De term ‘dansende beer’ krijgt in de jeugdvoorstelling Anochi een andere, ook diervriendelijke betekenis. Halverwege het stuk dansen de twee performers met menshoge knuffelberen, een donkere en een lichte staande beer.

Ze houden de speelgoedberen dicht tegen hun lichaam, been tegen poot, buik tegen rug, met de snuit van de pluchen beren richting het jonge publiek. Zo maken de dieren dezelfde moves als de dansers. Poot naar links, poot naar rechts, een lome swing, dan een schokkerige zwaai. Na afloop vragen de beren aan de toeschouwers om applaus door met hun voorpoten te klappen.

Anochi is even een poppenspel, speels en grappig, maar vooral een aaneenschakeling van acrobatiek en dans, met de herkenbare urban moves van hiphopdansers. De performers Remses Rafaela en Patrick Karijowidjo zijn er gedreven in. De twee zijn crewleden van Passion&Skillz, een Rotterdams productieplatform dat een brug slaat tussen de cultuur van de straat en het podium, en dat met een sterke Afro-Caribische signatuur.

De voorstelling is geregisseerd door Rafaela en is ingegeven door zijn ervaringen: hij zag dat zijn eigen kinderen bang zijn in het donker en besloot die angstige ervaring om te keren. Niet in paniek het licht aanknippen, maar in het pikdonker vrolijke avonturen beleven.

In deze jeugdvoorstelling spelen de dansers/acteurs twee broers. Gekleed in lichte pyjama’s zijn ze in hun kinderkamer. Het publiek ziet twee matrassen dicht naast elkaar, zitbankjes, knuffelberen in allerlei maten en een enorme knuffelbeer op een erg hoge stoel. Op een groot scherm op de achtergrond, speelt een prachtig gemaakte animatie, een looping, met droombeelden: planeten, ontdekkingstochten, een rots met daarop een huis en een enorme boom, een boek met rode letters omringd door rode blaadjes.

De twee komen op, één voor één, turend naar de tablets in hun handen. Het is een handeling die bij die broertjes zomaar elke avond zou kunnen plaatsvinden, nog even een spelletje voor het slapen gaan. Deze donkere nacht blijkt anders dan andere nachten. De jongetjes lijken te in een fase tussen droom en werkelijkheid. Deze duistere nacht is hun slaapkamer een speeltuin voor acrobatische toeren, freestyle en fijne dansmoves. Rafaela en Karijowidjo bewegen soepel, makkelijk, met zichtbaar plezier. Hun capriolen ondersteunen het lichte format: een fantasierijke, speelse nacht in een kinderkamer.

De ene speler valt op de bank in de hoek van de kamer, veert op en landt met een salto op de vloer. De omgekeerde beweging maakt hij ook. Sprongen en salto’s volgen elkaar op, voorwaarts, achterwaarts, net als radslagen, koprollen, handstanden en een backspin waarbij een performer liggend op zijn rug, benen omhoog, rondtolt. Ook kruipt een broertje onder een laken, met een lampje en een djembé. Zo breng hij zijn broer aan het schrikken.

Diezelfde lakens worden later gebruikt om mee te zwaaien en te wapperen, ook om touwtje te springen nadat ze aan elkaar zijn geknoopt. De jolige scènes volgen elkaar in een vloeiend ritme op. Het is allemaal niet zo ingewikkeld, gewoon prettig om te zien. Als de matrassen dicht bij elkaar worden gelegd, vormen ze een trampoline: het ene matras om op te springen, het ander om op te vallen. De performers nemen ieder van een andere kant een aanloop en duiken op een matras, ook kruislings over elkaar.

Even is er een rustig moment in de voorstelling als Rafaela met een microfoon en sampler geluid van kinderen in de zaal opneemt. Je zou verwachten dat dat verder wordt uitgewerkt of later terugkomt, maar dat is niet zo. Ook zijn de handelingen van Rafaela pal bij de eerste rij van de tribune, laag bij de grond, zodat niet iedereen kan zien wat er gebeurt.

Tegen het eind van Anochi (‘nacht’ in het Papiamento) schuiven de performers de immense groene stoel naar voren. Ze hangen aan de stoelpoten, ook als die op zijn kant ligt en klauteren daarna omhoog om op de zitting te gaan staan. Het is een mooie plek om naar de kinderen in de zaal te kijken en als een waaghals vanaf te springen.

Toch is de slotscène met de stoel niet het sterkste moment: het zou beter uitgewerkt kunnen worden en mag verrassender. Dat gevoel keert tijdens de voorstelling vaker terug. Niettemin vinden de kinderen in de zaal het geweldig: zeker de scènes met de lakens, de beren en de stoel, vertellen ze uitgelaten in het aandoenlijke nagesprek.

De salto’s en sprongen op het matras zullen thuis ongetwijfeld navolging vinden, er is zelfs een lichte aansporing van de acteurs. Want waarom bang zijn in de nacht als je ook kunt spelen.

Foto’s: Kim van der Weerden