Dévorer le ciel is een voorstelling die choreografe  Danièle Desnoyers creëerde op uitnodiging van het prestigieuze Canadese festival Danse Danse in 2009. In Canada is Desnoyers een gevierd choreografe en maakte ze in de jaren tachtig deel uit van de vernieuwende dansbeweging ‘nouvelle danse québécois’.

In Nederland is haar werk echter nog weinig bekend. Desnoyers’ gezelschap Le Carré des Lombes onderbrak een Vlaamse tournee om voor de eerste maal Nederland aan te doen in de Stadsschouwburg van Amsterdam en speelt later in de maand nog in Arnhem.

Een projectie van een ruig wolkendek vult de achterwand. Een danseres beweegt, haar figuur wordt door de woeste lucht verslonden.  In de schaduw blijft ze achter, terwijl een tweede danseres in het licht op het voortoneel danst. Plots vervangen TL- lampen de geprojecteerde wolkenlucht en komt de gehele cast druk bewegend op. Een snel ritme op bekkens heeft het klimaat veranderd als een onverwachte, tropische regenbui. De stilte is verbroken, even is alles pure jazz.

Desnoyers’ ensemble is er een van soepel bewegende dansers. Ze leggen zeker hun accenten in het stuk, maar nooit nadrukkelijk. Solo’s, duetten en groepschoreografieën wisselen elkaar bijna ongemerkt af. Het is een genot om naar de dansers te kijken en hun soepele lijven te volgen. Een enkele keer is de beweging herkenbaar. Desnoyers’ dansvocabulaire kent soms alledaagse handelingen zoals een grijpende of kloppende hand, of maaiende bewegingen zoals in het mannentrio halverwege het stuk.

In de lendenen schuilt de basis van elke beweging. Desnoyers vernoemde haar gezelschap, Le Carré des Lombes, ernaar. En bewegen doen die lendenen. Vooral in de solo van Karina Champoux, die lange tijd met een hoepel rond haar heupen draait en daar een onvergetelijke theatrale act van maakt. Met haar speelse en kinderlijke opstandigheid brengt ze humor in het stuk. Het is het absolute hoogtepunt van Dévorer le ciel en dat weet Desnoyers maar al te goed. De solo is de sleutelscène en wordt aan het einde nog eens herhaald, dit keer verstild en met een korte glitterbroek alsof het een circusact betreft.

Architectuur, belichting en geluid spelen een grote rol in het werk van Desnoyers.  Hoewel de choreografe in Dévorer le ciel vooral de pure dans opzoekt, zijn licht en muziek nog steeds dwingend aanwezig. In die zin is Desnoyers een magiër. Ze goochelt met sferen en maakt knap gebruik van het eclectisch arsenaal aan muziek; soms klassiek, soms met tekst, nu en dan elektronisch en repetitief. Dévorer le ciel bezit dan ook een grote poëtische waarde. Beklijven doet het minder.

Tegen het eind laat de Canadese choreografe veel spanning liggen en is de aangekondigde grilligheid van het weer ver te zoeken.Van verslinden – dévorer le ciel betekent zoveel als de hemel verslinden – is dan allang geen sprake meer. Het zijn vooral de dansers van Le Carré des Lombes, die met hun ongedwongen aanwezigheid en subtiele onderlinge interacties een zekere kern weten  te raken.

 

Foto Luc Sénecal