De vier karakters in Alles van waarde kolken stuk voor stuk van frustraties, teleurstellingen en ergernissen, en vechten deze in de muzikale voorstelling vakkundig met elkaar uit. Alles van waarde is een ijzersterke combinatie van familiedrama en een groter actueel ideologisch-politiek conflict.

Muzikant Mies (Ton van der Meer) is gedesillusioneerd. Achter de geraniums van een tehuis spendeert hij zijn tijd aan het maken van experimentele elektronische muziek en aan het filmen van vlogs, waarin hij zijn beklag doet over de in zijn ogen abominabele programmering van het Concertgebouw. Voor hedendaagse componisten is er geen plaats, alleen voor het afgetrapte, sentimentele repertoire uit – hij spreekt het met de grootst mogelijke walging uit – ‘de Radio 4 Hart en Ziel-lijst’.

Niet veel beter is het gesteld met zijn buurman Luuk (John van Oostrum), die ooit atonale protestliederen componeerde, maar nu aan een Stephen Hawking-achtige rolstoel is gebonden. Hij kan alleen nog maar communiceren door middel van een spraakcomputer met een zeer beperkt aantal voorgeprogrammeerde zinnen.

Op bezoek komen Luuks wat vermoeid-idealistische dochter Mary (Jacobien Elffers) en haar zoon Huy (Phi Nguyen). Hij is na het afbreken van de vooropleiding van het conservatorium tot grote teleurstelling van zijn moeder het leger ingegaan en staat nu op het punt uitgezonden te worden naar Venezuela.

Moeder Mary walgt ervan. Ten tijde van de Vietnamoorlog reisde zij juist af naar Vietnam om daar te protesteren tegen de aanwezigheid van het Amerikaanse leger, en nu staat haar zoon op het punt iets te doen dat tegen iedere vezel van haar lijf indruist. Huy is andersom net zo overtuigd van zijn eigen gelijk: hij gaat naar Venezuela op vredesmissie en meent daar een verschil ten goede te kunnen maken.

De twee staan ideologisch lijnrecht tegenover elkaar, maar proberen het bezoek aan opa desondanks zo goed mogelijk te laten verlopen. Deze pogingen ontsporen echter al snel. De verwijten slingeren binnen no time over en weer. De scherpe dialogen van Joeri Vos maken het conflict tegelijkertijd invoelbaar, tragisch en lachwekkend. Dichter tot elkaar komen de twee partijen niet. Ieder is zo overtuigd van zijn of haar eigen gelijk, dat Vos kiest voor een wel heel ingrijpend middel om zijn stuk tot een denouement te brengen.

Er wordt op hoog niveau geacteerd: John van Oostrum heeft de lachers op zijn hand met zijn wat onbeholpen omgang met zijn elektrische rolstoel en zijn willekeurige uitroepen op ongemakkelijke momenten (‘kijk, een vogel’, laat hij zijn computer zeggen als hij tussen de ruziënde dochter en kleinzoon probeert te komen).

Jacobien Elffers is ijzersterk als de volstrekt gefrustreerde linkse Mary. De nervositeit, het cynisme en het hier en daar opnieuw opflakkerende idealistische vuur speelt ze vol overtuiging en met een zekere sympathie. Aan Phi Nguyen, wiens spel in een aangrijpende overtuigende zenuwinzinking met huilbui culmineert, heeft ze een sterke tegenspeler. De twee pingpongen vakkundig met verwijten, en de spanning stijgt tot een steeds hoger niveau.

De dissonanten die Ton van der Meer produceert achter zijn muziekinstallatie vormen de perfecte muzikale score bij het stuk, en zetten de spanning die tussen de verschillende generaties auditief kracht bij.

Foto: Bas de Brouwer