Doe Maar! – de Nederpop musical wordt na achttien jaar opnieuw op de planken gebracht. In een groots nieuw jasje. Want in het AFAS Theater in Leusden, waar de voorstelling exclusief te zien is, wordt uitgepakt.

Op twee draaibare podia zijn complete woonkamers te zien, acteurs komen vanuit de bodem omhoog of verdwijnen erin, en een gigantisch LED-scherm fungeert als achterwand. Een aanstekelijke spelersgroep en een live band staan op het toneel. Het vlotte script van Pieter van de Waterbeemd en al die onverwoestbare, overbekende liedjes van Doe Maar vormen de basis van dit alles en resulteren in deze Mama Mia van de Nederpop: een swingende voorstelling met hoog tempo, veel lachen, stiekem meezingen op je stoel, en ja, ook ontroering aan het eind.

Twee hartsvriendinnen groeien op in de jaren tachtig: Janis bij haar hippiemoeder Flora, die tussen de wietplanten woont, de hele dag spandoeken staat te schilderen en meeloopt in antikernwapen demonstraties; Alice bij haar ouders Rob en Ria, twee keurig nette mensen met een vingerplant in de kamer en een wasrekje aan de balustrade. In een café ontmoeten de meisjes de wat oudere, stoere Rits, die voor zijn jongere broertje Tommie zorgt en ineens zijn oude vader weer op kamers krijgt nadat deze jarenlang uit beeld verdwenen was.

We krijgen een inkijkje in de levens van al deze mensen, die bijna als een bonte verzameling stripfiguren worden neergezet. De liedjes van Doe Maar volgen elkaar razendsnel op. Ze vormen de kralen aan de ketting en vertellen het verhaal. Verliefd worden, het huis uit gaan, problemen met school, huisvesting, ouders, midlifecrisis, blowen, zwangerschap, liefde en dood. Grote en kleine thema’s komen allemaal voorbij.

Het zijn de jaren tachtig en dat zullen we weten ook. Een punkachtige outfit bij de stoere Janis, schoudervullingen en ruches bij de schuchtere Alice, getoupeerde bossen haar bij het ensemble. Brigitte Heitzer is een geloofwaardige Flora met haar wapperende blouse en lange lokken. Daniël Boissevain, die in de eerste versie van de musical Rits speelde, is nu vader Arent: invoelend, verstandig, wijs geworden door het leven, nog niet te laat teruggekomen om als een oude indiaan orde op zaken te stellen.

Isha Ferdinandes zet een lekker pittige Janis neer met wie je steeds meer gaat meeleven. Walter Weulink als Rits komt naarmate de voorstelling vordert steeds meer op stoom en zingt na de pauze twee prachtige solo’s. Tijd genoeg, in een bijzonder arrangement, is een ontroerend hoogtepunt.

Han Oldigs en Ellen Pieters zijn de komische helden en stelen als Rob en Ria meermaals de show. Hij in zijn grijze pak en zij in haar tuttige hooggesloten jurkjes, alsof ze zo uit de jaren vijftig zijn weggelopen, contrasteren ze enorm met de rest. ‘Het heeft geen zin om stil te staan’, zingt Oldigs in Het leven gaat door, ondersteund door een hilarische choreografie. Alles wat ze doen is karikaturaal, vet gezet en onnavolgbaar grappig. Met bijna dertig overbekende Doe Maar-liedjes als leidraad klikte Pieter van de Waterbeemd zijn script soepel in elkaar. De regie van Carline Brouwer en de choreografieën van Eline Vroon houden de vaart erin en doen de rest.

En last but not least is daar dat lekkere bandje van live muzikanten dat op het toneel staat: jonge honden, die veel meer doen dan alleen de muzikale begeleiding voor de zangers verzorgen. Ze zingen, soleren en performen zelfverzekerd en pakken het hele podium, als het bandje dat Doe Maar zelf ooit was. De arrangementen van Jeroen Sleyfer, soms trouw aan het origineel, soms in een heel nieuw jasje, sprankelen. De muziek van Doe Maar klinkt daardoor in deze musical net zo tintelfris als veertig jaar geleden.

Foto’s: Set Vexy