In een intieme setting overtuigt Lindertje Mans van Firma Mes haar publiek ervan hoe empathie kan groeien als we proberen de taal van de ander te begrijpen. En dan niet alleen een ander mens, maar een compleet andere soort.

‘Bok, bok, bok, beKAAAA!’ zegt Mans, gekleed in mensenkleren in een licht roodbruine kippenverenkleur. ‘BeKAAAA!’ roepen wij in het publiek terug. Zij zegt, waarschijnlijk, zoiets als: ‘Ik heb een ei gelegd!’ en wij roepen, denken we, ‘Een ei!’ We proberen van alles in die twee lettergrepen te vangen, blijdschap en trots om onze kipvriendin Lindertje Mans, die zojuist haar steentje lijkt te hebben bijgedragen aan het voortbestaan van de soort. Medeleven ook, want een ei, dat is niet niets wat het lichaam daarmee moet doorlaten. Dus ook opluchting, dat de klus geklaard is.

Empathie oefenen is een daad van menselijkheid. Van spiegelen. Van aandachtig zien wat een ander doormaakt en proberen te voelen wat diezelfde ervaring bij jou teweeg zou brengen. Empathie ligt dicht bij liefde, denk ik, het gaat om erkenning van die ander, met alles wat die ander mooi maakt en lief, met diens humor en angsten, voorkeuren en eigenaardigheden.

Maar we leven in een wereld waarin empathie onderhevig is aan een systeem dat rangen en standen hanteert. Waarin mensen dieren houden om ervan te leven. Chicks in Dialogue is een verslag van een onderzoek naar wat dat eigenlijk betekent in een geoptimaliseerd kapitalistische wereld. Mans las onderzoek dat al eerder is gedaan naar de taal van kippen, leefde een tijdlang intensief met de kleine toom scharrelkippen van buurman Jaap uit haar geboortedorp, en oefende bij hen hun taal. Ze bracht wat ze leerde bij elkaar in een mooi gedoseerd theaterstuk dat het midden houdt tussen een lezing, een monoloog en muziektheater waarbij mag worden meegezongen.

Ze staat in een sobere setting op een klein podium met daarop een lessenaar waarop ze haar keyboard heeft, en achter zich een breed scherm waarop bijna abstracte videobeelden voorbijkomen van de veren, kammen en lellen van kippen. Daar overheen projecteert ze de kippentaal, fonetisch weergegeven in lettergrepen waarmee wij met onze mensenkeel en -mond en onze menselijke stembanden die taal kunnen nabootsen. Ze probeert nergens een kippenlijf na te bootsen of kippengedrag over te nemen. Zij blijft mens. Zo laat ze de kippen des te meer in hun waarde en bevraagt ze de hiërarchie.

Ze spiegelt verschillende gedragingen van de dieren aan menselijke begrippen. De drie kippen die een vierde helpen haar nest te bewaken door vóór haar te gaan staan en net als zij de veren wijd uit te zetten en een laag, dreigend gegrom te laten horen. Is dat niet solidariteit, kippensisterhood, samenwerking, ‘it takes a flock to raise a chick’? En geldt niet hetzelfde voor het hoge gillen als er een roofvogel boven het veld wordt gesignaleerd, of als de kippenvanger in de nacht de dieren bij de poten ondersteboven hangt om op transport te gaan?

Doordat we als publiek de verschillende ‘zinnetjes’ uit de kippentaal oefenen, zijn we heel even bezig met hoe het is om kip te zijn, hoe technisch de aanwijzingen van Mans ook zijn met middenrifstootjes, het ronden van de lippen, het laten rollen van het achterste deel van onze tong. Niet alle kennis die we opdoen komt via het brein. Vaak leer je met je lijf. Door te kneden kom je te weten hoe je brood of pizzadeeg maakt, en net zo leer je met de spieren in je buik en je gezicht hoe je op kippenwijze om iets lekkers vraagt.

Wat Lindertje Mans ons vraagt te doen is wat theater tot zo’n unieke vorm van kunst maakt: dat we met zo’n negentig, honderd mensen in een kleine donkere zaal met z’n allen proberen om heel even de wereld te doorgronden vanuit een ander perspectief dan ons eigen. Een ei bij je ontbijt is lekker. Maar willen we eigenlijk wel dat het dier dat het ei maakt elke dag de fysieke arbeid moet leveren om dat ding te laten groeien en naar buiten te werken? En dat het moet leven in een fabriekssetting om dat ei zo kostenefficiënt mogelijk de wereld in te krijgen?

Wanneer het gaat om het verkopen, kopen en consumeren van een dierlijk product is empathie ongewenst. De dieren die we een naam geven en met wie we spelen en knuffelen eten we in onze samenleving doorgaans niet.

Op een doos eieren staat nooit de naam van de kip.

Foto’s: Bart Grietens