Hoe ga je in discussie met je vroegere artistieke zelf? Hoe toets je of je eigen ideeën je nog wel overtuigend genoeg in de oren klinken? URLAND hanteert in de eerste editie van hun retrospectieve theaterfestival UR-triënnale een slimme zelfbevragingsstrategie.

In een tijd waarin verschillende soorten vragen worden gesteld over hoe we met de theatergeschiedenis om moeten gaan, besloot URLAND om het heft in eigen hand te nemen. In de UR-triënnale 2018 herneemt het collectief twee van hun vroegste voorstellingen, Oktobertragödie en House On Mars (allebei uit 2011), en wijden ze er ook een getheatraliseerde inleiding en nagesprek aan.

Hoewel – dat blijkt meteen bij aanvang een wat misleidende omschrijving. In plaats van de vaste kern van het collectief staan er vijf stagiaires op het podium, die de rollen van de oorspronkelijke vijf URLAND-leden op zich nemen. En ook om zichzelf te spelen: de UR-triënnale begint namelijk met een voordracht van de stageverslagen, die uitermate lovend beginnen maar waarin steeds meer twjfel opduikt. Want: is de bravoure van URLAND bij nader inzien eigenlijk niet gewoon narcisme? En was het niet beter geweest als de nieuwe spelers de oude stukken naar hun eigen hand hadden mogen zetten?

De dialectische verhouding die URLAND zo met zichzelf organiseert is de eigenlijke inzet van de UR-triënnale 2018. De nadruk komt zo te liggen op de ruimte tussen de leden van het collectief en hun jonge vertolkers, op de spanning tussen trouw blijven aan de oorspronkelijke visie en die juist helemaal overboord gooien. Het interessante is dat die balans gedurende de voorstelling sterk heen en weer schommelt.

Na het sterke en geestige begin wordt eerst House on Mars gespeeld, een science-fictionperformance waarin twee ruimtereizigers en een kunstmatig intelligente boordcomputer op zoek zijn naar een nieuwe zon voor de aarde. De vorm is strak en de performers weten goed de oorspronkelijke speelstijl te emuleren, maar House on Mars blijft te veel een pastiche van filmische voorbeelden en weet te weinig een eigen inhoudelijke stem te vinden.

Als er na de performance dan ook een ‘nagesprek’ over zowel House on Mars als de Oktobertragödie begint, neigde mijn sympathie dan ook naar de kritische moderator, die de uitspraken van het collectief steeds meer in twijfel trekt. Zeggen ze niet veel te makkelijk dat hun oude voorstellingen nog zeer actueel zijn? En is de lans die het collectief breekt voor artistieke autonomie niet eerder een excuus om lekker veilig in de ‘theaterbubbel’ te blijven zitten? URLAND laat de moderator zelfs het laatste woord hebben; de leden van het collectief vervallen in gestamel als er naar de waarachtigheid van hun maatschappelijke engagement wordt gevraagd.

Zo ga je als toeschouwer met enige scepsis de Oktobertragödie in. Het is een riskante artistieke strategie die geweldig uitpakt, want verdomd als die performance niet inderdaad enorm aan kracht en relevantie heeft gewonnen in de tussenliggende zeven jaar. In de vorm van een verwrongen, in het Duits nagesynchroniseerde sitcom zetten de makers in op een onderhuids fascisme dat besloten ligt in de onderlinge omgangsvormen van een familie. Op intelligente wijze zet URLAND de vervreemdende vorm in om de angst en wreedheid van een gewelddadig systeem te kunnen vangen, culminerend in een verpletterend eindbeeld dat volledig onder je huid kruipt.

Door zowel hun artistieke visie als de mogelijke kritiek erop beide volledig serieus te nemen en evenwaardig te laten vertolken levert URLAND met hun UR-triënnale een boeiend antwoord op de vraag hoe je je tot je eigen (artistieke) verleden moet verhouden.

Foto: Julian Maiwald


Luister hier naar de podcastrecensie van UR-triënnale 2018 voor De Theaterpodcast.