Een boerenzoon ziet ganzen overvliegen die stukken uit de vrieslucht snijden. Om hem heen klinken de geluiden van het bloeiende boerenbedrijf: kippen, koeien. Hij draagt een felrode overall en je beseft meteen: deze man is verbonden met het land om hem heen.

Het is de beginscène van de toneelbewerking van het boek Dit is mijn hof (2015) van de Vlaamse schrijver Chris de Stoop door het Zeeland Nazomerfestival. De locatie is de Petrushoeve in Nieuw Namen in Zeeuws-Vlaanderen, een hoeve tegen de dijk van het Verdronken Land van Saeftinghe; aan de oostkant de skyline van de haven van Antwerpen.

De Stoops roman is een van de moedigste van de laatste tijd. Als een van de eersten durfde hij het aan, zelf een boerenzoon, de spanning te beschrijven tussen boeren die al eeuwenlang hun koeien en akkers hebben op het oude boerenland én de nieuwe natuurontwerpers die boeren willen onteigenen, wegjagen van het land, de ‘groenen’ voor wie plas-dras en moeras de échte natuur is.

Boosdoener in dit verstikkende politieke spel is de haven van Antwerpen, die de nabijgelegen boerengemeenschap uitkoopt, de boerderijen sloopt. Ga maar eens kijken in deze contreien, met het dorp Doel als een inmiddels symbolisch geworden spookdorp. Moedig boek, moedige keuze van het festival juist dit literaire werk te kiezen als hoofdvoorstelling. Een zin als deze zegt al genoeg: ‘Het vernietigen van de geschiedenis van een streek is zoiets als boekverbranding.’ Kijk om je heen, als toeschouwer, en je weet dat dit de échte locatie is; dit erf, deze hoeve, dit boerenland. Dit zijn plekken met omstreden historie.

In de regie van Lynn Schutter en de bewerking van Koen Caris is de handeling teruggebracht tot een essentieel gegeven. Een moeder met haar twee zoons, die in hun broedertwist én broederschap als een Bijbelse Kaïn en Abel zijn. De plaats van handeling is de binnenplaats van de Petrushoeve. Achter de boerderij de machtige dijk. Daarboven de wolken. De ene zoon, die in de rode overall, heet Stommeke, gespeeld door Edouard Kain. Zijn tegenspeler is Slimmeke, Chiem Vreeken in blauwe overall. Moeder is Goele Derick.

In het decor van Loek de Jongh en met kostumering van Bonnie Verhoeven ontvouwt zich onder de open hemel een boerentragedie waarin tijden op elkaar botsen: Kain vertegenwoordigt de oude, met de aarde verweven generatie die niets van bemoeizucht wil weten. Gaandeweg de voorstelling, als hij bevangen wordt door paranoia, ziet hij overal vijanden, elke stap die hij zet leidt naar rauw conflict. Het zijn de ‘hormoonmaffia’ en de mestmaffia, instanties die hem controleren, boetes opleggen, ambtenaren in dienst van de haven. Hij zegt het keer op keer: ‘Ze willen ons weg hebben. Kerncentrales, windmolens, tomatenkassen, woonboulevards. Onze horizon wordt steeds meer verpulverd.’

Slimmeke is min of meer gemodelleerd naar de schrijver zelf, Chris. Hij gaat op journalistieke reportage in Haïti en laat moeder en broer wekenlang vereenzaamd achter. Dat leidt tot wrok bij zijn broer. Moeder is de verzoenende kracht tussen het tweetal. In de broers botsen grote conflicten als hang naar het oude en begrip voor het nieuwe. Weerbarstigheid versus begripsvolle samenwerking.

In een dramatisch hoogtepunt staan de broers lijnrecht tegenover elkaar, waarbij Vreeken prachtig zijn schuldgevoel en innerlijke tweestrijd toont. Goele Derick in de moederrol balanceert schitterend tussen beide zoons, en is tegelijk onverzettelijk. Zij en Kain zijn onverbrekelijk op elkaar aangewezen en met elkaar verbonden. Als zij erop insisteert dat hij naar de disco gaat voor een ‘meiske’ is hij snel terug, op alle lege barkrukken gezeten en niemand gevonden. Voor niets heeft hij zijn haar ingesmeerd met brillantine. Edouard Kain zet de verweesdheid en angst van zijn personage aanvankelijk rauw, naderhand steeds weerlozer neer.

Schutter en haar team hebben enkele extreem heftige momenten ingelast: gewapende politie-inval, het huis dat hardhandig doorzocht wordt, begeleid door rook en zwaailichten. Het is misschien net iets te veel, maar dit bovenmatig realisme geeft wel aan hoe dichtbij de buitenwereld komt, zeker als er satellieten worden ingezet om hem te controleren. Opeens kijkt Kain anders naar de hemel, geen overtrekkende ganzen, maar ogen van verraad.

Wanneer aan het slot Vreeken als laatste boer de hoeve overneemt, is dat een sterk beeld voor de cyclische orde van het boerenbedrijf. Bij de première was de magie van juist deze speelplek groot: terwijl de tekst over regen en dreigend onweer rept, verschenen boven de horizon in het echt donkere wolken. Het was of de natuur van Saeftinghe haar steun betuigde aan het oude boerenland. Het allermooiste aan deze versie is dat de Petrushoeve aanvankelijk een beschutte plek lijkt, bestierd door boerin en boerenzoon, maar dat langzaam de dreiging van buitenaf een verpletterende kracht krijgt.

Dit jaar bestaat het Zeeland Nazomerfestival 25 jaar, een jubileum. Oprichters van destijds Alex Mallems (artistiek leider) en Ruud van Meijel (zakelijk leider) komt de eer toe de betekenis van locatietheater voor Zeeland ontdekt te hebben; zij brachten per nazomer zowel grootschalige als intieme voorstellingen op meerdere plekken. De nieuwe directie, gevormd door An Hackselmans en Kim Christiaansen, kiest per editie één hoofdvoorstelling, zoals Dit is mijn hof, en programmeert daar een veelheid aan verdiepende evenementen omheen, waaronder film, theater, expositie, muziek. Met Dit is mijn hof  bewijst het festival met theatrale overtuigingskracht een actueel en belangwekkend thema neer te durven zetten.

Foto’s: Bart Grietens