De 21ste eeuw bracht ons een digitale stortvloed, een nieuw online ecosysteem waarin collabs, clout en content de belangrijkste waarden van succes bleken. Maar is de druk die zo’n online presence met zich meebrengt wel houdbaar? En is die constante focus op identiteit wel gezond? (meer…)
Veel Parade-artiesten lopen met speciale acts over het terrein om ‘parade te maken’. Dat wil zeggen: aandacht trekken van het publiek in de hoop dat het een kaartje zal kopen. Thor Braun doet dat op een wel heel bijzondere manier: hij sjokt door de mensenmassa heen met een enorme kikker op zijn rug.
In Zaal 4, waar hij deze zomer met zijn voorstelling Amfibie is te zien, blijkt waarom. Braun heeft, los van het feit dat hij van alle dieren houdt, van jongs af aan een fascinatie voor kikkers. Hij begint dan ook met een kleine performance waarin hij steeds intenser een kikker nadoet: grote bolle ogen, een trillende onderkin. Bijna ongemakkelijk is het, maar al snel neemt hij het woord en vertelt aanstekelijk over zijn kikker-liefde. Met een minutieuze beschrijving van hoe dat diertje in elkaar zit, de smaak van zijn slijmerige huid, en zelfs een onverwacht gewelddadige fantasie over het dooddrukken van het dier – Was sich liebt, das neckt sich.
In Zaal 4 hangen een paar schilderijen van kikkers en andere dieren, door Braun zelf gemaakt. Behalve acteur en theatermaker schildert hij ook, zoals eerder bleek in zijn eerste solovoorstelling Jongens. Er zit een soort donkerte in die afbeeldingen, zoals die ook doorklinkt in de tekst. In wezen is Amfibie (eindregie Mara van Vlijmen) een vervolg op Jongens; ging het daarin over zijn fascinatie voor de Italiaanse filmmaker/schrijver Pier Paolo Pasolini, nu zijn het de kikkers. Maar niet alleen dat: Braun mixt zijn betoog met hoogst persoonlijke bekentenissen, twijfels en gedachten van een jongeman met teveel ruis in zijn hoofd.
Hoe te voldoen aan al die externe verwachtingen, vraagt hij zich af. Het maakt hem onzeker, en soms ook boos. Zijn strohalmen zijn dan de kikkers, de natuur, de stilte van bospaden. Maar ook het verlangen naar seks, en mooie jongens, tijdens een boswandeling zich twee keer aftrekken, en dat verlangen dan meteen weer onderdrukken – het is geestig, oprecht en gedurfd.
Zijn gedachten buitelen over elkaar heen, maar hij weet zichzelf op het juiste moment te onderbreken door terug te keren naar de kikker, in het bijzonder naar zijn favoriete exemplaar, een kikker uit Panama die hij uitvoerig heeft bestudeerd. Als intermezzo is er een dans met het grote kikkerkunstobject, op de Italo-discohit Solo Tu van Matia Bazar.
Amfibie eindigt met een prachtig beeld: uit een van de schilderijen komt Thor Braun zelf tevoorschijn, als een soort pasgeboren kikkerjong. De gedaanteverwisseling heeft zich voltrokken.
Foto: Caroline de Winter















