Het is al lang geen uitzondering meer als een artiest een goed gevulde theaterzaal krijgt als gevolg van hits op TikTok, Instagram of YouTube. Jim Deddes heeft met de webserie Joardy Season (Zilveren Nipkowschijf in 2019) zo’n grote fanschare opgebouwd, dat het theater wel moest volgen. (meer…)
Probeer het woord maar eens op z’n Bussum-Zuids uit te speken: ‘leuk’, maar dan zoiets als met ‘luik’ erin, dus ‘leuik’. Vroeger heette de uitspraak bekakt of met een hete aardappel in de keel. Acteur, gewaardeerd schrijver van tv-series en regisseur Niek Barendsen imiteert dat Bussum-Zuids perfect. Samen met gevierd cabaretier en liedjesschrijver Mylou Frencken brengt hij De huisjesmelkers-show.
En in welke entourage past dat beter dan in het kleine Casa Mondo-theater op de Parade, een van de theaterparels van het festival. Ze heten Roderick en Willemijn, en hebben een zwaar leven. Ze zijn namelijk steenrijk. Miljoenen verwierven ze door een leven lang hard te werken, dat betekent: wachten en wachten op een erfenis.
Broer en zus zijn ze ook, dat is noodzakelijk, het kapitaal moet in de familie blijven. Maar rijk zijn is een hard gelag. Wie betaalt het lekkende dak? En dat chaletje moet ook onderhouden worden. Hun grote ideaal is prins Bernhard jr., die is van eenvoudige komaf maar heeft zich omhooggewerkt. Nu zorgt hij ervoor dat huurders warmpjes in zijn huurwoningen kunnen wonen, ach, die armen. Een portret van Bernhard jr. met typerende zwarte bril wordt aan het publiek getoond, het idool van Roderick en Willemijn van Thoe tot Slooten, of zo’n soort min of meer verhaspelde adellijke naam.
Het duo zit aan een bar met rosé. Die is afkomstig van hun wijngaard op een heuvelflank in Afghanistan. ‘Het is alsof een Taliban over je tong piest’, omschrijft Roderick als volleerd connaisseur zijn eigen rosé. Hij proeft tonen van fruit, noten, dille en zelfs ‘gehakt’.
Helemaal in de zelfoverschattende en geen tegenspraak duldende stijl van de gearriveerde klasse, raadt hij het publiek aan een paar ’tonnetjes’ te investeren in een parkeergarage in Kabul, want die stad is booming. En parkeren, dat wil toch iedereen. Roderick laat zelfs een heuse map rondgaan met de aankoopformulieren erin, niets lezen van de kleine lettertjes, alleen maar even een krabbeltje. ‘Kom straks maar even achter het gordijn, kunt u meteen een roseetje proeven.’ Slimme, vileine en aanstekelijke humor, met tonen van Youp van ’t Hek erin.
En waarom doen Roderick en Willemijn dit ‘showtje’? Ze hebben wat geld nodig voor dat lekkende dak van hun kasteeltje, want nu moeten ze in het tuinhuis bivakkeren. Maar vooral willen ze rechtzetten dat zij als huisjesmelkers óók recht van spreken hebben. Zo eenvoudig is hun leven als rijken niet, en de negatieve klank van huisjesmelker moet maar eens voorbij zijn; wie anders zorgen er voor de woningzoekende huurders?
Hoe frivool de show ook is en hoe briljant tekst en spel van beide entertainers, er zit een serieuze toon in. Dat betreft vooral de perfecte, bijna onuitgesproken analyse hoe oud geld werkt en ‘gewoon’ vanzelf meer wordt, dankzij de gulden regel dat ‘alles van waarde overwaarde’ is. Geld investeren in vastgoed, in ‘steentjes’, dat is de juiste optie. Deze sleutel tot rijkdom is een mooie variatie op de beroemde dichtregel van Lucebert: ‘Alles van waarde is weerloos.’
Het Bussum-Zuidse zelfbewustzijn dat het duo uitstraalt is onweerstaanbaar. Roderick met expansieve pruik op, shorts en shirtje aan en Willemijn in een blauwe jurk met rood-witte motiefjes (ja, als van de Nederlandse vlag) en hoog opgetast blond kapsel, vertegenwoordigen helemaal de stijl en kleding van het Gooi. Wat ze vooral willen is een soort rechtvaardiging van hun verhaal. Al zijn ze in het bezit van alle zeven vinkjes, hun leven is ook moeilijk. Dat vergeten mensen vaak.
De cabareteske teksten worden afgewisseld met liedjes die je zou kunnen omschrijven als het levenslied van de welgestelden. Droevig en ijzersterk is het lied over de werkster die plots is overleden, midden in haar huishoudelijke werk. Ach en wee natuurlijk, maar vooral: ‘Wie doet nu de vaat?’
Dat is exact de hele sprookjeswereld van puissante rijkdom die Barendsen en Frenken oproepen: onder het schijnbare medegevoel schuilt een vleug van zelfliefde, van narcisme. En toch zijn Roderick en Willemijn extreem innemend. Niet meer dan een half uur duurt De huisjesmelkers-show, de standaardtijd van de Parade, maar je hebt het idee dat je een hele trilogie hebt gezien over het lot van de rijken.
Mylou Frencken en Niek Barendsen maken een glashelder juweel van een gewaagd, en ook heus complex onderwerp. Het is ook gedurfd in deze tijd van hard wereldnieuws dit unverfroren pleidooi voor de rijkdom te brengen. Dat komt vooral dankzij de vele subtiliteiten en vaardig gebrachte dubbele moraal van tekst en acteerstijl.
Foto: Casper Koster













