Vanaf de tribune onder de grote lindeboom kijkt het publiek naar een fascinerend schouwspel: in de verte, achter het podium, schrijdt een groep musici in zwarte gewaden plechtig door het lange wuivende gras. Voorop een man met een grote trom, daarachter de blazers. Het is een bijna mythisch beeld, wat nog versterkt wordt als de musici dichterbij komen: allemaal hebben ze puntige elfenoortjes. (meer…)
Al sinds jaar en dag wordt het verhaal van de Bremer Straatmuzikanten verteld. Het oorspronkelijke sprookje van de Gebroeders Grimm – over vier oude en afgedankte beesten die aan hun baasjes ontsnappen en samen naar Bremen trekken om daar muziek te maken – spookt al decennialang door de hoofden en fantasieën van menig kind. In de innemende en verbindende nieuwe kinderopera van Holland Opera en Duda Paiva Company krijgt het verhaal een eigentijdse lading en zijn er ook andere redenen waarom je buiten een systeem zou kunnen vallen.
Het Amersfoortse operagezelschap en poppenmaker Duda Paiva maakten in 2023 samen het alom geliefde en bekroonde Reinaert de V. Nu brengen ze met de Bremer Straatmuzikanten in regie van Pim Veulings wederom een geslaagde operabewerking van een oud volksverhaal. Gouden Griffel-winnaar Simon van der Geest schreef een vindingrijk en gelaagd libretto, waarin een ezel, poes, ‘henhaan’ en wolfshond elk om hun eigen redenen niet passen binnen een strak georganiseerd systeem.
In de eenheidsworstfabriek waar ze werken, moet alles precies hetzelfde zijn. De oude ezel, al jaren trouw in dienst, kan het tempo van de technologische vooruitgang niet meer bijhouden (‘hij zegt wel I-A, maar geen AI’). Mispoes moet het terrein bewaken tegen muizen, maar is doodsbang voor hun zwarte kraaloogjes. In het fabrieksschooltje zit een wolfshond met een overdaad aan energie, die het tempo in de klas desalniettemin niet bijhoudt en in het legbataljon van de fabriek zit een vreemde kip, die geen eieren legt als een hen, maar ook niet kraait als een haan. Volgens de fabrieksmedewerkers, de ‘maatpakken’, zijn de dieren stuk voor stuk afdankertjes. Met z’n vieren besluiten ze te ontsnappen.
Van der Geest geeft in zijn briljante tekst zowel de dieren als de slechteriken diepte en warmte. Bijvoorbeeld wanneer Mispoes haar angsten over blijkt te hebben gehouden aan een bommenregen van vóór haar tijd in de fabriek en de andere dieren haar zorgzaam en geduldig, met een beetje trommel-therapie, door dat trauma heen helpen.
Ook geweldig is een scène waarin de dieren met een list proberen hun huisje terug te veroveren en Mispoes de maatpakken in prachtige vermomming komt vertellen over de geesten in het huisje, waarna de andere dieren met indrukwekkend schaduwspel op de zwart-witte muren een angstaanjagend monster oproepen.

De grootste glansrollen zijn echter weggelegd voor de prachtige poppen van Duda Paiva en voor de uitzonderlijk vaardige poppenspelers, die bovendien een sterke choreografie meekregen. Elke pop (en het zijn er aardig wat) is een kunstwerk op zich, dat op meerdere manieren te bespelen en in elke vorm even expressief is. De ezel verschijnt zowel als volledig tweepersoonsbeest, als alleen met kop of zelfs slechts met staart, bij de henhaan en het legbataljon worden handen moeiteloos kippenpoten en de speelsheid van de wolfshond spat er in zijn buitelingen en tuimelingen vanaf. Je zou bijna vergeten dat de performer achter de pop al even acrobatisch en sierlijk over de grond rolt en springt.
Maar door de vele manieren waarop de dieren gerepresenteerd kunnen worden, nemen niet alleen de dansers, maar ook de muzikanten de rollen van de dieren gedurende het verhaal op zich. Accordeonist Wilco Oomkes als ezel, saxofonist Floor Wittink als wolfshond en violist Heleen Knoop als henhaan, voeren stuk voor stuk de prachtig gecomponeerde en gelaagde muziek van Lucas Wiegerink met verve op. Ze geven met hun instrumenten kleur aan de emoties, angsten, grappen en grollen van de dieren.
Vera Fiselier en Niek Idelenburg als ‘maatpakken’ en Josje Eijkenboom als Mispoes zingen het geheel kundig en beeldend aan elkaar. Zo versmelten de poppenspelers met de poppen, de poppen met de personages en de personages met de muziek en de muzikanten.
Wat in de nieuwe jeugdopera van Holland Opera en Duda Paiva dus vooral opvalt, is het perfecte samenspel tussen de vele partijen en de wisselwerking tussen de verbindende en vindingrijke tekst en de speelse, gelaagde en beeldende muziek. Juist daardoor groeit Bremer Straatmuzikanten uit tot een fantasievol en innemend verhaal, vol buitenbeentjes waar je richting het einde écht een beetje verzot op bent geraakt.
Foto’s: Ben van Duin














