Het Maastrichtse festival Musica Sacra, met veel (religieuze) muziek, dans en theater, koos vier jaar geleden voor het thema van deze editie 2020: aanvaarding en berusting. Wie had toen kunnen bevroeden dat dat in deze coronatijden een vreselijk actueel thema zou zijn? Het stuk van Het Laagland over kinderen met een chronische ziekte lag ook al voor corona vast, en krijgt nu een extra gevoeligheid. Moet je in chronische ziektes (of pandemieën) berusten?

Toen Musica Sacra het thema ‘aanvaarding en berusting’ had vastgelegd, vroeg de organisatie aan toneelschrijver Malou de Roy van Zuydewijn om daar een theatertekst voor kinderen rondom te schrijven. Zij had al eerder in samenwerking met kinderen empathische stukken en boeken geschreven die over hun wereld gaan, onder andere voor BonteHond en Stip Producties.

Inez Derksen van Het Laagland werd gevraagd om het stuk te regisseren. Zij is iemand die in haar producties zware thema’s zoals de dood niet uit de weg gaat. Zij is ervan overtuigd dat als je dergelijke thema’s goed en degelijk voor kinderen op de toneel brengt, je kinderen daarmee helpt, dat ze inzicht krijgen, en dat je hen daarmee ook lucht geeft.

Er werd aanvankelijk gedacht aan een stuk over terminaal zieke kinderen. Maar die kinderen in hun laatste fase interviewen, bleek veel te moeilijk. De basisidee switchte naar kinderen met een chronische ziekte. De Roy van Zuydewijn interviewde zes kinderen die al vroeg ervoeren dat het leven niet maakbaar is en die zich tegen wil en dank moeten schikken in hun lot, in de reacties van andere kinderen, en afhankelijk zijn van hulp van anderen.

Het is geen sentimentele tranentrekker geworden. Integendeel: er gaat veel energie uit van de ‘kwetsbare’ personages. Het is een boeiend stuk geworden, geschikt voor klaslokalen, met humor, weetjes en gevoelens, in een prettig afwisselend spel van muziek en woorden.

In een sobere setting zonder spots en met twee schooltafeltjes en twee stoelen laat Marcos Valster da Costa Ferreira de jongen met chronische buikklachten (coeliakie) zijn verhaal vertellen. Tussendoor stept hij, is hij behendig in sprongetjes, ook met het skateboard. Sporten moet hij, dat is gezond. Ook Asja moet dat doen, het meisje met bot- en wervelproblemen. Hij vertelt over haar en ook over Sam die taai slijm ophoest. Hij vertelt zijn en hun relaas, over de pijnen, de onrust, de moedeloosheid, boosheid en verzet. Een week geen medicamenten nemen en je niet aan de opgelegde regels houden eindigt in drie maanden ziekenhuisopname. Je kunt je toch maar beter aan de regels houden, hoe vervelend het ook is.

Marcos Valster da Costa Ferreira vertelt de anekdotes, gedachten en gevoelens met veel schwung en energie met heel zijn lijf. Hij doet dat samen met celliste Eline Hensels, die met haar muziek met hem in dialoog gaat. Wat een virtuositeit, wat een timbre, wat een variaties in tempo en melodie. De ene keer onderstreept haar muziek de sfeer van het verhaal, een andere keer stuwt ze zijn woorden, en het mooist is het als ze hem laat zwijgen en haar trage muziek alleen spreekt.

Soms wordt de cello terzijde geschoven en speelt ze de rol van Asja, reageert ze met woorden. Heel naturel, zoals ook Valster da Costa Ferreira’s woordenvloed. Als een kind imiteert hij met overdrijving de dokters die alles aan de zieken interessant vinden, in al zijn boosheid schopt hij tegen de muren: ‘ik wil gewoon zijn!’ Hij vindt rust op de step en het skateboard, voelt zich goed als hij kan zeggen: ‘dit kan ik goed.’ En zijn tegenspeelster is blij dat hij niet gewoon is. Aanvaarding dat het niet beter wordt, maakt veel goed.

Foto: Joost Milde