De stem van Iggy Pop heet ons welkom terwijl het zaallicht nog aan is. Zijn citaat uit Lou Reeds gedicht We are the people (1971) klinkt weinig opbeurend: ‘We are the people without tradition, who don’t know how to die peacefully.’

Dat is precies wat Emio Greco en Pieter C. Scholten willen benadrukken in hun nieuwe groepswerk Blasphemy Rhapsody, dat na een filmversie in maart nu eindelijk tijdens festival Julidans een korte theaterpremière beleefde. Maar dan wel positief: laten we de onzekerheid en onrust die we afgelopen tijd hebben ervaren maar omarmen als ‘de beweeglijkheid van het leven’. Niet weten wat op ons afkomt schept ook ruimte, aldus het choreografenduo.

Zoals we van beide mannen gewend zijn, hebben ze nog veel meer filosofische  gedachten bij de gekozen thematiek en titel, zoals het laten wankelen van ‘de onaantastbaarheid van het Goddelijke’ en het laten dansen van zekerheden. Niet alles in de programmafolder over ‘hun constructieve frictie’ leest even helder, laat staan dat het te herleiden is tot de voorstelling. Maar gelukkig oogt die (ook los van alle begeleidende informatie) wel ontzettend levendig, energiek en strijdbaar. De witte wapperende vlag aan het slot mag dan op menselijke overgave duiden, het gevoel van ‘ons gewonnen geven’ voelt in ieder geval positief.

Dat is mede te danken aan de twee dansstijlen waardoor Greco en Scholten zich voor Blasmephemy Rhapsody hebben laten inspireren: de swingende charleston die in de jaren twintig een reactie was op de doodsangst in de Eerste Wereldoorlog en de Zuid-Italiaanse volksdans pizzica, waarmee men probeerde een giftige spinnenbeet uit het lichaam te verdrijven. Het razendsnelle voetjes-van-de-vloer is nog steeds populair en zien we in turbotempo terug in de voorstelling.

Zes dansers van ICK Dans Amsterdam, waaronder Maria Ribas, Edward Lloyd en Matias Rocha Moura, draaien snelle rondjes met vliegensvlugge zijwaartse bewegingen van hun onderbenen – die worden geaccentueerd door hun lange witte sportsokken. In hun witte broekjes lijken ze daarom soms op een fanatiek fitnessklasje, trainend op een jazzy trompet in het perfecte ritme. Af en toe neemt iemand kortstondig een yogahouding aan. Al deze swing van in- en ontspanningsmotoriek combineren ze met die typische, langgerekte ICK-motoriek van hoog opzwiepende armen.

Wanneer een gemaskerde leider (Emio Greco zelf) de groep binnendringt, lijken ze hem eerst als een soort stamhoofd te aanbidden. Later keert hij als grijnzende joker terug om een soort spelbreker te zijn, iemand die vingerknippend op schelle fluittonen de anderen in clowns verandert. Ondertussen staan de dansers ook zelf één voor één in het middelpunt, tegen een achterwand met een metersgroot portret van henzelf. Het jaartal 2020 flitst voorbij, evenals andere verwijzingen naar corona, mondkapjes, uitgestorven wereldsteden en de duplicatie van ons (digitale) lichaam via Zoomsessies.

Zo ademt Blasphemy Rhapsody zowel energieke opluchting als opgejaagde nervositeit, met meditatieve momentjes wanneer iemand op zijn kop stil staat en een ijle stem neuriet. Uiteindelijk beklijft het gevoel van een swingende rapsodie rond een totempaal die je – vooruit – misschien wel ‘onrust en zekerheid’ kunt noemen.

Foto: Alwin Poiana