Welkom op kantoor in het Torenzaaltje van de Parade. Hier biedt een detective zijn hulp aan aan mensen die ‘iets kwijt zijn’. Hij is gekleed als een heuse Sherlock Holmes met ruitjespet en gedistingeerd vest. Onophoudelijk tuurt hij naar twee beeldschermen waarop hij speurt naar duistere praktijken. (meer…)
Het zit lekkerder dan je verwacht, zegt Sebbe Poll, terwijl zijn publiek een plaatsje zoekt tussen de rotzooi. Zeteltjes gemaakt van wat je gewoonlijk weggooit: dozen en doosjes, allerhande plastic, plankjes, verweerde dekens, oude tijdschriften; Poll draagt nog wat volle vuilniszakken aan, kan je ook op zitten. We zijn hem zojuist gevolgd naar de achterkant van De Parade, backstage zo je wilt, een rommelplek waar je als publiek normaal niet komt, maar waar Poll, als maker van De Ratelaar Rapsodie, zich prima thuis voelt.
In 2023 studeerde hij af als theaterschrijver – en liep binnen de kortste keren tegen een soort writer’s block aan. Ik creëer geen kunst maar afval, besefte hij, toen hij zich voor de zoveelste keer door de troep in de gang naar de voordeur waadde om een bezorgpizza in ontvangst te nemen. Hij besloot zijn vuilnis te omarmen. Er een studie van te maken, een artistiek onderzoek te beginnen; iets dat zich steeds verder uitbreidde, en uiteindelijk uitmondde in deze voorstelling.

Met een bakfiets als decor en kloek rekwisiet tegelijk, vertelt hij in De Ratelaar Rapsodie energiek en enthousiast over zijn bevindingen als vuilnismens: in 2025 werkt Poll een jaar lang bij de afvalboot in de Negen Straatjes in Amsterdam. Hij krijgt een e-bike en haalt op afspraak het vuil op. Later, als een ware ratelaar – tot in de jaren vijftig liepen de stadsreinigingsmedewerkers met een ratel voor de vuilniskar uit om de bewoners erop te attenderen dat ze hun afval kwijt konden– kondigt hij zijn komst en die van zijn collega’s aan, en ontmoet hij de buurtbewoners. Al met al een baan als bron van anekdotes en serieuze wetenswaardigheden – en in het geval van Poll ook lekkere rap:
Hallo lieve mensen van de Prinsengracht
dit is het moment waarop u heeft gewacht
Ik ben de Ratelaar, ik heb een grote bak
Kom naar de brug met uw vuilniszak
Geef maar hier
uw oud papier
Geef maar mee
uw GFT
En vergeet u niet die gele tas
alles neem ik mee, ook uw glas
De serieuze wetenswaardigheden vliegen het publiek intussen om de oren, cijfers van verontrustende hoeveelheden afvalbergen, giftige gevaren, afdekmethoden die bepaald niet voor de eeuwigheid zijn. Het is niet bij te benen wat voor een bende we met z’n allen wel niet produceren, en ja, dat wisten we natuurlijk wel. Polls betoog is dan ook niet serieus moralistisch; het is eerder een gentle reminder ons te bezinnen eer we weer beginnen met ons van dingen te ontdoen.
‘Ik ga samen met jullie het afvalprobleem oplossen. En dat gaat goed!’, riep hij vol bravoure aan het begin van zijn Rapsodie. Gaandeweg verstomt die grootspraak, maar blijft er een creatieve voorzet over. Uit de bak van de bike haalt Poll een paar fraaie foto’s op groot formaat tevoorschijn van vuilnis tegen een serene blauwe achtergrond: een propje, een oud kussensloop, een balsamicoflesje, een rode chipszak, een condoom – het is maar een greep uit een hele reeks die hij maakte. Het afval werd zo als het ware deel van hemzelf, iets dat helemaal niet zo’n slecht idee is: wanneer je je ermee verbindt en zorgt dat het zo goed mogelijk terecht komt, scheelt dat allicht.
Foto’s: De Parade













