De liefde spat ervan af in Bal(les) van Compagnie Zalataï. Natuurlijk zijn er irritaties, is er gespeelde boosheid, onbegrip bij de twee circusartiesten, zoals in elke goede relatie, maar de hechte band die jongleur Alexander Koblikov en luchtacrobate Charlotte de la Bretèque op de circusvloer uitstralen, oogt volledig in balans. Een lach, een blik, een helpende hand. Plooien, als die zich al aandienen, worden meteen gladgestreken. Vergeten en vergeven.

De Oekraïense en Franse artiesten zijn niet alleen in hun circuskarakters, maar ook in het dagelijks leven een koppel. Die wetenschap benadrukt de liefdevolle laag in deze korte, goed gemaakte voorstelling.  De twee zijn goed in hun circusdisciplines, dat tonen ze van begin tot eind. Het is ongelooflijk om te zien dat Alexander Koblikov uitmuntend, razendsnel met tien (!) ballen jongleert. Dat kunnen alleen de toppers.

Bal(les), een voorstelling met een flinterdun narratief, was op circusfestival Circolo te zien in de openlucht. Het is de eerste keer dat het gezelschap in Nederland optreedt. Wat de twee in de voorstelling laten zien, schurkt aan tegen het klassieke circus, al is de warme onderlinge band waar ze het publiek voortdurend in meenemen, theatraal gegeven. Compagnie Zalataï slaat op een aandoenlijke manier een brug tussen het traditionele circus en het nieuwe circus.

Het publiek ziet een houten vloer met daarop een hoge driepoot van rode palen, met in de top een bundel spierwitte koorden. Onder dat gevaarte staat een houten bankje. Koblikov opent de show. Hij speelt losjes, bijna achteloos met een witte jongleerbal. Hij laat die bal achter zijn schouder voortbewegen, over zijn arm rollen en weer terugkeren naar zijn andere arm en hand. De jongleerbal gaat ook in een vloeiende beweging over zijn knie en rug. Het is een opwarmertje voor wat gaat komen, zo blijkt later. Alexander Koblikov is vooraf aangekondigd als een van de beste jongleurs ter wereld en dat gaat hij waarmaken.

Zijn partner neemt het podium over. Uit de driepoot valt een koord en ze balanceert als een koordanseres over het gedeelte van het touw dat languit op de grond ligt. Begeleid door Lazy Place van de Franse band Caravan Place klautert ze omhoog alsof het touw uit meerdere traptreden bestaat. Dat doet ze met een aanstekelijke glimlach. Niet veel later maakt ze plaats voor haar partner, veegt even de vloer schoon voor hem. Ze willen allebei hun kunnen aan het publiek tonen en krijgen meestal alle ruimte van elkaar.

De jongleur speelt met drie ballen, op de grond liggen er nog zeven. Hij gooit ze omhoog, vanachter zijn rug, hij draait zich om zijn as als de ballen in de lucht zijn, vangt er eentje op met zijn nek. Drie ballen worden vijf ballen, dan zes, zeven, negen. Op dat moment gooit hij de ballen in drietallen omhoog om ze beheerst weer op te vangen en opnieuw omhoog te werpen. Je kunt erop wachten: ook de tiende bal komt erbij. Het is onvoorstelbaar knap en toch lijkt het alsof de jongleur zijn truc met grote beheersing en groot gemak uitvoert.

De twee spelen ook samen met jongleerballen. Die laten ze op hun voeten balanceren of geven ze met de wreef aan elkaar over. Als Charlotte de la Bretèque zich in een horizontale pose vouwt, benen gebogen, zijn haar scheenbenen die naar de lucht wijzen ineens een helling waar de ballen overheen rollen. De achtereenvolgende acts worden ondersteund door Experience van Ludovico Einaudi en Optimist en Escape Artist van de Canadees/Amerikaanse cellist en componist Zoë Keating. Dat is fijne, toepasselijke muziek die de zachte, ook luchtige sfeer van de voorstelling aanvult.

De vele koorden in de driepoot vormen een gordijn van draden waartussen Charlotte de la Bretèque beweegt als ze in een dikker koord klautert. Af en toe lijken diezelfde touwen spijlen alsof ze in een vogelkooi zit.

De draden zitten vast aan een cirkel in de nok van de driepoot. Als de acrobate snel rondjes draait, vormen de koorden fraaie vormen: bollen, kegels. De artieste beweegt ook in en met de tientallen dunnere koorden. Zo wikkelt ze bundels touwen om haar armen en draait in rap tempo naar de nok van het gevaarte. En natuurlijk glijdt ze razendsnel naar beneden om net boven de houten vloer te eindigen. Het stuk eindigt met een liefkozing waarbij de artiesten, en de materialen waarmee ze werken worden samengebundeld. Het onderlinge respect, de warmte tussen de twee artiesten beklijft, ook als de voorstelling al lang voorbij is.

Bal (let) is een korte voorstelling, amper een half uurtje circus in een stadspark op een zaterdagmiddag. Langzaam dringt door dat het publiek getuige is van een jongleur met een onvoorstelbare techniek, op hoog niveau. Jongleren met tien ballen? Dat is veel. In het Guinness Book of Records staat het record op twaalf ballen.

Foto’s: Jostijn Ligtvoet