Iedereen kent wel het gevoel dat je pas achteraf bedenkt wat je terug had moeten zeggen. Als iemand je dwarszit, intimideert of belachelijk maakt. Maar stel dat je hele jeugd zo verloopt? En dat je pas als volwassene beseft wat je had moeten doen? In Dear Frail Male laat Just van Bommel ons voelen hoe het is als het rigide hokjesdenken in man en vrouw je de weg verspert. In een indringend coming-of-age-verhaal dient de performer de samenleving van repliek.

Een speelplein met een groep van vijftien jongens, zo tussen de twaalf en achttien jaar. De oudsten die stuiterend van de hormonen hun krachten meten en de jongsten die ver boven hun macht met hen mee proberen te doen. En dan stapt er plotseling een wat fragiele jongen het plein op, die zich tóch niet laat afschrikken.

Just van Bommel is een sterke verteller en maakt het verhaal bijzonder beeldend. Het is alsof de film zich voor diens ogen afspeelt en wij als publiek meekijken en het allemaal meebeleven. In een veel te grote spijkerbroek, die aan de zijkanten zichtbaar is ingenomen, zit de hoofdpersoon tussen diens twee medespelers op een kaal podium. Michael Wanga en Niels van Heijningen, gekleed in korte, gebreide tanktops, zitten omstrengeld en omarmen samen de verteller. Zó ontspannen en vertrouwd dat het haast een loungeplek lijkt.

Dear Frail Male laat een mooie basale vorm zien om tekst en beweging te combineren. Alleen een kaal toneel en drie spelers die niet meer doen dan noodzakelijk is om de essentie over te brengen. De voorstelling is een doorlopende monoloog met een doorlopend bewegingsspel. De drie spelers veranderen van houding en vinden daarin steeds een nieuw evenwicht, waarbij Van Bommel letterlijk wordt gedragen. En dat gaat zó organisch dat ze als één lichaam lijken te bewegen.

De soundscape van Annelinde Bruijs versterkt de sfeer met muziek en subtiele geluidseffecten. Het lichtontwerp (Erik van de Wijdeven) is al even effectief: twee flitsende lampen leggen de belangrijke momenten vast. Alsof er snel een foto wordt gemaakt.

Het verhaal is bespiegelend, soms als een weemoedige terugblik op het leven. Over wat je allemaal moet missen als man – en dat is héél veel! Niet alleen clichés als je nagels of je wenkbrauwen laten doen en je extravagant kleden. Maar ook hardop huilen, of lekker wijn drinken en daar geen verstand van hebben. Of een emotioneel gesprek met je vader voeren. Van Bommel laat overtuigend zien hoe een jongen vanaf zijn geboorte tot aan zijn volwassenheid gebukt kan gaan onder de verkeerde verwachtingen.

Het is een lange monoloog, die wel wat meer stiltes kan gebruiken. Maar door de diepe zangerige stem die alle toonhoogten en gevoelskleuren bestrijkt, blijf je van begin tot eind geboeid. Op een gegeven moment gaat het spreken vanzelfsprekend over in echt zingen – en wat een zangtalent is Just van Bommel! Zo glijden we ongemerkt naar het slot, waarin de voorstelling weer teruggaat naar waar het begon. Op het speelplein, waar het nu heel anders zou toegaan.

Foto’s: Bas de Brouwer