Het cruiseschip heet Artemisia, naar Artemis, de Griekse godin van de jacht, van de vrouw en van de kuisheid. Theater Artemis brengt met Artemisia All Inclusive (8+) in de regie en naar een idee van Liesbet Swings een ’totaalervaring’ tijdens Theaterfestival Boulevard voor de passagiers aan boord. (meer…)
De toeschouwer van locatietheater komt vaak op onverwachte plekken: in een duinpan, een bos, de achterbak van een vrachtwagen, een container, het ruim van een schip. Bij Arty Farty in the Playground van Theater Artemis zijn veelkleurige speeltuinen het decor, maar nog frappanter is de weg daar naartoe.
Het publiek zit in een toeristisch treintje dat door de binnenstad rijdt en stopt bij plekken met schommels, zandbakken, wippen en klimrekken. Daar treden telkens performancekunstenaars op. Het is een vrolijke, speelse beleving, maar daarnaast vooral ook een intelligente manier om performancekunst – dat te vaak als museaal en highbrow wordt ervaren – toegankelijk en vanzelfsprekend te maken.

Tijdens Theaterfestival Boulevard vertrekt het treintje bij de Sint-Janskathedraal in Den Bosch, de thuisstad van Theater Artemis. Het publiek is verdeeld over twee coupés, waarmee ze in een stevig tempo best een eind door de Bossche binnenstad rijden. Uit boxen klinkt een wervelwind aan gemixte geluidsfragmenten: stukjes uit blije kinderliedjes en bekende stemmetjes uit tv-programma’s als Fabeltjeskrant, Calimero, De Astronautjes en Sesamstraat, ja ook Bert & Ernie. Het is een geluidscollage van de Belgische dj Grazzhoppa, die zowel de reizigers in de trein als de verwonderde, opgeschrikte passanten op straat horen.
In de buurt van winkelcentrum Arena zit een man in keurig pak met een boodschappentas van supermarkt Dirk. Daar dichtbij staat een soort beer, een figuur in een bruin opblaaspak. Op de achtergrond staan speeltoestellen. Liesbet Swings van Artemis is de curator van dit theatrale kunstproject, zo vertelt ze als de trein daar stopt. Haar microfoon heeft de vorm van een banaan, wat het geheel nog absurder maakt.
‘De speeltuin heeft een esthetische lichtheid’, leert ze. ‘Het is een readymade.’ Later zal ze bij elke speeltuin de kunstenaars die daar spelen op diezelfde toon introduceren. De serieuze, abstracte kunsttermen contrasteren sterk met de speelsheid van het ritje in de trein en creëren daardoor verdieping én vervreemding.
Ter hoogte van de Vughterstraat, de reizigers zagen al een flink deel van de stad, houdt de trein stil en stapt het publiek uit. Het wandelt door het smalle Bleekerstraatje en ziet daar in een speeltuin performancekunstenaar Rob Smorenberg. Het is de man in het zwarte pak met de tas van Dirk. Onderweg heeft het publiek hem ook al een keer gezien als hij over een brug fietst en zijn boodschappentas in brand lijkt te staan. Nu zit hij in het zand, in de buurt van een blauw klimrek.
Langzaam kruipt hij in de Dirk-tas waar rook uitkomt en verdwijnt onder de grond. Eerst zijn hoofd, dan de rest van zijn lichaam. Vanuit het niets beweegt de wip, de schommel en een speelgoedautootje begint vanzelf te rijden, zo lijkt het. De kinderen in het publiek ontdekken meteen wat er gebeurt en roepen dat ze touwtjes zien.

Niet veel later steekt aan de andere kant van de speeltuin een hand uit boven de grond. Een manchet van een overhemd is zichtbaar, een arm. Behoedzaam kruipt de performer uit de verborgen wereld onder het zand. Deze keer in een wit kostuum, in plaats van een zwart pak. Het is een performance met verrassingen, ludiek, absurd en erg strak gemaakt. Geen lange aanloop, maar onmiddellijk visueel spektakel.
In de omgeving is nog een speeltuin, om de hoek. Het publiek loopt daar naartoe. Swings introduceert performer Tina Schott en slagwerker Jeroen Stevens op haar inmiddels vertrouwde manier: het is kunsttaal in een omgeving voor kinderen. Stevens slaat met drumstokken op een verticaal rek tegen de wand, terwijl zijn tegenspeelster op de hinkelbaan sprongen maakt. Op zijn hoofd draagt Stevens een grote muts, later blijkt dat daar een bekken in is verborgen.
Zo bespelen de twee meerdere speeltoestellen waarbij ze nauwgezet op elkaar reageren. Schott springt heen en weer op gekleurde stippen op de speelplaats en Stevens past zijn ritme op de mini-xylofoon die hij dan bespeelt daarop aan. Daarna slaat hij ritmisch, steeds sneller ook, met zijn stokken op de stalen staven van een klimrek en de treden van een touwladder. Zijn compagnon reageert met bewegingen. Opvallend is dat in het klimrek meerdere kinderen zitten die het schouwspel van dichtbij meemaken. Het kan niet anders dan dat dit navolging krijgt.
De laatste halte is de Jeroen Bosch Tuin met de performance van de Braziliaanse Mariana Senne. Dit is het gekste optreden, ook het meest simpele. De performer zit opgesloten in het bruine opblaasbare pak dat het publiek al eerder heeft gezien. Ze verwelkomt de toeschouwers, de kop van het pak gaat af en ze eet en drinkt. Ook schetst ze een tekening van een omstander. Het korte optreden eindigt als ze van de glijbaan naar beneden roetsjt. Inmiddels is die glijbaan op uitnodiging van Senne overgenomen door kinderen.

De derde performance is kort en dat blijkt een goede keuze. De kakofonie aan geluiden in de trein, de ontelbare indrukken onderweg, reacties van passanten, drie performances, tijdens Arty Farty in the Playground is geen tel rust. De ervaring is erg leuk, maar het is ook erg veel. De trein reist verder naar het eindstation. Tijdens de rit komt de vraag bovendrijven wie nu het werkelijke publiek is: de mensen in de trein of toch de mensen op straat.
Foto’s: Karin Jonkers













