In het Zuiderpark in Den Bosch is tijdens Theaterfestival Boulevard een aantal korte dansvoorstellingen te zien, zowel buiten als binnen in de tenten. Nasib Katong Dua is een virtuoos duet van Cheroney Pelupessy in samenwerking met danser Jefta Tanate, dat reflecteert op de onderdrukte positie van de Indonesische en Molukse bevolking. (meer…)
De esthetiek van Alesya Dobysh en Simon Bus is doorgaans sober. Ook in AWOL, waarin verschillende kanten van het jonge-man-zijn fysiek worden onderzocht.
De soberheid (een scheef wit vierkant op de vloer, horizontale neon-led-buizen op ooghoogte in elke hoek) brengt ons naar een soort limbo waarin drie mannelijke performers als parodie, paradox of archetype van zichzelf verschijnen. AWOL ontvouwt zich als een abstract schilderij. Het witte canvas wordt gaandeweg gevuld met scherpe en gelaagde bewegingskwaliteiten, spatjes humor en hints naar een opzettelijk verdraaide ‘boys will be boys’ symboliek.

Balder Hansen, Eloy Cojal Mestre en Kajoinboi beginnen de voorstelling alledrie in dezelfde houding. In strak pak gekleed, hun hoofd gebogen, kruipen ze als verslagen honden over de vloer. Ik zie er iets in van de onderdrukte, jonge mannelijke seksslaven in Pasolini’s Saló – een andere wereld waar de effecten van scheve machtsverhoudingen blootgelegd worden, al gebeurt dit hier op veel subtielere wijze.
Langzaam bewegen de dansers naar elkaar toe en beginnen onder elkaar heen te kruipen, een vloeiende stapel van lichamen bouwend. Alleen dan andersom, van beneden naar boven. De mogelijke betekenis van het beeld verandert mee: vertraagd en als in rewind-gespeeld, wordt het kinderlijk spel van dominantie waarin iemand wordt geplet door anderen ontkracht. Hard wordt zacht, onderdrukking wordt ondersteuning.
De kracht van de voorstelling zit vooral in hoe de choreografie zich als abstract partituur ontvouwt in de tijd. Het al omschreven en quasi-filmische rewind-effect, waarin de tijd door middel van beweging wordt gebogen, komt vaker terug en is op momenten uncanny om te zien – vooral in het lichaam van Hansen, naar mijn mening een van de beste dansers op het hedendaagse Nederlandse toneel. Bewegende beelden krijgen de tijd om te ademen en gebaren, mimiek en acties worden strak ingezet met een hoog symbolisch gehalte (een ‘bro’-achtige kopstoot, bijvoorbeeld).
Dobysh en Bus bewijzen zich zo nog eens als de sterke vakmensen die ze zijn. Net als William Forsythe doet met ballet, halen zij in AWOL de danstechnieken waar ze meesters in zijn uit hun context (performers en makers komen uit de wereld van club and street styles). Ze buigen deze om naar wens om als abstracte ‘taal’ te laten schitteren. De soberheid in decor en muziek (een heel elegante en omineuze soundscore met veel stiltes, ontworpen door Boris de Klerk) versterkt dit: De bewegingspartituur is en blijft de rode draad die onze aandacht vasthoudt.
Locking, Breaking en House zijn stijlen waar dansers alles tussen staccato en flow tot in de puntjes fysiek begrijpen en zich eigen maken, op zoek naar een precisie en authenticiteit die vaak het virtuoze opzoekt. In een stuk waar alles draait om de artistieke kracht van de bewegingen zelf en niet de persoon die ze uitvoert, kan deze fysieke verfijning als een magneet voor het oog werken. Maar het minimalisme van AWOL kent ook een risico: alles hangt hier van de performers af. Verschillen in vermogen, toewijding of overgave tussen de drie dansers waren tijdens de première voelbaar en op momenten afleidend, maar dit deed niet af aan het geheel: Het is zeer de moeite waard om dit schilderij te zien groeien met de tijd.
Foto’s: Koko EXG (boven) en Sjoerd Derine














