Jakop Ahlbom
Bug
★★★☆☆
In Ahlboms wereld is niets wat het lijkt

9 februari 2014
Gezien op 8 februari 2014, Toneelschuur, Haarlem

Er zitten beestjes in de motelkamer van Agnes (Tamar van den Dop). Je kunt ze bíjna niet zien, maar haar nieuwe liefje Peter (Bram Coopmans) weet het zeker. Continu kriebelt en krabbelt hij in de psychologische thriller Bug van Jakop Ahlbom aan zijn been, achter zijn oor, op zijn hoofd. Je zou er zelf haast jeuk van krijgen.

De Amerikaanse toneelschrijver en acteur Tracy Letts (1965) schreef Bug in 1996. In 2006 werd het toneelstuk verfilmd met Michael Shannon in de hoofdrol. Het vertelt het verhaal van Agnes, een gescheiden vrouw in een motelkamer die ’s nachts droomt van haar zoekgeraakte zoon en bang is voor haar onlangs vrijgelaten ex-man. Dan ontmoet ze Peter. Een op het eerste gezicht volkomen ongevaarlijke, zelfs een beetje sullige man. Terwijl er tussen die twee iets moois opbloeit, kruipen de eerste beestjes, en daarmee de waanzin, langzaam maar zeker hun leven in.

Het is niet de eerste keer dat theatermaker Jakop Ahlbom zich laat inspireren door een filmisch gegeven. In Lebensraum bracht hij de zwart-witte slapstick à la Buster Keaton naar het theater en in Innenschau creëerde hij een David Lynch-achtige wereld. Daarbij maakt hij steeds gebruik van ingenieuze visuele effecten die raakvlakken hebben met goochelen, illusionisme en acrobatiek. Ook in Bug zien we die effecten. Er is plots een derde hand die het hoofd van Peter streelt, er wordt een kies getrokken in een scène waarbij je je handen voor je ogen houdt en een uit zichzelf draaiende tol herinnert aan het verloren kind. De muziek (opnieuw van Alamo Race Track) en de videoprojecties voegen daar een dromerige en surreële laag aan toe. Dat is een van de krachten in het werk van Ahlbom: het creëren van verwarrende en ongrijpbare werelden waarin niets is wat het lijkt.

Bug is dan ook het spannendst als er alleen nog het vermoeden van beestjes is. Naarmate het verhaal vordert, sleurt Peter Agnes mee in zijn wanen over een grootschalig complot en blijft er steeds minder te raden over. Aan het eind is er maar één waarheid: die man is volkomen knetter. Misschien is dat vooral te wijten aan de Amerikaanse oorsprong, maar wat meer ruimte voor andere waarheden was best welkom geweest.

Foto: Sanne Peper

Elders

Trouw
★★☆☆☆

'Toch is het allemaal te weinig om op te wegen tegen de mallotigheid waarin Letts toneeltekst verzeild raakt. Peter en Agnes worden zo ongeloofwaardig knettergek dat ze niet meer serieus te nemen zijn. Dan wordt ook duidelijk dat Letts nogal platte tekst Ahlboms ambigue beeldentaal niet versterkt, maar vooral in de weg zit.' Robbert van Heuven

Volkskrant
★★☆☆☆
'De spelers kwijten zich van hun taak, maar de spanning sijpelt al snel weg, zodra onomwonden blijkt dat de beestjes niet echt zijn. We hebben simpelweg te maken met een doorgedraaide man. Zonder die spanning is de bloederige horror die volgt eerder lachwekkend dan eng. En dat is funest voor de voorstelling.' Vincent Kouters
Het Parool
★★★☆☆
'Buiten de tekst weet Ahlbom de voorstelling nog wel een horrorachtige lading te geven: de omineuze muziek van Alamo Race Track, de filmprojecties in de claustrofobische motelkamer, het dwangmatige gekrab van de hoofdpersonen: ze zorgen voor een groeiend onheilsgevoel, dat door Letts' verhaal helaas maar ten dele wordt ingelost.' Joukje Akveld
NRC Handelsblad
★★★★☆
'In Bug laat Ahlbom mysterieuze armen de eenzame hoofdrolspelers omarmen en kriebelen, benauwende muren naar elkaar toeschuiven en projecteert hij videoclips met dreigende bloedmonsters. Net als in zijn vorige voorstellingen speelt alles zich af in eenzelfde schemerdonkere kamer, waarin een radio broeierige americana van Alamo Race Track speelt.' Joke Beeckmans
De Telegraaf
★★★☆☆
Bug begint overigens wat moeizaam. De acteurs zijn moeilijk te verstaan en praten op een vermoeide toon. Hoewel het met de verstaanbaarheid gauw goed komt, verandert dat laatste niet. Bewust niet, waarschijnlijk, want zo zorgt Ahlbom ervoor dat je al gauw meegaat in het sombere, uitzichtloze bestaan van de hoofdrolspelers.' Maaike Staffhorst