In de lichtvoetige collagevoorstelling Ik vind het nu al kut dat het voorbij is onderzoeken Lilou Dekker en Leon Brill – twee spelers uit de ‘Generatie Droomshow’ – hun hang naar nostalgie, in een theatrale ‘ruimtetijdreis’ vol herkenning, spoilers en comfortabele herhaling. Vertrekpunt: ‘Waarom missen we Henny Huisman?’ (meer…)
De tenten op het festivalplein aan de voet van de St Jan in ’s Hertogenbosch hebben voor deze editie van Theaterfestival Boulevard (7 t/m 17 augustus) een kleur als naam gekregen. Tent Geel is de eerste vijf dagen gereserveerd voor gezelschap L’ Amour Toujours. Verschillende keren per dag kun je naar hun De legende van linksvoor, een licht trippy dwaaltocht over een festivalterrein.
Dat ze van techno houden is te zien aan de naam van het gezelschap. Op YouTube vind je nog de video van de monsterhit met deze naam van Gigi d’Agostino uit 1999. Lilou Dekker en Leon Brill traden met hun gezelschap eerder al op in clubs en op festvals, zoals met hun vorige werk Samenkomst in positieve sfeer. In Tent Geel vangen ze nu het festivalgevoel. Nog even plassen, omdat je nu toch net langs de Dixies loopt. Zij sluit aan in de rij, hij gaat vast een biertje halen. Ze spreken af elkaar te treffen op de plek met de gevleugelde naam ‘linksvoor’. Maar waar is dat eigenlijk?
Linksvoor is where it’s at, dat wordt wel duidelijk. Waar de bas door je lijf dendert en de rave de danstrip vleugels geeft. Iedereen aan wie Lilou vraagt hoe ze daar komt, raakt in hogere sferen bij het horen van deze vraag. Intussen loopt Leon met zijn biertjes de ene na de andere verleider tegen het lijf, die hem allemaal uitnodigen ergens anders heen te gaan dan linksvoor.
Het knappe is dat al deze figuren worden gespeeld door een razendsnel schakelende Tim Teunissen. Van een extatische, onverstaanbaar glijerige festivaltijger met zilveren chardonnay-glas tot een lieve LARPer met een zwarte cape en een strenge beveiliger die Leon routinematig fouilleert bij de backstage: Teunissen vertolkt een half dozijn rollen met zichtbaar plezier. Super herkenbaar en grappig is het moeizame gesprek dat Leon voert met een vage kennis bij veel te luide muziek over verschillende wederzijdse kennissen. ‘Leroy, weet je wel. / Wie? / Leroy, van die tweeling. / O, die met die zus? / Nee, Leroy. / Oooo jaaaa, met, hoe heet ze ook alweer…’. Het feestgedruis laat het bier uit hun glazen klotsen.
De vondst met deze derde speler houdt de vaart in een aardig stuk met een aantal raak geschreven scènes, waaronder het betoog van de beveiliger die geen namen onthoudt en geen gezichten, maar wel tassen. Hele levensverhalen destilleert hij uit vorm, materiaal en inhoud van een tas. Een rij sokpoppen opent mogelijkheden voor crowdsurfing die een kleine tent met zittend publiek niet aan een mensenlichaam biedt.
Maar op de openingsmiddag heeft de voorstelling als geheel nog wat aan vliegkracht te winnen. De queeste naar de legendarische plek wil nog niet echt de epische vormen aannemen die de publiciteitstekst belooft, en het publiek heeft de lachspieren nog niet goed genoeg getraind. Licht trippy is het wel.
Foto: Alek Bruessing













