Hoe snel een verjaardagsfeest in elkaar stort, van uitbundige vrolijkheid naar stemming in mineur: dat laat theatergezelschap Zusjes van Dijk zien met hun locatievoorstelling De Kersentuin (1904) van Tsjechov. Stadsboerderij Almere vormt de ideale entourage voor dit altijd weer indrukwekkende en bij vlagen aangrijpende stuk, over de teloorgang van een voormalige herenboerderij met kersenboomgaard ten gunste van de nieuwe tijd. Feodalisme botst met emancipatie, landadel staat tegenover horigheid.

Zusjes van Dijk is een kook- en theaterfamilie. Spelers Trees van Dijk en Rinus Knobel gaven jarenlang leiding aan het Nijmeegse jeugdtheater Teneeter. Hun dochters Aafke Buringh en Liesje Knobel (beiden betrokken bij De Kersentuin) zetten de traditie van koken én theater maken voort. De grote, open ruimte van de Stadsboerderij, met uitzicht op een boomgaard, is zowel restaurant als speelplek; op voortreffelijke wijze gaan spel en diner samen.

De bezoekers zijn tevens de gasten op het verjaardagsfeest van Ludmilla (Trees van Dijk), eigenaresse van het landgoed die in de oorspronkelijke versie Ljoebov heet. Wat begint als een vrolijk weerzien, krijgt snel een bittere kant. Dochter Anja (Aafke Buringh) is speciaal teruggekeerd uit New York waarheen ze zes jaar geleden vertrok, om te gaan studeren aan de beroemde Actors Studio van Lee Strasberg; ze hoopt op een film- en theatercarrière. Haar pleegzuster Warja (Saskia Bonarius) is achtergebleven op het landgoed.

In deze bewerking, voornamelijk van de hand van acteur Rinus Knobel, speelt de grote tragiek van de familie een stille maar nadrukkelijke rol: hier, op de kersentuin, is Ludmilla’s zoontje verdronken, Mischa (Melle Zwart). Zijn graf ligt onder de bloeiende kersenbomen. Het is een schitterende vondst Mischa ten tonele te voeren, dat zie je niet vaak. Hij speelt piano (een Gymnopédie van Satie), houdt een roerende monoloog en loopt plots aan de hand van Ludmilla de tuin in. Niemand van de familie die hem ziet, alleen Ludmilla. Een ontroerend moment.

Dan is er drama twee: het landgoed is failliet, torenhoge schulden en niemand die iets doet, zeker Ludmilla’s broer Leonid (Rinus Knobel) niet, de eigenaresse nog minder, de cynische salonsocialist Petja (Yorick Zwart) die Karl Marx leest al helemaal niet. Ieder sluit de ogen, behalve Warja. Zij heeft een vriend uitgenodigd, Ludo (Lopachim), zoon van lijfeigene Koekoek. Martijn de Rijk in deze rol is een vastgoedmakelaar die wel raad weet met de bankroete boedel: de grond verkopen aan een Amerikaans bedrijf dat onder de rook van Amsterdam, juist, de Stadsboerderij zelf dus, een datacentrum wil neerzetten. Weg kersentuin, weg huis.

Met ingrepen als deze krijgt De Kersentuin een actuele dimensie, soepel en onnadrukkelijk verweven met de originele verhaallijn. Dat is goed gedaan, alsof het stuk anno nu speelt. De lethargische bewoners staan machteloos tegenover de krachtdadige energie van Ludo. Elk personage verhoudt zich op een andere wijze tegenover de dreiging van verkoop: Saskia Bonarius als Warja hervindt nieuwe krachten, Leonid hult zich vooraf in doelloze nostalgie, de eigenaresse zelf (Trees van Dijk) is nog altijd in de rouw om het verloren jongetje. Aafke Buringh als Anja doet iets heel moois: als ze het dessert aankondigt, speelt ze dat met betraande ogen en gebroken stem, helemaal zoals Strasberg voorschrijft als een staaltje method acting. Op die manier verbindt ze de beide disciplines van dit theaterdiner.

De monoloog van Ludo als hij terugkeert van de veiling en het landgoed heeft gekocht is briljant. De Rijk speelt die met onverholen trots vermengd met wraakgevoelens; hij, de zoon van een horige, heeft de oude klasse der landadel overtroefd; hij is uitzinnig en schreeuwt het zelfs uit in een lied van Elvis Presley met de veelzeggende titel A Little Less Conversation. Niet praten, handelen is het devies. De familie vertrekt, Warja sleept de koffers al naar buiten. Zij is verlost van de doem van het vervallen landgoed. Subtiel en tegelijk dramatisch neemt deze Kersentuin de toeschouwer mee in een samenspel van oude en nieuwe tijd, sentiment en daadkracht, onderklasse en bovenklasse, triomf van sociale rechtvaardigheid én de pijn van het verlies van een oud huis met de bloeiende zee van kersenbomen. Bijl en kettingzaag bezegelen het lot.

Foto: Chrischa Ohler