Nathalie Baartman
Breek
Prachtige, gevoelige solo van een ontheemde vrouw
Patrick van den Hanenberg
9 februari 2019
Gezien op 8 februari 2019, Theater de Griffioen, Amstelveen

Nee, het is geen bloemetjesjurk en die accordeon is geen ukelele. Maar als je dat slungelige lijf ziet in dat broekpak met motief dat toch wel erg veel op bloemetjes lijkt, en ze opent ook nog eens met een paar melige gortdroge grappen, dan is toch de eerste gedachte: daar staat een Twentse Brigitte Kaandorp op drieëndertig toeren. (Of voor de cabaretliefhebber met een bredere kennis: een Twentse Marijke Boon.) Niets is echter minder waar: Nathalie Baartman is een uiterst originele cabaretière, die nou toch eens eindelijk wat meer naamsbekendheid verdient.

In haar vorige programma Voest noemde Baartman zich een ‘hunkertukker’, een Tukker die is weggegaan uit Twente maar naar haar geboortestreek blijft verlangen. Nijmegen en Amsterdam hebben hun charme, maar uiteindelijk is het toch weer Borne geworden, waar Baartman geboren is. ‘Want een vers croissantje en een droog broodje passen niet bij elkaar.’

In haar Twentse oudejaarsconference in 2018 gaf ze al aan dat die terugkeer niet helemaal vlekkeloos verliep. Haar simpele commentaar op het bordje ‘Borne, leukste dorp van Overijssel’, dat je ziet als je Borne binnenrijdt luidt: ‘Nâh.’ Er had volgens haar beter kunnen staan: ‘In Boorn vliejt oe de senioren om de oorn.’ Het drukst bezochte evenement van het afgelopen jaar in Borne was de open dag van het nieuwe crematorium. Op een snikhete dag stond er een lange rij om verbrandingsovens te bezichtigen. ‘Hartstikke gek.’

In haar nieuwe solo Breek gaat Baartman verder op het dubbele gevoel dat ze op deze wereld heeft: er is zoveel moois te zien en te beleven, maar waarom voel ik me toch nooit ergens helemaal thuis? Moet je je dan maar verbergen achter een plaksnor, zoals ze dat het eerste deel van de avond doet? Maar ja, dat mag dan natuurlijk niet zomaar een carnavalssnor zijn, waar de kleine maakster in een ver land niets aan verdient, dat moet dan wel een fairtrade-snor zijn.

Ongemakkelijk!

Als de buren rotherrie maken, ga je er dan op af om ze tot stilte te manen, of zing je dan zelf maar luid een Hongaars liedje om de boel te overstemmen?

Ongemakkelijk!

Hoe reageer je als een jongeman uit het dorp je probeert te versieren met de openingstekst: ‘Ik ben de dakbedekker van je ouders.’

Ongemakkelijk!

En je wilt toch ook dat de totaal nutteloze troep die je vaak in kringloopwinkels tegenkomt een keertje verkocht wordt. Dus dan komt Baartman (‘Ik ben niet loops, maar kringloops.’) met een opbergmandje thuis dat op twee treden van de trap past.

Ongemakkelijk!

Breek is een prachtig, gevoelig verhaal van een breekbare vrouw die niet weet of ze de hardheid van de wereld met veel humor en mededogen moet bestrijden of toch maar moet erkennen dat dit haar wereld niet is. Maar ja, zich permanent terugtrekken op een camping voor hoog sensitieve vegetariërs is ook niet alles. Daar wordt een mens ook niet gelukkig van.

Je voelt anderhalf uur intens met Nathalie Baartman mee. Je lijdt zelfs een beetje met haar mee. Maar je weet ook: iemand met zoveel zelfspot, die ook nog de kunst van het relativeren uitstekend verstaat, die overleeft het wel. Zeker als ze het cabaretpodium als uitlaatklep heeft. En daar kan het publiek dan weer fijn van meegenieten.

Foto: Jochem Jurgens

Elders

de Volkskrant
★★☆☆☆

'Ze doet soms zo gek dat ze zich lijkt te willen positioneren als een Twentse pendant van de Vlaamse absurdist Wim Helsen. Het resulteert in een opening met een plaksnor op, een eindeloos gesprek in de buurt-Whatsapp over hondenpoep en een plastisch uitgebeelde cursus waarbij het 'innerlijke varken' wordt bevrijd.' Joris Henquet

NRC Handelsblad
★★★☆☆
'Breek bevat genoeg grappige en interessante gedachten, maar een goede regie had kunnen helpen om de voorstelling nog sterker te maken.' Dick Zijp
Telegraaf
★★★☆☆
'Naar Nathalie Baartman ga je (dit keer) niet voor politieke bespiegelingen, maar om even te ontsnappen aan de hectiek van een wereld die nooit uit staat. En om even heel erg te verlangen naar een leven in een dorp als Borne.' Esther Kleuver