De revival van Elisabeth van Albert Verlinde Theater gaat over beeldvorming. In een schildersatelier wordt de bekende keizerin van Oostenrijk vastgelegd op het doek, maar niks lijkt op de melancholische Elisabeth die we voor ons zien. Een visueel overtuigende regie van Frank van Laecke en een prachtige dubbelrol van Danique Dusée en Pia Douwes verhullen de oneffenheden in deze musicalklassieker. (meer…)
Even leek het erop dat De Bokkenrijders, de nieuwe locatiemusical van Servé Hermans en Toneelgroep Maastricht, beter de Bokkenglijders had kunnen heten. Door flinke regenval was het speelvlak in voetbalstadium De Geusselt spekglad, en was het nog maar de vraag of de zesduizend in regenpakken geklede toeschouwers een musical zonder incidenten konden zien. Maar op een paar uitglijders na, bleven spelers en zelfs een paar paarden gelukkig overeind. Hetzelfde kan niet gezegd worden over het wankele verhaal, en spektakel dat eerder afleidt dan iets toevoegt.

In De Bokkenrijders reizen we af naar het Limburg in de late 18e eeuw. De bevolking wordt geteisterd door de hoge belastingen die de gemene schout (Xander van Vledder) opeist. Anna (Suzan Seegers) en dochter Catharina (Danique Dusée) worden steeds verder in het nauw gedreven door de tiran, en sluiten zich aan bij de Bokkenrijders, die de abdij overvallen. Aan hun kant staan dokter Joseph Kirchhoffs (Milan van Waardenburg), en Alewijn Verbruggen, de zoon van de abt (Buddy Vedder). Wie de gemaskerde leider van de Bokkenrijders is, is een mysterie voor de schout, maar niet voor de oplettende kijker.
Het is de vraag van wie het verhaal van De Bokkenrijders is. Gaat het over de radicalisering van Anna, die begint als rouwende moeder en uiteindelijk een overtuigde bokkenrijder wordt? Of over het obligate liefdesverhaal tussen Catharina en Alewijn? Of is het een whodunnit met dokter Kirchhoffs als tragische held? Het script van André Breedland speelt met deze drie verhalen, maar werkt geen van allen bevredigend uit. We zien eendimensionale personages, die flink declameren om een arena van 6000 man te bespelen.
Daarnaast halen de vele spektakelstukken in de regie van Hermans en Peter Noten, vaak de focus uit een scène of lied. In het lied Buigen of Breken horen we hoe de gemeenschap lijdt onder de maatregelen van de schout, en krijgen we meer te weten over van Kirchhoff en Verbruggen. Dat eerste wordt mooi verbeeld door choreograaf Martin Michel, die buigen en breken vertaalt naar een groepsdans. Ondertussen zingen Van Waardenburg en Vedder hun partijen, terwijl ze op paarden door de arena galopperen: van links naar rechts en weer terug, tot het lied klaar is. Natuurlijk leuk, echte paarden op het toneel, maar ze leiden af van wat de personages zingen.
Als Vedder een liefdesduet zingt met Dusée, loopt het ensemble vanuit de publieksingangen naar het speelvlak met grote witte ballonnen, waardoor het publiek niet meer let op het lied, maar op die ballonnen en wat daar mee gaat gebeuren. Een door drones gemaakt roze hart in de lucht is niet alleen kitscherig, maar leidt ook af van het personage dat voor je staat en de dood in de ogen kijkt. Een volks lied over bier is vooral bedoeld als vrolijk intermezzo, maar wat al het oplaaiende vuur daar aan toe moet voegen? Het blijft een raadsel.
Zo worstelt de productie met een balans tussen verhaal en spektakel. Dat is jammer, want bij tijd en wijle ontstaan er best mooie momenten. De compositie van Ad van Dijk is op zijn sterkst in de meer lyrische solo’s en duetten. Het nummer Wat Moet ik Nou? deed me denken aan nummer als Niet Voor Mij of Roeien Met De Riemen die men Heeft, die Van Dijk eerder componeerde voor Dagboek van een Herdershond (2021): nummers die zorgen voor wat verstilling in de voorstelling. Ondanks een sterke galm in de arena weten het mooie geluid van Vedder en de orkestratie van Philzuid een gevoelige snaar te raken.
In de late avond spelen en zingen in een stadion, met kans op wind en regen, is geen geringe (en ook niet helemaal verantwoorde) opgave voor acteurs en zangers, maar gelukkig heeft De Bokkenrijders een sterke bezetting in huis. Suzan Seegers zweept met Het Lied van de Bokkenrijders moeiteloos een publiek op, en ook Dusée en Van Waardenburg pakken vocaal flink uit in de laatste akte. Je zou willen dat Van Vledder meer lagen had om te spelen, zeker in de moeilijke relatie tussen hem en zijn zoon, maar desondanks speelt hij een amuserende vileine schurk. Een speciale vermelding verdient Marie-Ange Castermans, die als verontwaardigde zus van de abt geregeld de lachers op haar hand heeft.
In De Bokkenrijders staan professionele acteurs naast acteurs van ’t Mestreechs Volleks Tejater. Dat is een van de dingen die deze musical, en de eerdere spektakel-producties in Limburg, bijzonder maakt: het wordt gedragen door – in dit geval – Maastrichtenaren, die een lokale legende tot leven brengen. Het levert geen sterke musical op, maar wel een aardige viering van Limburgse geschiedenis en cultuur.
Foto’s: Bjorn Frins en Marcel van Hoorn















