‘Het is een algemeen erkende waarheid, dat een welgestelde, vrijgezelle man de behoefte aan een vrouw moet hebben’: met deze woorden opent Elizabeth Bennet de musicalversie van Pride & Prejudice de Musical door Morssinkof Terra Theaterproducties, naar de gelijknamige roman uit 1813 van Jane Austen. Het is ook min of meer de openingszin van de roman zelf. En let op het dwingende werkwoord ‘moet’: de man moet aan een vrouw. (meer…)
Zoals veel sprookjes die bekend zijn geworden door Disney, stamt Bambi eigenlijk af van een ouder, duisterder verhaal. Naar die bron ging Theater Terra terug en schreef dat vervolgens weer om tot een familievriendelijke voorstelling.
Theater Terra combineert musical met poppenspel. In Bambi speelt Pepijn Schwartz de jonge ree, verbeeld door een prachtige pop van hout en stof. De drie overige acteurs (Anouk Snel, Tessa van Bergen en Lux Parser) nemen het poppenspel van de andere personages op zich: Bambi’s moeder, die hem voor het eerste meeneemt naar de Grote Groene Weide, en de bosbewoners die Bambi gedurende de voorstelling leert kennen.

Bambi raakt namelijk al snel gescheiden van zijn moeder en verdwaald in het bos. Een haas, een eekhoorn, een uil, een vos en een hondje helpen hem de weg naar zijn moeder terug te vinden. De ontmoetingen leren hem zijn zintuigen te gebruiken en te vertrouwen op zichzelf. Dit doen ze met veel humor, waarbij vooral de komische timing van Schwartz opvalt. Hij is overtuigend als onschuldig, lief hertje, dat soms bijna per ongeluk toch bijdehand uit de hoek kan komen.
De liedjes zijn mierzoet, met teksten (Marc Veerkamp) zoals ‘Vandaag zijn we even welkom in zijn leven’ en ‘Wat is de wereld toch fijn als je nog een kleintje bent’. Ze zijn wel kraakhelder gezongen door Anouk Snel, die ook een soort vertellersrol heeft in het verhaal en de voorstelling aan elkaar zingt.
Zij is ook degene die aan het begin van de voorstelling even uit het verhaal stapt, omdat er meer decor nodig is om een echt bos te verbeelden. De acteurs bouwen vervolgens samen het toneelbeeld verder op. Zo zet regisseur Wesley de Ridder een duidelijke theatercode die past bij poppenspel: de spelers maken de voorstelling samen mogelijk en dat hoeft niet verhuld te worden.

De voorstelling werd gebaseerd op een boek uit 1923, Bambi, een leven in het bos van Felix Salten. Onder de lieflijke bovenste laag van deze jeugdvoorstelling is de zwaardere toon van het boek voelbaar, al roept die vooral vragen op. Waarom wilde Bambi’s moeder hem überhaupt alleen laten? Waarom komen de neefjes en nichtjes waar ze over vertelde niet opdagen? En Bambi’s vader wordt als een afwezige koning slechts door een omineuze schaduw verbeeld en beschermt Bambi vooral door hem angst aan te jagen.
Terwijl de jonge toeschouwers meegenomen worden in een verhaal van vriendelijke bosdieren, vertelt de voorstelling met deze onderlaag ondertussen een ander verhaal over zelfstandig worden. Ook als overlevingsmechanisme, als dat op jonge leeftijd van je wordt gevraagd.
Foto’s: Marc Bos














