Er is maar één dier te zien in De beesten, de grootschalige locatievoorstelling van Theatergroep De Jonge Honden in De Rode Hal in Zwolle, de eerste theaterbewerking van de gelijknamige bestseller uit 2022 van schrijver, muzikant en podcastmaker Gijs Wilbrink. Tijdens de openingsscène spartelt een (nep)konijn in een val, waarna de jonge Tom door zijn louche ooms gedwongen wordt het gestroopte dier af te knallen.

Een vrouw in een leunstoel start de vertelling met de befaamde zin: ‘Ik wil niet veel zeggen, maar volgens mij ging het al mis met Tom Keller toen die twee ooms hem ‘s nachts meenamen naar dat bos en hem dingen lieten doen, die een jongen van negen nog lang niet zou moeten doen.’ En mis gaat het, ook al bungelt de konijnenstaart later als amulet aan Toms eerste crossmotor.

Acteur Billy de Walle krijgt als moederloze Tom in dat nachtelijke bos een jachtgeweer in handen gedrukt. De ooms – Jelle Mensink als brute Sjarrel en Joshua Albano als lijpe Johan – gedragen zich als beesten. Ze laten hun tanden zien, grimmig, grof, kortaf en vaak in dialect. Toms vader, hun broer Frank, is uit beeld; hij zit vanwege een wraakmoord op de dorpspastoor in de gevangenis; een scène die later expressief wordt uitgebeeld.

De beesten verwijst dus minstens zo veel naar het beestachtige gedrag van deze morsige mannen als naar de krijsende nertsen in de schuur van Sjarrel, die zijn handen nog vuiler maakt aan illegale handeltjes dan zijn broer, die net over de grens bivakkeert. Ook Sjarrels nertsen horen of zien we niet tijdens de anderhalf uur durende voorstelling over de (fictieve) geschiedenis van deze disfunctionele familie in een dorp in de Achterhoek. Maar we kunnen ons wel voorstellen hoe naar dat gepiep klinkt, wanneer de schuurdeur even opengaat.

De titel van Wilbrinks succesvolle debuutroman slaat tevens op ‘piepende nachtdiertjes’ in de hoofden van dichtgeklapte slachtoffers van de Kellers. Vooral de vrouwen worstelen daarmee, al wroet er in de norse koppen van Johan en Sjarrel ook een trauma: ze zijn jaloers op hun neefje omdat hij wel en zij nooit zijn geknuffeld door hun aan tuberculose overleden moeder. Dat blijkt uit een summier zinnetje dat op driekwart van de voorstelling uit Johans mond rolt. Bovendien blijkt Tom gezegend met een groter crosstalent dan Sjarrel, die door zijn lompe gedrag toch al overal misgrijpt.

Het zijn vooral de net in Utrecht studerende Isabella (Toms slimme dochter), haar met verslaving worstelende moeder Maureen en haar – naar later blijkt – sterk getraumatiseerde tante Annie die tobben met naargeestige ervaringen en mislukte pogingen te breken met deze familiair belaste dorpsmisère. De snerpende echo van hun pijn krijgen ze pas stil, wanneer ze ‘die piepende beestjes’ bevrijden en hun trauma’s het daglicht gunnen.

Dat doen Isa (Pip Lieke Lucas) en Annie (Marieke Giebels) door afwisselend hun relaas te delen. Isa reconstrueert haar zoektocht naar haar verdwenen vader – sinds een motorcrossongeluk mist hij een been – en zijn verzwegen familiegeschiedenis waarover ze als enige vreemd genoeg niets weet. Annie deelt de wilde verhalen die over de beruchte Kellers de ronde doen; pas aan het slot onthult ze haar pijnlijke geheim, juist door wat ze heeft meegemaakt te beschrijven in ontkennende zinnen.

Zo puzzelen beide vrouwen het verleden van de Kellers bij elkaar. Isa’s (studie)vriendin Erva (een dubbelrol van Sara Luna Zoric, die ook Isa’s neerslachtige moeder speelt) vormt lange tijd een klankbord op de achtergrond. Later ontpopt Erva zich tot breekijzer. Het Utrechtse studentenmilieu vol vlammend activisme en woedende punkmuziek, dat Wilbrink naar eigen ervaring in zijn roman uitvoerig beschrijft als tegenkleur voor het conservatieve dorpsleven, dringt hier slechts summier door via slim bedachte voicemails op Isa’s telefoon.

Helaas ontbeert de voorstelling wel een krachtige motor om deze donkere familiegeschiedenis te delen met publiek. Waarom breng je De beesten op de planken? Regisseur Jolmer Versteeg en toneelschrijver Wessel de Vries zetten met een leuke cast van betrokken acteurs vooral in op de filmische verbeelding van sinistere situaties in die immense hal. Er wordt flink gevloekt, geronkt, geschoten, gedronken, gehandeld en gestroopt. Als brandstof dient de passie voor motorcross, een sport die in deze contreien zorgt voor afleiding, opwinding, trots en succes alsook symbool staat voor vallen en opstaan, wegsprinten en ontsnappen.

De voorstelling springt door de tijd en navigeert door de streek, van de godvrezende jaren vijftig via motorcrosssuccessen in de jaren zeventig en tachtig tot smokkelwaar rond de Duitse grens en Isa’s studiestart in het Utrecht van de jaren negentig, met, hoe symbolisch, acties van het Dierenbevrijdingsfront (haar leren jas draagt het logo van Animal Liberation Front).

Om al die episodes visueel te maken gebruikt decorontwerper Pink Steenvoorden de diepte van deze voormalige treinremise, nachtelijk verlicht door een dubbele rij gloeiende lantaarnpalen. Ook benut hij de breedte met een draaischijf waarop een verlaten schuur, een aftandse caravan, een eenzaam ziekenhuisbed, een gevangenisreceptie en een gierende oefenmotor de Achterhoek typeren; ze draaien piepend rond als vicieuze cirkel van vallen, opstaan en doorgaan. Vooral de trainingen en races zijn enerverend verbeeld, met De Walle klemvast navigerend op een heen en weer zwiepende crossmotor.

De meeste acteurs vertolken dubbelrollen. Zo speelt Fokke Baarssen zowel politieagent John Veels als Toms Britse manager Cooper. En kruipt Albano met hoofddoekje ook in de huid van Toms grootmoeder, terwijl hij zich eveneens snel nestelt achter een balie met ordners als receptionist in de gevangenis (een oud-klasgenoot van Isa). Best een complexe, snelle carrousel van personages.

Grootste euvel is dat de verzwegen trauma’s, die in een theatervoorstelling zo goed als stille brandstof kunnen dienen, hier worden overvleugeld door de zintuiglijk verbeelding van Achterhoekse armoede en de lokale opwinding over motorcross. Soms zelfs op het voyeuristische af: het voelt best ingewikkeld je anderhalf uur te verbazen over de door armoede gedreven fratsen van stumpers en uitschot. Al geeft de muziekcompositie van Sebastiaan Flier de scènes wel een onheilspellend karakter, alsof je naar filmrepetities van regisseur Alex van Warmerdam kijkt, met muziek van zijn broer, componist Vincent van Warmerdam.

Blijft over dat De Jonge Honden het wel hebben aangedurfd om Wilbrinks zintuiglijke debuutroman De beesten in Zwolle op de rails te zetten in een treinremise. Nu nog een volle tank met extra emotionele brandstof om de voorstelling tot eind augustus vlot te trekken.

Foto’s: Jan Amse