Kun je als je je leven hyperbewust wilt leven nog wel leven? Kun je authentiek zijn, of speel je dat je authentiek bent? Is het doen alsof, zo kenmerkend voor theater, ook niet typisch voor het ‘echte’ leven? (meer…)
Hij is opgegroeid met oesters en wijn, zij met energydrank. Hij praat met een hete aardappel in zijn mond, zij heeft een plat accent. Hij is bekend met Griekse mythen en kan oreren over Michelangelo, zij leerde vooral door dingen te doen. Een kakker en een kamper ontmoeten elkaar in het grappige en onverwacht aandoenlijke De billen van David.
Priscilla Pancras en Tim Veeter laten op het Amsterdam Fringe Festival zien dat er onwaarschijnlijke vriendschappen kunnen bestaan tussen tegenpolen. De personages Helmert en Angelena zijn deels gebaseerd op de twee makers, die een vriendschap opbouwden sinds ze elkaar jaren geleden ontmoetten tijdens hun werk in The Amsterdam Dungeon. Nu zijn ze beiden theatermakers; Pancras stond afgelopen editie van De Parade nog op de planken met een voorstelling over haar jeugd in een kermisgezin.
Het duo melkt de verschillen tussen hen heerlijk uit. Alles rondom Angelena is fel en schreeuwerig: in haar paarse shirt waar het bevel ‘good vibes only’ van af knalt loopt ze door het decor, dat bestaat uit de voorgevel van een witte woonwagen (volgens Angelena haar villa), met daarvoor een gazonnetje van kunstgras waar een kitscherig beeld van de David van Michelangelo op prijkt. Tussen al dat kleurgeweld staat de in grijs- en beigetonen gestoken Helmert met zijn brilletje en intellectuele air.

Pancras is geweldig als de recht-voor-haar-raap Angelena die regelmatig oogrolt als Helmert haar verbetert (die dingen in je ogen zijn geen papillen maar pupillen), maar die altijd koffie en een mergpijpje voor hem heeft klaarstaan. Veeter speelt op zijn beurt een irritante corpsbal die vol zit met vooroordelen over Angelena, maar die wel erg graag komt buurten.
Leuk is hoe Pancras en Veeter het publiek betrekken in hun spel. Ze delen worst uit, reageren op gelach of spreken iemand direct aan. Ook lijken ze een wedstrijdje te spelen om wie we het meest sympathiek vinden of met wie we ons het meest vereenzelvigen.
De momenten waarop er emotionele schuring is, zijn het interessantst. Angelena verwijt Helmert dat hij haar als studieobject ziet. Als hij dan ook nog eens een hautain gedicht voor haar heeft geschreven waarin hij telkens benadrukt hoe erg hij het voor haar vindt dat ze een zwaar leven heeft, is Angelena zichtbaar gekrenkt.
Uiteindelijk is het mooi hoe onder alle grootspraak, grove uitspraken en gekibbel duidelijk twee eenzame zielen huizen. Helmert hangt zichzelf het liefst op aan zijn stropdassen en Angelena heeft zich afgezonderd van haar familie. Maar bij elkaar vinden ze wat troost en geborgenheid; deze roos en tulp lukt het om wél naast elkaar te bloeien.

Wel voelt de vertelling hier en daar wat ongepolijst aan, met een rauwheid die zeker ook zijn charme heeft – vooral als die tot uiting komt in de met sentimentele overgave gezongen smartlappen. Maar de regie van Jelle Stiphout mist wat sturing; het aanzetten van de verschillen voelt na enige tijd als herhaling aan en de verhaallijn mist soms interne logica. Zo blijkt Helmert de eerste avond dat hij bij Angelena in de tuin staat op 3,5 uur lopen van haar vandaan in Amsterdam te wonen. Waarom komt hij daarna dan zo vaak langs? Er wordt zelfs de suggestie gewekt dat hij meermaals voor haar ‘villa’ was langsgelopen voordat hij de moed opvatte haar tuin te betreden.
Hoe dan ook is De billen van David een vrolijke zit met personages die je gauw in je hart sluit. En een beetje jaloersmakend is het wel, dat het deze tegenpolen lukt een plagerig lieve, leuke vriendschap te onderhouden.
Foto’s: Annelies Verhelst













