De tiende editie van het ExploreZ Festival opende dit jaar met de voorstelling In brand van ZID Theater. Geïnspireerd door de lezing Create Dangerously (1957) van Albert Camus, waarin hij zegt dat creëren altijd een daad van verzet is en daarom gevaarlijk, bevraagt de voorstelling de rol van de kunstenaar in tijden van crisis. (meer…)
Elke zichzelf respecterende grote stad heeft een plek nodig waar creatief anarchisme zijn gemoedelijke scepter zwaait en het jaarlijkse Circusbende Festival lijkt met Het Groene Veld in Amsterdam-Noord voor de derde editie definitief zijn passende plek gevonden te hebben. En nu maar hopen dat de boel niet opeens verpatst wordt aan de zoveelste projectontwikkelaar…
Vandaag op 14 augustus staan op het groene veld tenten en tentjes opgezet, twee oude silo’s rijzen boven het terrein uit, en daartussen zijn caravans, een bus en zelfbouwconstructies opgetrokken om een bonte stoet circusartiesten te ontvangen die daar hun verbazende, onwaarschijnlijke en vaak virtuoze optredens verzorgen. De kundigheid voorbij, zoekt dit festival naar acts die tot theater worden zonder de specifieke (fysieke) eigenheid van de circusact te ontkennen.
Een van de cadeautjes die het festival telt, staat meteen bij de ingang opgesteld: het Electric Circus. Zij vertonen voor een klein publiek op gezette tijden de Glowing Pickle Bar: een mechanisch miniatuurtheater dat op grootse wijze een complete wereld oproept. In een buitengewoon muzikale poëtisch-realistische stijl slaagt het gezelschap, dat bestaat uit uitvinder Fred Abels en poppenspeler Mirjam Langemeijer, erin een ideale gedroomde werkelijkheid te creëren die de ziel tot in zijn diepste lagen kan beroeren.
Zoals de titel al verraadt, het gaat om een scène in een bar, waar een klant binnenloopt en vervolgens een piepende deur de opmaat geeft tot een muziek-theatraal feestje. Hier komt geen enkele elektronica aan te pas. Alles wordt live real time uitgevoerd, en de bewegingen door de ingenieuze mechaniekjes winnen het met gemak van welke AI-gegenereerde constructies op een wat voor scherm of door wat voor bril dan ook. Abels laat op het terrein ook nog andere voorbeelden hiervan zien.
Op de heetste tijd van de dag presenteert Het Rare Rijk zich met een korte voorstelling tussen clownerie, pantomime en performance art in. Het is het atelier van Isa van Lier waar een collectief van diverse kunstenaars met fantasiekostuums, een vleug poppentheater, en muzikale acts, een aantal interacties laat zien waar de fantasie-wezens conflicten met elkaar proberen op te lossen, om af te sluiten met een optocht die over het hele festivalterrein meandert met het publiek in zijn kielzog.
Met name de uitbundige kostuums werken fraai: een groot ei op kousenvoeten waar een man uit tevoorschijn komt gaat woordeloze dialogen aan met een figuur met ellenlange armen van metaal buismateriaal, gemaskerde figuren komen voorbij, een staldeur opent en een grote vogelachtige wordt even zichtbaar. Niet alles is even precies uitgewerkt en de timing van de interacties kan meer scherpte gebruiken: een wat strakkere regie zou de visuele aantrekkelijkheid van het schouwspel zeer ten goede komen.
Een vast onderdeel van het festival is de presentatie van (net afgestudeerde) studenten. Showcase en voor een deel ook pitch: de aanmeldingen voor deelname aan dit onderdeel loopt in de honderden, waaruit de grote behoefte blijkt aan dit soort professionele initiatieven. Deze presentatie wordt Kersvers genoemd en omvatte in Noord (er is ook een versie van het festival in het Erasmuspark eind deze maand met andere performers) 5 jonge makers uit het internationale circuit, van Italië tot Finland, die zich voorstellen met korte acts.
Opvallend is onder andere de act van Johanna Nicholson. Ze levert een gevecht met straps, die haast een eigen leven lijken te leiden. Andrea Monteroso werkt met twee trapezes en slaagt erin deze op alle (on)mogelijke manieren te manipuleren, dusdadig dat de trapezes met zijn eigen lichaam samenvallen tot één expressieve eenheid. Aapo Honkanen toont een voorproefje van een voorstelling waarin hij gaat spelen met een oversized herenonverjas en een hoofd in de vorm van een grote hoepel. Agnes Richter blijft met haar diabolo-solo nog het meeste binnen de circustraditie en slaagt erin een mooie variatie aan techniek en tempo te presenteren. Cie-Confusion presenteert een deel van hun eerste voorstelling Sliding Hills, waar ze in duo vaardig de trapeze bespelen zonder dat ze er ooit op uit lijken om indruk te maken, hetgeen toch vaak het geval is.
Een pendelbusje voor de voetgangers: het festival wil in alle opzichten toegankelijk zijn, daarvan getuigt al de overal aanwezige goed zichtbare bewegwijzering vanaf het metrostation bijvoorbeeld. Met dat busje bereiken we de Muziekschool Noord voor het optreden van Darragh McLoughlin. Zijn performance onder de titel Stickman heeft inderdaad de concentratie nodig die een theater/concertzaal kan bieden. De performer doet balanceer-acts met een stok, waar een tv als handelend persoon via geprojecteerde teksten commentaar bij levert.
Die teksten stimuleren het publiek om met steeds wisselende perspectieven naar de acts te kijken. Daarbij worden theatercodes uitgedaagd en dat leidt uiteindelijk tot het moment dat de performer buiten westen midden op toneel belandt en de tv nieuwe suggesties doet hoe het verder moet. Een tweede persoon komt op, maar of hij de manipulator achter de tv is, blijft in het midden. Uiteindelijk is het de gepersonifieerde stok die het onderspit delft. Of toch niet? En zo speelt de voorstelling met hier en nu, echt en namaak, tijd en realiteit, en ontstaat er een vermakelijk en intrigerende performance, waar de monoloog van de stok misschien wel het hoogtepunt van vormt.
In de grote tent (Kathedraal) spelen de 8 ‘musicrobaten’ van het Franse gezelschap Cheptel Aleïkoum hun voorstelling OctOpus. Daarin rijden zes koperblazers en twee slagwerkers volgeladen met (instrumenten)koffers op twee fietsen en een ‘bakkie’ rondjes en maken muziek in allerlei posities en combinaties, waarbij ze elkaar voortdurend in risicovol evenwicht moeten houden. Ze worden daarbij aangevuurd door een enthousiast publiek: de zon is onder en de hitte is dragelijk geworden – maar waarschijnlijk niet voor de performers want de kern van hun performance is ongetwijfeld vooral wel té veel van het goede te geven, hetgeen hen een stormachtig applaus opleverde.
Finzioni van de Sardijnse Compagnie Oltrenotte is een intrigerende solo van Lupa Maimone, waar we een voorproefje van te zien krijgen: de maker is in het laatste stadium van de voorbereidingen. Of het werk gerelateerd is aan de gelijknamige verhalenbundel van Jorge Luis Borges wordt nergens vermeld, maar we belanden wel in een universum dat hieraan verwant lijkt.
De maker, hoofdzakelijk gezeten in een fauteuil met een wat misschien nog het beste beschreven kan worden als een bijzethondje, begint met wat lijkt op een versnelde reeks herhalingen van alledaagse handelingen en gebaren, soms te herkennen als het aanbrengen van make-up, roken, haren fatsoeneren, een levendig gesprek voeren. Gaandeweg kruipen echter surreële elementen in het frame. Haar bewegingsspel compliceert in toenemende mate door toevoeging van extra lichaamsdelen die ze resoluut opneemt in haar bewegingsvocabulaire.
Handig maakt zij hierbij gebruik van geconcentreerd licht, afgewisseld met snelle black-outs waardoor een filmachtige montage ontstaat die steeds nieuwe verrassingen onthult. Klassieke zang die de acties begeleidt, wordt net zo vervormd ten gehore gebracht als haar fysieke verschijning. De keuze uit het materiaal die ze voor dit festival laat zien, maakt nieuwsgierig naar het eindresultaat.
Deze kleine bloemlezing is waarschijnlijk niet eens representatief te noemen voor dit festival dat naast de tientallen voorstellingen en performances ook concerten, ludieke activiteiten, en interactieve projecten aanbiedt.
Foto’s: Jona Harnischmacher













