Theatergroep Toetssteen is al decennialang vermaard om het brengen van nieuw, actueel, maatschappelijk relevant repertoire. Regisseur Erris van Ginkel voegt daar met Dolle Mina, samen met Roos Schlikker geschreven, een indrukwekkende voorstelling aan toe. (meer…)
In de zomer van 1729 betrapt de koster van de Domtoren in Utrecht twee mannen die in de Michaëlkapel de liefde met elkaar bedrijven. Om de aandacht af te leiden van misstappen die hij zelf beging, verraadt hij hen. Zo ontketent hij een heksenjacht op homoseksuele mannen: de Sodomietenvervolging. Tientallen mannen worden opgepakt, schuldig bevonden en door verwurging om het leven gebracht: een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Utrecht.
Het wordt ons allemaal kraakhelder uitgelegd op de avond van de perspremière van deze musical. Theaterproducent Marcel, als een opgeblazen, brallende kakbal neergezet door Jilles Flinterman, had een speciaal voor de gelegenheid gebouwd nieuw theater naast de Dom voor ogen. Maar corona gooide roet in het eten en daarom is gekozen voor een kleinschaliger opzet: de musical spelen op de originele locatie, in de Michaëlkapel.
De gemeente Utrecht, bij monde van de al even karikaturale Irene (Eline van Gils) is dolblij te kunnen inspringen in dit ‘Utrechts musicalfestijn met landelijke allure waar je met het hele gezin naartoe moet kunnen’. Een voorstelling met een belangrijke geschiedenisles, en na afloop een Sodom en Gomorra Tapas-toren in een sponsorend restaurant.
Na deze introductie is de toon gezet en gaat de musical van start. In de ouverture wervelen de energieke acteurs (behalve Flinterman en Van Gils zijn dat Daan van Bendegem en Tommy Lou van der Staal) door de kapel in steeds verschillende, historische kostuums. Ze spelen gevieren alle rollen en de hele kapel wordt daarbij inventief benut.

Op het hoofdpodium ontrolt zich het verhaal van het door de koster betrapte liefdeskoppel, de rechtszaak en de terdoodveroordelingen die daarop volgen. Op een zijtoneel zien we terzijdes van de musicalacteurs die steeds even af zijn tussen scènes door. Ze staan te bubbelen om hun stem soepel te houden, beklagen zich over zware tapnummers, leveren commentaar op elkaar en op het stuk waarin ze zijn gecast.
‘Als ik een heterovrouw in een jurk moet spelen doe ik altijd een van mijn homovrienden na’, zegt het personage van Van Gils. Haar vlammende monologen, over de stereotypen waar vrouwen op het toneel mee te maken krijgen, over hetero’s die als een rattenplaag alle queer onderwerpen kapen en ermee aan de haal gaan, zijn een krachtig pleidooi, al zijn ze door haar hoge tempo soms wat moeilijk te verstaan. Dit is ons verhaal, zegt ze: wij hebben het recht dit te spelen.
Het speelse, heldere script van Erik Snel en Daan van Bendegem is licht van toon en de speelstijl, in de eindregie van Victorine Plante, is veelal over de top, meeslepend en grotesk. Juist daardoor is het contrast met een paar kleine, verstilde scènes zo mooi en raken deze extra. De ontmoeting van de twee mannen in de kapel, een poëtische, verliefde, eerste kennismaking met glanzende ogen en blozende wangen is ontroerend.
De scène waarin Gilles (Van Bendegem) vanuit de gevangenis een afscheidsbrief aan Willem (Van der Staal) probeert te schrijven, laat mooi en pijnlijk zien hoe het is wanneer je je zelfs in een persoonlijke brief aan iemand die je lief is niet vrijelijk kunt uiten. Ook de slotscène op het zijtoneel na afloop van de musical, waarin de hetero die de koster speelt (Flinterman) haarfijn krijgt uitgelegd waarom het voor een homo zo belangrijk is dit verhaal te vertellen, is zo’n aangrijpende scène.
Dit zware verhaal met boodschap is gelaagd, geraffineerd en lichtvoetig uitgeserveerd en feestelijk verpakt in een wervelende zomerkomedie op een bijzondere plek.
Foto’s: Sjoerd Derine












