Een van de eerste scènes van Atsumori is spectaculair: vijf dansers staan in het complete donker en hebben een object in hun handen waarmee ze vonken maken. Bij elke vonk zien we hen oplichten en van positie veranderen in hun witte, dikke jassen. Licht en donker spelen een grote rol in deze choreografie van de Portugese Catarina Miranda, te zien tijdens Julidans. Maar hoe mooi sommige beelden ook zijn, de voorstelling is wat vlak en afstandelijk.

Miranda heeft zich voor Atsumori laten inspireren door het Japanse Noh-theater, waar ze zich in 2018 in Kyoto in verdiepte. De titel verwijst naar een tekst uit de vijftiende eeuw, over de geest van een jonge samoerai die terugkeert naar het slagveld om zijn dood te wreken.

Dat verhaal is echter niet zozeer in de voorstelling terug te zien. Miranda lijkt vooral gebruik te hebben gemaakt van de beeldtaal en sfeer van het Noh-theater. Al is het moeilijk de verwijzingen naar die traditie uit de voorstelling te halen of te begrijpen als je er niet bekend mee bent.

De donkere muziekcompositie van Lechuga Zafiro kent vele dimensies: galmende bonken, getik, horrorfilmgeluiden en muziek die van een strijderssoundtrack naar de clubscene gaat. Op dit alles mengt Miranda moderne danspassen met veel voetenwerk en hiphopbewegingen als isolaties.

De vijf figuren staan op een vlak dat verschillende kleuren licht uitstraalt, met boven hen een stuk doorzichtig plastic dat licht reflecteert. Af en toe levert dat interessante taferelen op, maar de gezichten van de dansers blijven vaak in het donker gehuld.

Sommige beelden blijven plakken omdat ze excentriek zijn: zoals de sinistere figuur aan het begin die in een dikke jas met een gezichtsbedekkende capuchon opkomt in blauw licht, of de dansers die met de rug van hun handen in hun zij en hun borst vooruit aan ganzen doen denken. Soms is er ook een interactie die prikkelt: twee dansers die elkaars hand vasthouden of drie dansers die hun armen in elkaar haken en samen ronddraaien. Ze lijken op die momenten in verbinding te staan met elkaar, in plaats van losse elementen te zijn die dezelfde bewegingen maken.

Wie op Julidans ook Xx-63 van collectief Trevoga heeft gezien, zal wat overeenkomsten herkennen: die voorstelling kenmerkt zich ook door verwijzingen naar de clubcultuur, heeft eveneens een turbulente soundtrack met verschillende ritmes en onaangename geluiden als een schreeuw, en er zijn ook personages die zich in een lugubere wereld begeven.

Beide voorstellingen weten helaas niet te raken; vooral bij Atsumori worden de performers geen mensen van vlees en bloed, maar zijn ze slechts figuren die bewegingen uitvoeren zonder veel emotionele verbinding met zichzelf of elkaar. Uiteindelijk is het het lichtontwerp van Leticia Skrycky en Joana Mário dat wat contrast, spanning en gelaagdheid toevoegt aan de afstandelijke dans.

Foto’s: José Caldeira