Chemici, virologen en laboranten anno 2020 zijn op zoek naar een reddend vaccin. Droog, afstompend laboratoriumwerk, met kunstmatige stoffen, hamsters en ratten. Heel wat romantischere en magischere beelden roepen de alchemisten uit de middeleeuwen op, met hun experimenten met planten en kruiden, en hun toverij van brouwsels. Hun doel klonk alleen enigmatischer: zij wilden de reddende, geluk brengende Steen der Wijzen vinden. Maar voor hen was dat ook het middel dat de mens van enge ziektes genas.

Alchemie roept beelden op van Faust-figuren, heksen, tovenaars, gehuld in bedwelmende dampen op zoek naar roesopwekkende middelen. Laika en Zefiro Torna volgen dat spoor met hun kruidenlaboratorium-theater en muziek niet letterlijk, maar weten heel esthetisch en gestileerd klanken en smaken tot een zinnelijke sensatie te versmelten.

Onder een groot pentagram zijn drie mensen in de weer met potjes, pannetjes, flesjes, glazen schaaltjes, met erlenmeyers en pipetten, met thermossen met ijs en met kokend water, met grote pincetten, zelfs met hamer en beitel, en natuurlijk met vijzels. Hét gereedschap van de alchemist om uit de hand magistrale bereidingen te maken. Het pentagram, de vijfhoek, is als symbool een samenvoeging van de driehoeken vuur, water, aarde en lucht, het staat voor de vijf zintuigen, het verbeeldt het evenwicht tussen de vijf elementen (water, vuur, aarde, metaal en hout) en het straalt magie uit.

En daarmee willen de drie alchemisten van dienst het publiek dat op tribunes zit, verrassen en behagen. De banken zijn ook in een vijfhoek opgesteld. Ze zijn nu wat leeg, het publiek zit ‘coronaproof’: alleen, met twee, een paar met drie of vier in een ‘bubbel’, op afstand en met mondkapjes op. ‘Mondmasker’ klinkt hier beter. Een masker heeft iets geheimzinnigs, iets theatraals, het verwijst naar oeroude rituelen waarin sjamanen, medicijnmannen, priesters en artiesten vol overgave hun magische trucs met hun publiek deelden.

Ook de drie laboranten dragen maskers die met hun donkergroene kleding associëren. Beschermend zijn ook de handelingen van handen wassen, desinfecterend spul sproeien, dekbladen schoonwrijven, de handen met gel inwrijven, het masker op- en afzetten. Het zijn herhalende handelingen die perfect passen in hun rituele toverwerk. Simultaan verrichten ze hun werk met vijzel en kolven, laten ze in glazen bakken blauwe dampen borrelen, ze experimenteren en vinden met hun ingrediënten eetbare brokjes uit.

Bij aanvang klinken geheimzinnige klanken van de chatkan (een Siberische harp met zes of zeven snaren, dat zoals ik achteraf lees, als een heilig instrument werd beschouwd, dat deel uitmaakte van ‘een aan taboes gebonden ritueel’ – wat dat ook moge zijn). We krijgen een stenen horentje met gruis erin. Peter De Bie, de chefkok en maker van zoveel culinaire producties bij Laika toast met het hoorntje. Ook wij gieten het grijze gruis in onze mond. Het smaakt lekker fris. Daarna komen de alchemisten en muzikanten nog herhaaldelijk hapjes naar het publiek brengen. Ze leggen dat als hosties op de handpalmen van de toeschouwers, ik waan mij even in mijn kinderjaren. De elektrische bloemknop is een ware sensatie en trilt nog lang na tegen je gehemelte en op je tong.

Als in een oerritueel zijn de drie (Peter De Bie en afwisselend Sara Sampelayo/Simone Milsdochter, Bram Smeyers/Arnout Vandamme) de magiërs die met hun handelingen, hun ritmische danspassen, hun brouwsels en hapjes het publiek prikkelen. De bedwelming gebeurt echter vooral door de muziek en het gezang van de acht mensen van Zefiro Torna. Zij zijn dé muzikale sjamanen, die tussen de alchemisten en het publiek (op vereiste afstand) staan en heerlijke melodieën uit hun gamma van instrumenten (onder andere een dwarsfluit, saxofoon, Franse doedelzak, bugel, ukelele, trom, viool, klarinet, mondharp, luit, theorbe en duduk) toveren.

De gezangen van Elly Aerden, Raphaël De Cock en Jurgen De bruyn maken het geheel nog indrukwekkender. Zefiro Torna putte voor haar muzikale inbreng uit het mystieke werk van Hildegard van Bingen, uit vijftiende-eeuwse polyfone muziek, uit eigen composities op teksten van Emile Verharen, Vergilius, Horatius en anderen, uit traditionele gezangen uit Portugal, IJsland, Griekenland. Hoe prachtig en meeslepend is het slotlied ‘To Yasemi’, over de verleidende geur van jasmijn. We krijgen daarbij een brokje Steen der Wijzen met een levenstwijgje geserveerd. Apart van smaak!

Balsam ging nog vóór de pandemie in première in Calais, en was bedoeld voor een publiek van tweehonderd mensen. Nu is de capaciteit vijfenzeventig mensen per keer. Er wordt op de Zomer van Antwerpen twee keer per dag gespeeld, vandaar twee ploegen alchemisten. Er moet tussendoor heel veel afgewassen en ontsmet worden.

Jurgen De bruyn van het muziekensemble liep al lang met het idee rond om niet alleen muzikaal rond alchemie te werken, maar ook theatraal. Zefiro Torna heeft al vaker met met beeldende theatergroepen samengewerkt (De Maan, Ultima Thule, Froefroe) en klopte bij Laika, het ‘theater der zinnen’ aan om samen een muzikale, visuele productie te maken rond roesopwekkende en bedwelmende planten en kruiden. Na een paar jaar wachten is het er toch van gekomen.

En nu Balsam in coronatijd wordt gespeeld, maakt dat de voorstelling nog meer bijzonder. Door de afstand tussen alchemisten en muzikanten, tussen muzikanten en publiek, door de mondmaskertjes en al de reinigingshandelingen krijgt de voorstelling als ritueel meer sacraliteit. De muziek en de alchemistische hapjes bedwelmen zalig. In deze tijden is dat meer dan nodig. Na de voorstelling krijg je een fijn boekje, met uitleg en tekeningen, met de liedteksten én met recepten om zelf de vegetarische hapjes te maken.

Foto: Kathleen Michiels