Halverwege Jean Anouilhs Antigone (1942) laat Kreon zich ontvallen dat hij dondersgoed weet dat hij de slechterik is in deze tragedie. Het is de consequentie van de rol die hij vertolkt: hij is koning, en moet dus rust en orde bewaren in het roerige Thebe. Er moeten mensen zijn die ‘ja’ zeggen, zegt hij, die het schip besturen. (meer…)
Het begint met het einde: midden op het toneel hangt een in het zwart geklede jonge vrouw aan een koord, de keukenstoel onder haar is weggetrapt. ln de (te) overvolle voorstelling van Alan Lucien Øyen staat Antigone symbool voor alle vrouwen.
De Noorse choreograaf, schrijver en regisseur kiest niet voor een klassieke vertelling van Sophocles drama, maar voor een radicale herlezing. Øyen danste bij diverse Europese gezelschappen, voordat hij in 2006 zijn eigen interdisciplinaire gezelschap Winter Guests oprichtte. Op het podium staat een internationaal ensemble van dansers en acteurs, onder wie performers van het beroemde Tanztheater Wuppertal en van zijn eigen gezelschap. De invloed van Pina Bausch is duidelijk voelbaar in zijn dansidioom en in de emotioneel geladen theatertaal.
Na dat gruwelijke openingsbeeld zien we twee mannen het toneel opkomen, de een blind (de blinde ziener Tiresias?). De ander ondersteunt hem en vertelt wat er te zien is: de zeven panelen vertegenwoordigen de poorten van Thebe, voel maar. Hij doorbreekt even de vierde wand: boven ons hoofd is tekst te lezen, zegt hij, alsof we publiek verwachten. Vervolgens horen we een opsomming van gruwelijkheden, de een nog luguberder dan de ander, een schets van de buitenwereld die niet alleen over Thebe, maar over elke door oorlog verscheurde stad lijkt te gaan.
Op ingetogen pianomuziek zien we vervolgens het ensemble in het zwart gekleed in een cirkel dansen, zacht en licht, een beeld van verzoening en troost. Het is een scène die aan het eind van het stuk terugkeert.
In het eerste bedrijf is een aantal scènes te herleiden naar het klassieke werk. Twee jonge mannen, vermoedelijk Polyneikes en Eteokles, de broers van Antigone, dansen een duet. Het begint met onschuldig spel, ze dagen elkaar uit, openen hun armen, omarmen elkaar, maken vuistbewegingen. Allengs komt er meer agressie in het spel, spelen wordt worstelen, wordt vechten, tot een van de twee zich overgeeft. ‘Ik kan niet ademen, roept hij, waarin we een echo horen van de laatste woorden van George Floyd. Antigone schreeuwt als ze haar dode broer vindt. In een lange solo pelt ze alsmaar haar armen af, alsof ze het leed van zich af wil stropen.
Handen en armgebaren spelen een hoofdrol in Øyens choreografische taal die verder veel invloeden van Pina Bausch laat zien, de pionier van het danstheater: alledaagse gebaren, repetitieve bewegingen, slepende passen. Een fysieke en emotioneel geladen theatertaal waarin beweging en tekst elkaar versterken. De score varieert van klassieke muziek tot popsongs.
In een aantal geestige scènes, die los lijken te staan van het verhaal van Antigone, zien we Nazareth Panadero, een van de coryfeeën van Tanztheater Wuppertal, in een bizarre dialoog met ‘Alexa’, haar slimme spraakassistent. Aanvankelijk wil ze alleen weten wat voor weer het is in Granada maar gaandeweg stelt ze haar digitale huisgenoot steeds metafysischer vragen, zoals ‘Waar is de deur naar de onderwereld?’. Zoals dat hoort, antwoordt hij behulpzaam en onbewogen.
Vooral het tweede deel van de veel te lange voorstelling (bijna drie uur, inclusief een pauze) is losgezongen van het Antigone-verhaal. In het eerste bedrijf komen nog wat tot het oorspronkelijke verhaal te herleiden fragmenten voor, het tweede bedrijf is nog abstracter. De ene solo volgt de andere op, vooral van de vrouwelijke personages. Gaat het over de grot waar Antigone is opgesloten? Staan alle vrouwen symbool voor Antigone? ‘Mijn naam is Antigone’, zo begint een opsomming waarna een enorme litanie van namen van verkrachte en vermoorde vrouwen volgt, van Iphigenia tot Britney Spears, Marilyn Monroe en Maya Angelou. Een heftige aanklacht, maar tegelijk een verzwakking van de power van Antigone die zich nu net met haar hele wezen verzet tegen (patriarchale) macht. Door alle vrouwen tot slachtoffer te verklaren, wordt de kern van Antigone juist minder krachtig.
Aan het eind zien we Antigone terug: ze haalt papiertjes uit haar mond, waarop woorden staan die vervolgens op de rug van een van mannen worden geschreven: ‘Justice, Shame, Honor, Incest’. Het brengt even de kernthema’s van de tragedie van Antigone terug, maar enigszins geforceerd: het conflict tussen eer en geweten, tussen gehoorzaamheid en verzet, tussen individu en staatsmacht. Die waren we intussen al lang vergeten.
De poging van Øyen om het drama van Antigone te herleiden tot een verhaal over alle (vrouwelijke) slachtoffers en de oorlog om Thebe tot alle oorlogen, leidt hier en daar tot aangrijpende beelden (en vooral teksten). Maar door de personages tot archetypes te herleiden (Antigone staat voor alle vrouwen die misbruikt en/of vermoord zijn), mist de voorstelling scherpte en focus. De voorstelling had een veel strakkere dramaturgie verdiend; vooral het tweede deel duurt echt te lang, de overgangen zijn vaak abrupt en missen een voelbare logica. Daar staat veel tegenover: geweldige performers, prachtige beelden, geestige intermezzo’s en aangrijpende teksten.
Foto: Mats Backer














