Midden op het toneel ligt een manshoge berg, onder een wit kleed waarop eerst wat onduidelijke, maar later in de voorstelling herkenbaardere beelden geprojecteerd worden van groepen mensen. Vermoedelijk gaat het om historische beelden van het continent waar het Burkinabese gezelschap van choreograaf Serge Aimé Coulibaly gevestigd is. (meer…)
In Delay the Sadness is de bewegingstaal van Sharon Eyal weer eens uit duizenden herkenbaar. Toch slaat de Frans-Israëlische choreograaf in deze aangrijpende voorstelling over verdriet, liefde en herinnering nieuwe paden in.
In alle voorstellingen die ik de afgelopen jaren zag van Sharon Eyal en haar co-creator Gai Behar stond het kluitje centraal. Steevast liet de choreograaf haar dansers opereren in dicht opgepakte roedels: de duistere wezens die tegen het publiek lijken te samenspannen in Into the Hairy, de alien-achtige wezens die in Sara samenklonteren als de Borg uit Star Trek, of het als een hart pompende organisme in Chapter 3: The Brutal Journey of the Heart. En hoewel er altijd wel een paar individuen zich los maken uit de kluit, altijd keren ze terug in de veilige schoot van het collectief. Bij Eyal is de groep geen knellend keurslijf maar een beschermend pantser. En dat werkt twee kanten op. Niet alleen biedt dat pantser de horde bescherming tegen de priemende blik van het publiek. Maar doordat je als kijker tegen een harnas aankijkt blijft het altijd raden wat Eyals geheimzinnige groepscreaturen motiveert. Dat maakt het spannend en intrigerend, maar ook altijd wat afstandelijk.
In Delay the Sadness werpen de makers en hun dansers het pantser af – voor een deel in elk geval. De vier vrouwen en vier mannen van S-E-D (het eigen gezelschap van Eyal en Behar) opereren ditmaal solo, in duetten en rijen. En nergens een kluitje te bekennen. Door de typerende Eyal-motoriek – heupwiegend, schoudertrekkend en dribbelend op de tenen en de bal van de voet – komen deze figuren nog steeds niet helemaal menselijk over, terwijl ook de lichaamskleurige unisex jumpsuits een vervreemdende laag aan de danserslijven toevoegen. Maar de emoties die uit de bewegingen spreken zijn wel fundamenteel humaan. Gevoelens als verdriet, rouw en gemis worden gecommuniceerd met geluidloze schreeuwen en armen die naar de kelen grijpen.
In vergelijking met haar eerdere werk maakt Delay the Sadness een opmerkelijk klassieke indruk, vooral in de vele man-vrouw-duetten en enkele synchrone sprongreeksen. Maar het is wel steeds klassiek met een flinke twist. Het gebruikelijk spel van aantrekken en afstoten in klassieke pas de deux maakt hier plaats voor een amechtig aan elkaar vastklampen. In die duetten steekt het pantser af en toe weer de kop, vooral als een van de partners met gestrekte arm naar het publiek wijst, de hand gevormd als een pistool. Diezelfde vinger wijst ook regelmatig – maar dan niet dreigend – naar boven, als verwijzing naar iets hogers. Het lange en bijna slow-motion bewegende tussendeel eindigt zelfs met een tamelijk spiritueel beeld: hoog boven het podium opent zich een venster van waaruit een verblindend witte lichtbundel de ruimte bestrijkt.
Sharon Eyal creëerde Delay the Sadness na het overlijden van haar moeder, maar de voorstelling gaat daar niet expliciet over. Samen met lichtontwerper Alon Cohen en componist Josef Laimon creëren Eyal en Behar een ruimte waar universele sentimenten die samenhangen met rouw en verlies vrijelijk kunnen resoneren. Aangrijpend is het lange openingsdeel, waarin Laimon de melancholische wals Dance with Me, Maximilian van Khyaam Haque eindeloos op repeat zet. Loeihard bonkt de driekwartsmaat uit de speakers: niet zo’n weelderige Weense wals met een sensueel huppeltje, maar een mechanisch voortdenderende stoomwals. De eindeloze stroom variaties – met onwaarschijnlijk ver achterover flexende lijven, breed uitwaaierende ledematen en als pauwenstaarten rondmaaiende armen – is adembenemend.
Dat geldt ook voor het slot waarin Héloïse Jocqueviel en Darren Devaney geïsoleerd lijken, gevangen in het licht van een spot. Terwijl op de achtergrond de andere performers het leven laten doorgaan op dampende clubmuziek lijkt de uitnodiging om mee te doen niet door te dringen bij het klampende stel. Net als je denkt dat ze misschien toch de draai gaan maken kapt Eyal het op kenmerkende wijze af. Doek. Klaar.
En dan een heel erg lang en luid applaus van het Julidans-publiek.
Foto: Vitali Akimov
















