‘Zullen we een beetje vies gaan doen?’ Sardonische grijns en let’s go. Ron van Zalmsaus, alter-ego van Tom van Kalmthout, bespeelt schijnbaar moeiteloos de grootste Paradetent met zijn knetterweirde raps over boerderijdieren, zweethanden en rugklachten: beetje vies en retestrak.

Ron van Zalmsaus wordt in dit korte liedjesprogramma ondersteund door Mevrouw Rijnink (zanger en muzikant Bart Rijnink) en gitarist Rory Ronde, die de spitsvondige woordenstroom van opzwepende elektronische beats en geweldige gitaarsolo’s voorzien. Van Kalmthout is in het semi-dagelijkse leven de helft van duo Rundfunk, dat hij vormt met Yannick van de Velde, die deze Parade-escapade geregisseerd heeft. Ron van Zalmsaus en Mevrouw Rijnink wonnen afgelopen jaar de prestigieuze Annie M.G. Schmidtprijs voor hun lied ‘Voor een meisje’, uit hun vorige (eerste) Paradevoorstelling uit 2024.

Ook nu weer valt vooral de talige lenigheid van de hiphopnummers op. Van Kalmthout kan onwaarschijnlijke (soms niet-bestaande) woorden, zoals siliconerig en donorrug, moeiteloos op elkaar laten rijmen: rappend bluft hij een compleet nieuw rijmwoordenboek bij elkaar. Als hij een gevoelig liedje aankondigt, voel je meteen aan dat er een flinke, vieze adder onder het gras zit – en die zit er.

In de rumoerige Paradetent gaat links en rechts regelmatig een zinsnede verloren in de ruis, maar de spitsvondigheid en grapdichtheid liggen zo hoog, dat er onder de streep genoeg rake teksten wél aankomen. Een goed getimede puf rook en een bellenblaasmachine die op een genant moment uitnodigt om met uitgestoken vinger een bel kapot te prikken, maken de onsubtiele boel subtiel af.

De makers leggen een duidelijke voorliefde voor onwaarschijnlijke, liefst lekker lullige onderwerpen aan de dag. Exemplarisch is bijvoorbeeld het anti-opzweepnummer, waarbij het expliciet de bedoeling is dat er niet meegeklapt, gejuicht of gewaved wordt. Hilarisch is bovendien de waarschijnlijk meest introverte surprise-act in de Paradegeschiedenis tot dusver: van Paradekassa-medewerker Pietertje die achter een gekreukt a4’tje een terugkerend refreintje voor zijn schichtige rekening neemt. Hij ontpopt zich niettemin tot rasartiest, zo lang als dat refreintje in kwestie duurt weliswaar.

Beetje vies brengt een half uur lang kleine monumentjes voor opgekropte, heimelijke, onaangepaste verlangens en antihelden die buiten de norm of het schoonheidsideaal vallen. Het zit ambachtelijk goed in elkaar en wordt met zoveel schwung en lullige bravoure gebracht, dat het van minuut 1 t/m 30 ontegenzeggelijk vermaakt.

Foto: Casper Koster