Ontevreden zijn ze, de bewoners van AZC Gouden Bergen. Gedesillusioneerd en teleurgesteld over het ‘o zo prachtige’ Europa, waar vluchtelingen niet welkom zijn, migranten en kinderen van migranten elke dag discriminatie en racisme moeten verduren, waar populisme in opkomst is en hokjesdenken nog altijd hoogtijdagen viert. En dus wachten ze op toelating tot een nieuw land in een bedompt en broeierig AZC. Het publiek wordt er ook toegelaten, op eigen risico natuurlijk.

In het industrieel ogende Brutus Art Space in Rotterdam tuigden de theatermakers van Grande Loge een pop-up-AZC op: een vierkant panopticon van steigerbuizen en -platforms waar mensen op matrassen liggen te wachten op vertrek en vrijheid. 

Na een opzwepende uitleg in de buitenlucht over de strekking van het omgekeerde AZC en een poosje op een kluitje wachten in een benauwde tussenruimte, heeft het publiek tegen de tijd dat ze er binnen mogen koptelefoon in de handen gedrukt gekregen. De overheersende geur van betonstof vult de donkerbelichte ruimte. Het voelt alsof we rechtstreeks een zwaar beveiligd gevangeniscomplex in zijn gewandeld. Mensen met rode hesjes voegen zich op de begane grond tussen de stellages, het overgrote deel van het publiek kijkt vanaf een verdieping erboven neer op het binnenplaatsje. 

Hoe moeilijk écht immersief theater ook is om te bewerkstelligen: hier werken decor, soundscape, licht, ruimte en publieksopstelling elkaar in de hand en is de drukkende sfeer alom aanwezig. Maar de setting blijkt een huls voor een verhaal dat van de hak op de tak springt en de toeschouwer dwingt alle losse eindjes zelf aan elkaar te knopen.

We volgen vijf AZC-bewoners, die van conflict in conflict vallen, dronken door de ruimte zwieren, aan de meest gruwelijk ogende offerrituelen beginnen en weinig succesvol en een beetje ongemakkelijk contact proberen te leggen met het publiek.

Tussen alle verwarring door zijn er enkele keren glimpen van hun beweegredenen op te vangen. Edje heeft het gevoel dat hij in Europa constant als foute, witte man wordt weggezet, Bouchra wil terug naar Marokko omdat ze er klaar mee is altijd maar als uitzondering gezien te worden, Choi is in het verkeerde lichaam geboren, geadopteerd en heeft zich in alle opzichten altijd buitenstaander gevoeld, Kenneth zoekt naar vruchtbare grond en Dries, een vlogger met journalistieke ambities, is er om al het onrecht vast te leggen, maar blijkt zelf ook een verleden te ontvluchten.

De beweegredenen zijn schrijnend: dit is een aanklacht tegen een Europa waarin eenzaamheid, discriminatie, ontmenselijking en buitensluiting de norm zijn én een wake-up call over de medeplichtigheid die ieder draagt die in stilte toekijkt. ‘Hoe kan je leven in een orkaan van xenofobe adrenaline?’, schreeuwt een van de spelers op een beklijvend moment, dat kracht wordt bijgezet door de sterke dansers van Ankata Dance Company Burkina Faso. Zij zorgen overigens wel vaker voor zeldzame momenten van gevoel.

Verder is er in de tekst van Enver Husicic namelijk te weinig ruimte voor de verhalen van de personages om te ontroeren, of zelfs helemaal duidelijk te worden. In het overgrote deel van de voorstelling is regisseur Tjon Rockon erop gestoeld de akelige, wrede sfeer in het AZC over te brengen. Het gaat meer over de onnavolgbare onderlinge geschilletjes, ruzies en absurde – maar ook onrealistische, martel-achtige – praktijken in het AZC, dan over de wereld erbuiten. Voor een geloofwaardige link tussen die twee werelden is de een té dystopisch en onecht. Ondanks de geslaagde onderdompeling blijft het gevoel medeplichtig te zijn geweest aan de gang van zaken in het AZC uit. Het gevoel dat overblijft is toch vooral dat van verwarring.

Foto’s: Amanda Harput