact. Maar contact maken impliceert een ‘contract’: hij en de dakloze, zoals het minder eerbiedig klinkt, waren tot elkaar veroordeeld en het leven van de maatschappelijk minder geslaagde persoon verweefde zich met het zijne. Hij heet Willem, een rol vertolkt door de uitstekende Yasmina Abdelmoumen. Maar, haast Tobal erbij te vermelden, hij speelt zelf helemaal niet degene die het geld gaf, die rol vertolkt acteur Michiel Blankwaardt.

Tobals tekst en de regie van Greg Nottrot van Het Nut zorgen voor anderhalf uur durend bijzonder Oeroltheater op een voormalig voetbalveld in West-Terschelling. Het decor is een tijdloos, blauwstalen geheel dat wel een stootje kan verdragen. Willem als thuisloze ziet er gehavend uit, bedelend om geld, junkieverdriet uitstralend. De naam is fictie. Abdelmoumen speelt de rol met grote energie en emotionele inzet. Zij voelt zich misbruikt door alle ambtelijke instanties die haar levensverhaal gebruiken om zelf eraan te verdienen, want ze komt erachter ‘dat de ambtenaren dit niet voor niets doen’. Zijzelf is het toonbeeld van de thuisloze: verslaafd, verlaten door haar vader, een kwade moeder, onherbergzame jeugd, prostitutie.
Ambtenaar Quincey (een dubbelrol van Blankwaardt) probeert haar te helpen op de sociale ‘woonladder’, maar hij faalt hierin hopeloos. Hij ontkomt niet aan de ondoorzichtige regelgeving en ook hij stuit, ondanks alle goede bedoelingen, op regels voor daklozen: die mogen pas naar de opvang als het buiten vriest. Reden dat Willems beste vriend, de thuisloze Igor, sterft van de kou. Acteur en zanger Milan Sekeris speelt deze Igor, maar vooral is hij een zanger die croonend Stairway to Heaven van Led Zeppelin tot ons brengt, waarmee hij duidt op de verslaving van Willem. Groots moment.

Een mooie tegenkleur geeft moeder Kiki (Kiki van Deursen), die de nuchterheid probeert te behouden maar ondertussen op de rand van hysterie leeft, levensliederen à la Hazes zingt en een verzameling mannen erop nahoudt. Er zitten rake typeringen in dit stuk waarin de bizarre situatie rondom woningnood, regelgeving en schuldsanering voor Willem de bittere werkelijkheid zijn. Daarom ontsteekt hij aan het slot in woede en verwijt schrijver Tobal, die veilig op de tribune zit, dat hij het lot van verslaafden tot een ‘peepshow van de armoede’ maakt. Dit is confronterend, geëngageerd theater dat veel zegt over het rijke Nederland van nu, en vooral de donkere schaduwzijde die niemand wil zien.
Foto’s: Geert Snoeijer















