Met de expositie WORK WORK WORK presenteren Frascati en kunstenaar en curator Dries Verhoeven een verzameling installaties, performances, films en found objects rond het thema arbeid. De complexe verhouding tussen werk en menselijke waardigheid wordt zo op contrasterende manieren blootgelegd. (meer…)
Er ligt een jonge vrouw op de grond. Gezicht naar beneden, één schoen uit, de witte onderbroek tot op de knieën afgestroopt. Ze ligt op een moskleurig doek, dat een bosachtige locatie moet verbeelden. Een naar beeld.
Ongeveer dit beeld is het, dat de Poolse theatermaker Gosia Wdowik, zo vertelt ze via een Engelstalige voice-over, als kind ergens oppikte, waarschijnlijk in een film of tv-serie, en dat haar sindsdien niet meer losliet. Met een team van actrices van verschillende leeftijden richt Wdowik in haar voorstelling DEEPER de blik op dit cliché van de dode, misbruikte jonge vrouw, achtergelaten in een bos. Door de figuurlijke lens in alle kalmte te richten op dit afschuwwekkende plaatje, dat zich tegen wil en dank in Wdowiks onderbewuste heeft genesteld, probeert ze het in haar voorstelling te doorgronden, en het van zijn kracht te ontdoen.
Het is niet alleen háár onderbewuste, natuurlijk, waarin de weerloze, geschonden vrouw opduikt, het is een cultureel archetype, dat je continu in allerlei variaties tegenkomt. Deze beelden, die via films en sprookjes en games en commercials in ons onderbewuste neerstrijken, tot in onze dromen aan toe, beïnvloeden hoe we naar vrouwenlichamen kijken, en hoe vrouwen hun eigen lichaam beleven. Hoe deconstrueer je zo’n beeld, is wat Wdowik hier onderzoekt: hoe bestudeer je het, voor een zaal vol publiek, zonder het daarmee opnieuw te bestendigen?
Het is een soort set, die Wdowik heeft gebouwd – rondom het tafereel met de dode vrouw lopen rails, waar een filmcamera overheen kan rijden. We worden in ons kijken begeleid door een personage (Jaśmina Polak) dat zich als een soort regisseur over Wdowiks beeld ontfermt. Lichthartig, fluitend, praktisch, herschikt zij het, tot het er helemaal goed bij ligt. Het is een geraffineerde regiekeuze, die direct de zwaarte uit het beeld trekt. Het gaat hier niet over de heftigheid van geweld tegen vrouwen, is meteen duidelijk – het gaat over de representatie ervan.
Op het been van het slachtoffer staat met viltstift de tekst This is fake? geschreven. Het is dat vreemde vraagteken, waar het Wdowik om te doen lijkt te zijn. Jazeker, het is fake, wat we hier zien. Net als de beelden van dode vrouwen in bossen in horrorfilms fake zijn. Maar hoe vaak moet je een fake beeld voorgeschoteld krijgen, voordat het zich begint te mengen in je beeld van de realiteit?
Wdowik laat Polaks personage op de speelvloer drie meisjes interviewen (ze zijn vijftien, zestien en zeventien jaar, vertellen ze). Ze vraagt hen waarom ze zich hebben aangemeld om hier de rol van slachtoffer te spelen. ‘Ik wil weten hoe het is om dood te zijn’, zegt een van hen, giechelig. ‘Ik hou wel van liggen’, zegt een ander. Vervolgens draagt Polak ze op om op die groene mosmat neer te vallen, om aldaar ‘an actively dead body’ te verbeelden. De vrolijke gehoorzaamheid waarmee de meisjes die opdracht uitvoeren, is gelijktijdig aandoenlijk en bijzonder akelig.
Even later verschijnt er op een rond projectievlak – elders op het speelvlak zien we in de schemer hoe het beeld live gefilmd wordt – de roodgestifte mond van een oudere vrouw (actrice Karin Tanghe) verschijnen. Ze spreekt in een schel, hoog stemregister over haar plezier in seksuele handelingen, waarbij de camera haar lippen, tanden, tong en speeksel sterk uitvergroot. Het is een griezelig beeld, maar je beseft: hetzelfde beeld, geschoten van een twintigjarige vrouw, zou wellicht een erotische werking hebben. ‘If it was a different body, would it fit this image?’ zo spreekt de mond. Ook deze vrouw komt op het mosdoek te liggen, tussen de tienermeisjes.
Een andere tak van Wdowiks onderzoek richt zich op de weergave van vrouwenlichamen door Artificial Intelligence. Dat lijkt een zijspoor binnen de performance te zijn (een zoveelste vorm van problematische representatie), maar blijkt, op een prachtige manier, een mogelijke tot verlossing te bieden.
Op het projectievlak zien we, begeleid door een geweldige soundscape (een compositie van Teoniki Rożynek), beelden langstrekken van misvormde vrouwenlichamen in onderdanige settings, duidelijk door AI geschapen. Welke prompts tot die beelden hebben geleid, deelt Wdowik niet met ons. Het is hier dus niet te achterhalen of de beelden iets zeggen over de manier waarop het archetype van de passieve, beschadigde vrouw al is doorgedrongen tot het beeldrepertoire van AI-generatoren, of dat Wdowik de machines, in haar poging passende beelden voor de voorstelling te maken – oh ironie – zélf met deze naargeestige beelden heeft gevoed. Hoe dan ook, ze zijn weird. Maar ook: zo onbeholpen vormgegeven, zo overduidelijk fake, dat je ze eigenlijk niet kunt bekijken zonder je tegelijkertijd bezig te houden met de totstandkoming ervan.
Dat onbeholpene zit hem in het gebrek aan connotaties waarmee de AI-generator z’n creaties vormgeeft. En precies daarin vindt Wdowik, zeer inventief, een uitweg uit de cyclus van beelden die zichzelf, door ze aan te kaarten, enkel versterken. Want AI voelt niet aan wat een beeld van een vrouw erotisch maakt, of luguber, of shoquerend. De AI-beelden zijn surrealistisch, ontdaan van iedere betekenis. En daarin zit hem de hoop. AI kan ons helpen, laat Wdowik zien, onze blik los te weken van hardnekkige, gewelddadige archetypes.
Als Wdowik uiteindelijk de vrouw die met haar gezicht naar beneden op de grond ligt tot bewegen brengt, heeft dat veel weg van een AI-gegenereerd videobeeld. We zien hoe de vrouw, traag, trillend, haar eigen onderbroek uittrekt. Dat lijkt een erotische lading te hebben. Maar dan: hoe haar handen onder haar rokje verdwijnen, en hoe ze nog een onderbroek naar beneden trekt. Hoe ze weer onder de rok verdwijnen, en weer een onderbroek naar beneden trekken, en nog een keer, en nog een. Met deze handeling, die in niets raakt aan clichés over geweld, of erotiek, of repressie, die simpelweg bevreemdend is, lukt het Wdowik echt: ze bevrijdt deze vrouw, al liggend op de grond, met haar korte rokje, uit de mal van het archetype.
Foto: Bea Borgers
















Ik vond dit zo’n rakende voorstelling. Diep onder de indruk.