Vijf figuren die elkaar niet kennen zijn bijeengekomen om hun vriend Q te herdenken. Allemaal beweren ze Q goed te hebben gekend, al is dat nog maar de vraag – hun opgeklopte verhalen suggereren dat ze hem vooral hadden willen kennen. Als hij überhaupt heeft bestaan.
Opperste concentratie en perfectie kenmerken de acrobatische dansvoorstelling Beyond. Op de oude tennisbaan van Midsland, een van de fijne Oerollocaties, heeft het Vlaamse gezelschap Circumstances een arena gebouwd omsloten door een hekwerk. Zes dansers brengen hier met enorme fysieke souplesse en kracht een interdisciplinaire choreografie van Piet Van Dycke.
Allereerst aandacht voor de sensationeel mooie muziek. Met steelguitar, percussie en elektronica ontstaan opzwepende lijnen, ritmes als hartkloppingen, spanning verhogende klanken. Bastian Benjamin schreef een prachtcompositie.

De arena die de spelers betreden, een installatie van Arjan Kruidhof, is meer dan alleen entourage; de hekken met hun spijlen dienen als ladder waarlangs de dansers de hoogte in gaan; ze vormen een boogconstructie die de wereld van de tribune verbindt met de wereld van het spel. Ingenieus en inventief. De bekleding van de arena is zacht (eronder dus de betonnen tennisbaan) en door die geluiddempende zachtheid is het alsof de dansers lichtvoetig zijn.

Ogenschijnlijk voeren ze de acrobatische, wervelende toeren moeiteloos uit. Ze bouwen gezamenlijk aan een sculptuur van lichamen, gooien zich van grote ladderhoogte in elkaars armen en doen het publiek even duizelen door boven hun hoofden rond te zwaaien. De interactie met de toeschouwers is plezierig; ze kijken ons aan alsof ze willen zeggen ‘het komt allemaal goed’.
De balanceeracts op de ladders doen je soms even huiveren. De installatie werkt als een kraan die de performers als lichtgewicht figuren omhoog tillen. Als je de abstractie van Beyond wil duiden, dan is dat de overwinning van de zwaartekracht, of beter: een spel met de zwaartekracht. Zonder zwaartekracht geen acrobatiek terwijl de choreografie die zwaartekracht juist wil bezweren.
Dat laatste is de mooie, verrassende paradox van deze groep, afkomstig uit Leuven. De laag rondzwaaiende constructie doet denken aan een van de indrukwekkendste Oerolproducties uit het verleden, Wiek (2009) van Boukje Schweigman, een voorstelling over dansers in gevecht met een draaiende, horizontaal geplaatste vleugel. Beyond heeft diezelfde intensiteit en doet ook een beroep op de verbeeldingskracht. Terwijl de dansers telkens nét niet lijken te vallen, is het voor de toeschouwers alsof ze juist wél vallen. Dat balanceren is prachtig gedaan. Na afloop is de bijval dan ook groots, na Doekje voor het bloeden het meest enthousiaste applaus dat ik tot nu toe op het festival hoorde.
Foto’s: Nichon Glerum














