‘Bruggen bouwen’ is het thema van de Maastrichtse Heiligdomsvaart, een religieus-cultureel evenement dat om de zeven jaar ter ere van Sint-Servaas wordt gehouden. Regisseur Servé Hermans vond het waargebeurde verhaal over de dakloze Joshua Norton die zichzelf uitriep tot keizer van Amerika daar wel bij passen. In het kader van de viering bracht zijn gezelschap samen met het Limburgs Jeugd Symfonie Orkest de voorstelling De Keizer van Maastricht.

Het gaat over een picaro, een marginale schelm die zich door het leven slaat. Joshua wilde in de tweede helft van de negentiende eeuw de mensen van Chinatown met de andere inwoners van San Francisco verbinden. Daartoe plande hij onder meer een stalen brug. Daarnaast had hij veel ideeën en plannen om verbinding te maken tussen de mensen door een wereldwijde volkerenbond, een voorloper van de UNO.

De grote Koepelkerk in Maastricht is de locatie, waar we tussen de welgekomen klanken van Verdi het levensverhaal voorgeschoteld krijgen over die Joshua. Hij leefde in dezelfde periode als de componist en zag in hem een zielsverwant. Zijn leven klinkt ook als een operaverhaal. Na een zeer armoedige jeugd in Engeland, komt Norton in Zuid-Afrika terecht waar zijn vader een goedlopend handeltje kan opzetten. Hijzelf gaat later naar Amerika, om goud te zoeken en – als daar niet heel veel geld mee te verdienen valt – waren te verkopen aan andere goudzoekers. Hij wordt rijk, voelt zich een heuse ondernemer en meent een lucratieve rijstdeal te kunnen sluiten. Die mislukt echter en hij blijft berooid achter en gaat zwerven.

Servé Hermans en huisauteur Jibbe Willems laten Norton dan zogezegd in Maastricht belanden, waar hij de rijke industrieel Petrus Regout (o.a. van de Sfinx) ontmoet, die hem aanraadt terug naar Amerika te gaan. Daar verklaart hij zich als dakloze tot keizer. De kranten vinden dat wel grappig, de inwoners van San Francisco ook, en zo leidt hij een aangenaam leventje, tot zijn dood in 1880.

Het verhaal wordt vrij lang uitgesponnen. Frank Lammers als Norton leest voor uit brieven aan Verdi, geeft commentaar, filosofeert en mijmert. Hij maakt af en toe verbinding met de dirigent, luistert met aandacht naar de zangers, loopt wat verloren door de kerk en spreekt ons vanuit het spreekgestoelte onder een groot kruisbeeld toe.

Het grote publiek kent Lammers als de drugbaron in Undercover en als het laconieke gezicht van de Jumbo-reclame. Ook hier brengt hij zijn personage de ene keer grimmig, dan weer goedlachs, twijfelend tussen rationele en emotionele keuzes. Helaas, ondanks de vele technische voorzieningen met overal speakertjes, galmen zijn woorden te veel – toch voor mijn oren. De echo’s maken de verstaanbaarheid moeilijk. Het verhaal kan ik – denk ik – wel volgen, maar ik blijf met het gevoel zitten dat er veel woorden verloren gaan. Ik vermoed woorden van kritiek op Regout te horen, over de ellende en de honger die hij in Maastricht heeft veroorzaakt, maar hij wordt dan toch door velen als een soort ‘Mestreechse Ingel’ op een schild gedragen.

Gelukkig is er de muziek. Populaire aria’s en instrumentale fragmenten uit opera’s van Verdi, zoals Rigoletto en Aida, worden gespeeld door een 70 tal muzikanten van Het Limburgs Jeugd Symfonie Orkest, onder leiding van Matty Cilissen. Het orkest bestaat 15 jaar en dat moet gevierd worden. Sopraan Anna Emelyanova en tenor Jules César Murengezi zingen helder en zuiver solo en ook in duet.

De muziek is opgewekt. Op de kerkbanken wiegen de vele grijze hoofden zachtjes mee. Als een plaat wordt opgezet, gaan ze nog net niet ‘sjoenkelen’ (in elkaar haken’). Met een Maastrichtse tekst op het ‘Slavenkoor’ uit Nabucco zingt het publiek spontaan mee. Voor alle zekerheid vraag ik mijn buurvrouw wat ze gezongen heeft. Het gaat over het leven vieren in Maastricht. (Ik had het juist!). Heel even lijkt het alsof ik bij een Vrijthofconcert van André Rieu ben beland. Maar deze Keizer van Maastricht is geen spektakelshow, integendeel en gelukkig maar.

De vertelling kabbelt verder. Lammers heeft zich verkleed als keizer. Op het einde ligt hij op de bank, stervend recht hij zich, en ja hij zingt. Aarzelend, zoekend naar toonvastheid, maar als sopraan Emelyanova aansluit, klinkt het helder en mooi. De muziek maakte de voorstelling goed.

Foto’s: Jean Pierre Geusens