Mexico grenst aan het noorden aan de Verenigde Staten en ten westen en oosten aan wateren die deel uitmaken van twee oceanen. Maar aan welke staten grenst het aan de zuidkant? De twee kunstenaars van het collectief met de intrigerende naam Lagartijas Tiradas al Sol (‘zonnende hagedissen’) hebben voor de voorstelling Centroamérica onderzoek gedaan naar het handvol landen dat van Mexico in het noorden tot en met Panama in het zuiden samen Midden-America vormen.

Elk van deze landen heeft een vaak gewelddadig verleden van kolonialisme, verzet, bevrijdingsbewegingen, migratie en in het geval van Nicaragua, een bevrijdingsbeweging die nadat die eenmaal de dictator had verdreven, zich op zijn beurt ontpopte tot een nieuwe onderdrukker die met ijzeren hand macht uitoefent. En passant krijgen we een hoop informatie mee over het werelddeel dat alleen maar in het nieuws lijkt te komen als de VS zijn onzalige oog erop laten vallen.

Luisa Pardo en Lázaro Rodriguez proberen met hun consequente theaterwerk verandering te bewerkstelligen in de werkelijkheid. Voor deze voorstelling is het eigenlijke thema hoe ver je als (theater)kunstenaar kunt (en mag!) gaan om die werkelijkheid dan ook wérkelijk te manipuleren. Hun onderzoek presenteren ze als een soort gedramatiseerde lezing, waarbij het proces van het onderzoek zelf de inhoud dicteert.

Met video-opnames en door middel van verhalen en gereconstrueerde gesprekken, presenteren zij de elementen waarmee zij bij hun onderzoek geconfronteerd werden. Het toneelbeeld bestaat uit (projectie)schermen, een achterdoek met een zwembadje ervoor en wat meubilair. Gedurende de vertelling spreiden ze steeds meer kleurige lappen op de vloer, waardoor een fraai mozaïek ontstaat.

Het grote keerpunt bij hun tocht, is de kennismaking met een geanonimiseerde Nicaraguaanse vluchteling die Maria gedoopt wordt. In een soort hedendaagse Antigone-versie, benadert zij de theatermakers met een onalledaags verzoek. Pardo accepteert dat verzoek na lang beraad, waarna een ingewikkeld proces van voorbereidingen begint. Dat leidt er uiteindelijk toe dat Pardo, alleen, dus niet in gezelschap van Rodriguez (die om niet gespecificeerde redenen bij de grens tegengehouden wordt), in Nicaragua in vermomming de opdracht van deze Maria uitvoert.

Zij moet dus een rol spelen, maar in die rol moet zij dusdanig overtuigen dat zij anderen tot actie aanzet. Toneelspel wordt dus ingezet als een geheim wapen, want waar Pardo gewoonlijk als actrice aan het eind van elke voorstelling als zichzelf het applaus in ontvangst neemt, moet zij haar beroepsmatige identiteit in dit geval verborgen houden. En de risico’s die dat met zich meebrengt, zijn voortdurend onderwerp van discussie tussen haar en Rodriguez, die als de boel fout dreigt te gaan, Pardo ook dringend adviseert ermee op te houden.

Pardo’s overwegingen, conflicterende emoties, rationalisaties en haar beweging tussen moed en angst vormen de kern van het tweede deel van de voorstelling. Aan het eind van het proces, als alles fout dreigt te lopen, neemt Pardo een beslissing die een onverwachte wending aan het verhaal geeft, waardoor de fictie van het theater op nog compromitterender wijze vermengd wordt met de werkelijkheid zelf.

Deze boeiende en intelligent gedoseerde vertelling van een menselijke zoektocht van twee kunstenaars die worstelen met hun verantwoordelijkheid als makers, raakt aan een scala van ethische, morele, humanitaire dilemma’s, die de zij in alle openheid delen met het publiek. Alle keuzes worden in de discussies tussen de twee performers overwogen, waardoor het publiek een eigen afweging kan maken. Dat we niet te maken hebben met fictie, maar met een daadwerkelijk ondernomen zoektocht wordt op alle mogelijke manier onderstreept. En in hoeverre we daarin willen meegaan, is ieders individuele keuze, zoals ook de keuze van Pardo een andere is dan die van Rodriguez.

Foto’s: Lagartijas Tiradas al Sol