Een voorbeeld is De Aanslag, van hoe toneelspel de verbeelding van zijn publiek kan activeren. Met respect voor het gelijknamige boek, is er een pure en meelevende voorstelling ontstaan die niet anders kan dan raken. De strak gespeelde, waarachtige dialogen drukke de noodzaak uit om te begrijpen waarom dingen in het leven lopen zoals ze lopen.

Bos Theaterproducties en regisseur Bruun Kuijt hebben de handen ineen geslagen voor een tweede herneming van de theatervoorstelling De Aanslag, die eerder opgevoerd werd in 2011 en 2020 onder regie van Ursul de Geer. Ze spelen dezelfde tekst, geschreven door Léon van der Sanden naar de gelijknamige roman van Harry Mulisch uit 1982. In deze roman worden we meegenomen in het leven van Anton. We maken hem mee van twaalfjarig jochie tot oudere gezinsman, die gebukt gaat onder trauma’s opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met deze herneming staat Bos Theaterproducties stil bij 80 jaar vrijheid in Nederland.

De familie Steenwijk is een keurig gezinnetje uit Haarlem, waarin Anton (Leendert de Ridder) de jongste en meest nieuwsgierige is. We zien de ouders aan tafel alledaagse gesprekken voeren, de twee zoons kibbelen zoals twee broers dat altijd goed kunnen. Ik herken direct hoe mijn broer en ik vroeger konden zijn.

Dan gaat er een geweer buiten op straat af. Het wordt stil en donker op het podium. Peter (Tim Linde), de broer van Anton, kijkt geniepig door het raam en vertelt wat hij ziet: het lichaam van Ploeg, een foute politieagent, wordt door de buren voor hun voordeur neergelegd. Op de achtergrond van het podium zien we een fiets liggen op straat, waarvan het wiel alsmaar draait.

Peter rent de deur uit, zijn moeder smeekt hem dat niet te doen. Actie na actie loopt de collectieve chaos snel op, omdat ze overdonderd worden door wat er gebeurt en simpelweg niet de tijd hebben om na te denken wat de goede keuze is. De korte, heftige spanningsopbouw dient als voorbode voor de rest van de voorstelling, waarin telkens weer een soortgelijke intensiteit opgebouwd wordt bij de pogingen van Anton om te begrijpen wat er op die specifieke dag gebeurd is en waarom.

De acteurs spelen stuk voor stuk verrukkelijk. Met minimale toonverschillen en kostuumwissels past De Ridder zich moeiteloos en subtiel aan de verschillende leeftijden van Anton aan. Over verloop van tijd zie je hoe de ontmoetingen, waarin het verleden opgerakeld wordt, z’n tol beginnen te eisen. Op die momenten haalt De Ridder heel eventjes de twaalfjarige Anton terug, die verdrietig is om de dingen die gebeurd zijn en die hij niet begrijpt. Dit gebeurt explicieter in zijn paniekaanvallen, als het toneel beklemmend rood kleurt. Het decor is verder vrij minimalistisch en overzichtelijk. Als dan een doek neervalt als een branding aan de kust, ontstaat er echt een prachtig, zacht beeld.

De dialogen zijn intiem en nagenoeg elke zin draagt een noodzaak. Een dronken Takes, prachtig gespeeld door Peter Bolhuis, doet alles wat in zijn macht ligt om zijn eigen schuldgevoelens te begrijpen en projecteert die meesterlijk op Anton. Het tempo waarin Bolhuis deze ondervraging dirigeert is meesterlijk. Als toeschouwer word je meengenomen in zijn perspectief, ook al herhaalt Anton dat hij nog maar een kind was. De overtuigingskracht van Takes is uiterst dominant.

Een rond slot luidt het einde van de voorstelling in. Anton weet de losse eindjes aan elkaar te knopen bij het treffen van zijn oude buurmeisje Karin, wier rol kalm en beheerst ingevuld wordt door de veelzijdige Henriëtte Tol. We zien haar namelijk eerder ook als een straffe en licht humoristische schoonmoeder. Er volgt een schreeuw die goed contrasteert met de Anton die we al kennen. Het doet me denken aan dat euforische momentje wanneer je een uitzonderlijk goed boek in een lang weekend verslindt. Misschien moet ik toch maar weer een oude doos open trekken.

Foto’s: Liza Kollau