De sfeer wordt subtiel opgebouwd. Een vrouw staat op uit het publiek dat aan alle kanten om het speelvlak zit en maakt kleine, dansende bewegingen, met haar heupen en voeten kleine stapjes, met haar armen voor zich uit. Niet het ‘slowen’ zoals ik me dat herinner van het begin van de middelbare school, maar toch fascinerend, hoe door en door gekende dansbewegingen op een theaterpodium functioneren.
(meer…)
Het rituele Combat des lianes van de choreograaf Zora Snake ademt de geest van de Baka, een Pygmeeën-volk in de regenwouden van Kameroen. Dans en muziek vloeien samen in een zinderende oproep tot meer verbinding tussen mens en natuur.
Bij binnenkomst wordt het publiek langs een expositie geleid. Via een bijzonder gordijn stappen we een ruimte binnen met foto’s, beelden van klei en een spandoek. De foto’s geven een impressie van de Baka bevolking, jong en oud, soms uitgebeeld met lange bladveren van varens. De tekst op het spandoek vat wel zo’n beetje samen wat de voorstelling wil vertellen; het bos dat zijn wij, wij zijn het bos. Het onderschrijft de activistische insteek van choreograaf Zora Snake.
Via de expositie bereikt het publiek de zaal. Plots staan we midden op het toneel tussen houtsnippers en boomstammen. Midden in de ruimte staat een grote totem van lange slierten stro met bovenop een glimmend object. Aan weerszijde van de ruimte is een plateau van twee hoge stammen gecreëerd (scenografie Jean Michel Dissak), dat het domein vormt van de musici; Christiane Prince (percussie) en Pawel Wnuczynski (electronics). Geheel volgens het gebruik van de Baka worden we als vreemdelingen begroet met muziek. Daarna opent zich dan toch de traditionele theateropstelling en wordt het publiek met smaakvolle verleiding naar de tribune geleid.
Combat des lianes houdt het midden tussen een representatie van de Baka rituelen en het vrije kunstenaarschap van Snake, zijn dansers en musici. Prince en Wnuczynski bouwen een fascinerend muzikaal frame, waarbinnen de dansers alle ruimte hebben en de interactie tussen dans en muziek leesbaar is. Dynamische duetten en solo’s wisselen elkaar af in een arsenaal aan dansstijlen die zich organisch mengen, omdat ze opgeslagen zijn in de lichamen van de dansers. De virtuositeit ervan is imponerend.
Emotioneel beladen is de inbreng van Jessica Chiye Warshal, die haar lichaam voortdurend overstretcht en volop expressie heeft in het gezicht. Gecentreerd en krachtig staat daar tegenover Joy Alpuerto Ritter, die goed opgewassen is tegen de sterallures van van de weergaloze Snake, geworteld in de hiphop (poppin’). Gandir Prudence en Zadi Landry Kipre zijn een hecht span en vormen de verbindende factor binnen de choreografie, al laten ze met hun beider solo’s aan het begin en eind van de performance ook een onvergetelijke indruk achter.
De voorstelling is als een oerwoud, vol en veel, maar kent in zijn nadrukkelijkheid wel degelijk structuur. Opzwepende muziekcomposities ondersteunen de rituele overgave, een gedeelde stilte met het publiek creëert rust. De aanvankelijk fragmentarische opbouw van de dans transformeert als groepswerk de overhand krijgt en de dansers zich meer en meer aan elkaar vastklampen. Zo nu en dan mengt de soundscape geluiden uit het regenwoud van de Baka en ook is de bevolking te horen in korte interviews. Dat zijn behoorlijk kunstmatige ingrepen, maar de muzikanten weten de stijlbreuk goed te ondervangen.
Soms wordt de voorstelling wat didactisch, als een danser tekst en uitleg geeft of een stem op de band het publiek aanspreekt. Dat is net als de publieksinteractie ook cultuur, iets wat we in het westen niet gewend zijn maar heel gebruikelijk is in de Afrikaanse performancekunst. In die zin is Combat des lianes een smakelijke clash, een aangename confrontatie.
De totem is multifunctioneel en representeert niet alleen Djengui, de god van het oerwoud, maar dient ook als huis, schuilplaats verkleed- en opslagruimte. En alsof het niet genoeg is echoot ook de kleding van de dansers het bos, om in het tweede deel van de voorstelling plaats te maken voor het ontblote (boven)lichaam.
Laat ik niet alles benoemen. Hoe vol en veel ook en rood op rood soms, in zijn structuur is de voorstelling glashelder. Ook als het gaat om zijn metafoor, de liaan. Wij zijn immers het bos. De liaan is als een hand die reikt, als een gevoelige zenuw, als de hechte verbinding tussen moeder en kind.
Foto: Marin Driguez














This show was powerful ! A travel! An initiation ! Thanks