Danslokaal, het ondersteuningsprogramma voor jonge makers van Conny Janssen Danst, Korzo en Dansateliers, brengt in de 13e editie het werk samen van Faizah Grootens, Sheree Lenting en Andrea Costanzo Martini. Alle drie kregen de kans om in redelijke rust en zonder de productionele en financiële zorgen van het freelance bestaan een kort stuk te maken met en voor de dansers van het gezelschap. Een golden ticket waar ze alle drie sterk gebruik van hebben gemaakt.

De uitblinker van de avond was Sons of the Soil, van Sheree Lenting (Dansateliers). Ik las het programmaboekje na de voorstelling en dacht meteen: kijk, een voorstelling die naadloos doet wat het belooft. In het choreografisch spel van twee jonge mannen van kleur en met een esthetiek en algehele mood die doet denken aan een high-end jeans-commercial (positief bedoeld), worden inderdaad ‘de complexiteit, schoonheid en gelaagdheid’ van mannelijkheid getoond.

Gaspar Ribero en Yashasvi Shrotriya cirkelen om elkaar heen, ook met behulp van een skateboard. Ze dragen allebei donkerblauwe spijkerbroeken en een witte top, de een strak, de ander iets wijder. Ze spelen haantje, kijken wie het langste volhoudt, maar ze dansen ook met zorg en aandacht voor elkaar.

Op de achtergrond klinkt soms een zware mannenstem: man up, zegt ie. To be a boy is to long for the man you will become... ik moet er bijna van kokhalzen. Maar de voorstelling schept hier geen oordeel over, de stem is enkel onderdeel van de wereld van deze jongens, die in een soort ritueel op zoek zijn naar zichzelf in het spel met de ander. De kwestbaarheid en de druk die het hendendaags jonge-cis-man-van-kleur-zijn behelst worden hier al dansend blootgelegd. En het werkt. En het ontroert.

Lentings stuk wordt omringd door Aquí nada más van Faizah Grootens (Korzo) en Danceplaining van Andrea Costanzo Martini (Conny Janssen Danst). Het eerste stuk neemt ons mee naar een wachtkamer. Aquí nada más (niets dan hier) is in het Spaans een mogelijk antwoord op de vraag ‘hoe gaat het?’. Er resoneert een soort beladen capitulatie in, een die past op momenten waar het leven niet meezit en wachten het enige is wat kan. In dit stuk maakt Grootens een choreografie met vier dansers en de verschillende ritmes en emoties die zich in een wachtkamer kunnen ontsluiten, van totale passiviteit tot woede en frustratie.

Heel sterk is hierin de structuur: Langzaam, snel, langzaam… de choreografie golft heen en weer tussen vertraging en versnelling, en de dansers van groepsmomenten naar scènes waar ze zich als individuen opzoeken, ondersteunen, met elkaar kibbelen. Relaties ontstaan en verdwijnen weer. Het deed me denken aan De zuidelijke autoweg, het absurde verhaal van Julio Cortázar waar een samenleving ontstaat in een oneindige autofile: Ook daar wordt gefabeld over hoe mensen zich in een soort ‘nada más’ zouden gedragen. 

Danceplaining van Costanzo Martini is iets heel anders. Een AI-gegenereerde mannelijke stem introduceert de voorstelling en de stemming. Conventies uit de podium-en-danswereld worden hier uitgerekt en uitgelachen. ‘Look at the phone of your neighbour to make sure it’s off’, maant het ons voor we beginnen. En met dezelfde koude, ongenadige en robotische autoriteit commandeert het vervolgens de zes als vrouw presenterende danseressen, allemaal gelijk gekleed in donkerrode, strakke maillots met de gehele benen en armen bloot. Veel topics over machtsdynamieken tussen dansers en choreografen (die jammer genoeg nog te vaak deel uitmaken van de professionele danspraktijk) passeren hier de revue.

Heeft u The Chorus Line ooit gezien? ‘Five, Six, Seven, Eight… No! Again!’. Dat dus. Spanning, druk, objectivering, seksualisering, het lichaam van de danser als tool voor het wispelturige brein van een externe kunstenaar-als-genie. Maar ook: wat de toeschouwer wel of niet zou moeten voelen bij een gegeven beweging, en de vaak oppervlakkige manier waarop dans wordt gezien als een directe deur tot de ziel. Alles wordt in dit zogenaamde ‘fysieke melodrama’ belachelijk gemaakt door het cru en hyperbolisch in te zetten in een hilarische en hoog dynamische groepschoreografie. Spoiler alert: Totdat Yanaika Holle er mee kapt. 

Foto: Martijn Kappers