Amos Peled, Sanam Tahmasebi en Sam Verhaeren winnen de Fringe at Best Awards 2026. De prijzen voor de meest Fringy, veelbelovende voorstellingen van het Amsterdam Fringe Festival werden gisteren uitgereikt tijdens de afsluitende award-show. Fred Raposo ontving de International Bursary Award, en Phoebe Perry de nieuwe ‘Just Book It’-award. (meer…)
Een onomatopee is een woord dat de klank weergeeft van het begrip dat ermee wordt aangeduid. ‘Kukeleku’, kukelekuut een haan. Het is een zintuiglijke manier om een woord te maken: het oor bepaalt de naam. Dansmaker Ismini Slijper gebruikt het begrip als een van de basisingrediënten van haar zintuiglijke choreografie CRI(S)P.
SPLET, zegt de sinaasappel als Slijper haar hand erop neerdrukt, GLOEP, SLURP. Er is zoveel waar te nemen in het moment van pletten. Kijk eerst. De vrucht heeft een ronde vorm en een aantrekkelijke oranje kleur. Leg je hand erop. De schil is kil en golft een beetje. Als je lichtjes drukt, voel je hoe het binnenste nét wat meegeeft, maar ook weer gauw terug wil naar de bolvorm. Het is grotendeels vloeistof, daarbinnen.
Druk erop met kracht en er splet van alles ineens de verstoorde bol uit: de schil scheurt, de membranen binnenin de parten knappen en scheuren open, het sap slurpt en gutst tussen je vingers uit en loopt over je handen, waar het plakt omdat er wat olie uit de schil is gekomen. En de geur die vrijkomt is friszuur, scherp met wat bitters en iets zoets erin, een trigger voor je speekselklieren en je sensorische geheugen – je proeft de smaak er als vanzelf al bij en weet weer waar je zat onder een boom op een plein en de lekkerste sinaasappel van je leven at.
In de korte voorstelling CRI(S)P zitten veel elementen die alle zintuigen prikkelen. Niet voor niets houdt Slijper het eerst aardedonker op de kleine speelvloer waar we als publiek dicht omheen zitten in Frascati 2. Kijken naar dans is ook luisteren, energie waarnemen, het ritme voelen, je bewust worden van de ruimte en ieders plek daarin. En soms, gelukkig, ook wat geur.
De hele tijd dat ze danst, praat ze ook. Haar stem vertelt heel rustig wat haar lichaam doet. ‘My fingers skitter across the floor (like a small animal running away). My body wooshes open, extending my arms, legs and spine. I fold and crunch my organs. I flip onto my belly and whip my hair.’ Heb je de onomatopeeën gehoord, in je hoofd, toen je dit las? Bij de tweede ronde van de hele bewegingsfrase vallen woorden weg, bij de derde of vierde zijn alleen de klankwoorden er nog, dan alleen de klanken zelf, trippel-trippel-trippel rennen haar vingers over de vloer. Dan stilte.
Zo wakkert ze de zintuigen van haar kijkers aan. Het gehoor, de geur, de tastzin en de proprioceptie – deze laatste zit verspreid over je hele lijf en stuurt informatie naar je brein over de omgeving waar je bent, of er dingen of mensen dichtbij zijn, of je rechtop kunt staan of moet bukken. De ogen nemen zó snel voorrang op al deze andere informatieverstrekkers. Maar de ogen van Slijper zelf misschien niet. Ze is slechtziend, of misschien moet ik opschrijven: ze neemt de wereld anders waar dan iemand met 100% zicht.
Dus hoewel de voorstelling een dansvoorstelling is en de bezoekers met goed zicht haar een aantal keer dezelfde choreografie zien dansen, speelt ze met die andere infobronnen zodat wij bij elke iteratie ook even proeven aan de rijkdom aan info die het zicht vaak overstemt. Ze maakt de zaal donker of schaars verlicht. Ze kleedt zich in het zwart, zodat we in de schemer soms alleen haar gezicht en armen ontwaren. Ze praat zacht zodat we het knisperen van droog herfstblad horen, het druppelen van water. Ze plaatst ons dichtbij zodat we kunnen oefenen met de lastigste: we zoeken zonder ogen en beginnen aan te voelen waar ze is. Soms. Heel even.
Foto’s: Jorah Terwisscha van Scheltinga













