Met Club Catharsis presenteren tgECHO en de Veenfabriek hun tegengeluid op een maatschappij waarin gelukkig zijn de norm lijkt, en al het leed daaronder stelselmatig aangepakt dient te worden. Want wat als we dat leed nu eens niet verdrukken of in uitgebreide sessies proberen om te buigen naar iets positiefs, maar het in zijn volle glorie en omvang ervaren? Is dat niet de ultieme loutering?

En dus vindt een weifelende Claire (Lotte Dunselman) zichzelf terug tijdens de intake bij een illustere organisatie. Vrijwaring van aansprakelijkheid en het afspreken van codewoorden waarmee je de sessie per direct kunt onderbreken, zetten de toon. Aan het roer van deze sekteachtige organisatie staat dr. Tearjerker (Michaël Bloos), die Claire in een staat van hypnose brengt die haar naar een soort parallel universum leidt.

Daarin is ze getuige van een dialoog waarin haar zus (Anna Schoen) haar vriend, de pedante arthouse-filmregisseur Roberto (Bloos), waarschuwt voor Claires walgelijke persoonlijkheid (‘een narcistische feeks die zich wentelt in haar comfortabele slachtofferrol’). Dezelfde vriend die later door Claire wordt betrapt met haar eigen vijftienjarige dochter (Ilse Geilen), die haar eigen ongeluk volledig aan Claire toeschrijft, waarna een gruwelijke moord plaatsvindt. Claires zus blijkt en passant ongeneeslijk ziek en het afgesproken stopwoord heeft een tegenovergesteld effect. Uiteindelijk valt er niet meer uit de re-enactment te ontsnappen.

Claire aanschouwt aanvankelijk met grote ogen de mensen uit haar omgeving die haar verafschuwen. Later wordt ze ook zelf onderdeel van de scène. John van Oostrum zorgt vanaf het zijtoneel voor een onheilspellend geluidsdecor, waarbij hij, begeleid door zijn eigen basriffs, met een diepe stem Claires leven samenvat; een deterministische expositie die benadrukt hoe ver Claires ellende kan worden teruggevoerd.

Het levert al met al schreeuwerig en schetsmatig in-your-face theater op, dat geen enkele moeite doet zijn thematiek met nuance aan te vliegen. De bordkartonnen personages om Claire heen zijn dan misschien zo karikaturaal omdat ze uit Claires eigen fantasie, verwachtingen en angsten ontsproten zijn, hun oppervlakkigheid zit ook elke diepgang in de weg. Het onbeschaamde spel van de fijne club acteurs is dan zeker vermakelijk om naar te kijken, maar levert geen spannend toneel op.

De dialoog van Roeland Hofman (die ook regisseerde) wordt regelmatig ontregeld door haperende spraak, alleen heeft deze alle kanten opschietende tekst helemaal geen baat bij nog meer vervreemding of ontregeling. In de willekeur van al het leed, de gemakzuchtigheid waarmee Hofman het opvoert en de groteske speelstijl, lijkt een kritiek op zijn eigen toneeltekst besloten – alleen wélke kritiek dan?

Net als in De verschrikkelijke Wittgenstein eerder dit jaar, legt Hofman een grote voorliefde voor bizarre, over elkaar heen buitelende plotwendingen aan de dag, maar blijft hij thematisch erg aan de oppervlakte. Hofman laat Club Catharsis al ontsporen voordat er überhaupt iets wezenlijks op het spel stond. Het levert een catharsis op waar je je schouders bij ophaalt.

Foto: Sanne Peper