Wie (als kind) weleens onterecht beschuldigd is van het laten van een wind, zal de verontwaardiging herkennen die door het jonge publiek trekt tijdens Alle kinderen stinken van Patrick Duijtshoff en Judith van den Berg. In de fictieve talkshow Marco & Liesbeth wordt namelijk het schokkende nieuws de wereld in gestuurd dat er een enorm stankprobleem heerst. De oorzaak is snel aangewezen: het komt door de kinderen. Want, zo beweren de wetenschappers: alle kinderen stinken.

Op het toneel staat een kartonnen talkshowdecor opgesteld. Daar leidt de verlegen publieksbegeleider Frieda het publiek rond in de wondere wereld van de televisie. Als zij een kartonnen bordje met hahaha of applaus ophoudt, wordt het publiek geacht te lachen en te klappen – of ze het daadwerkelijk grappig vinden of niet. Het is de perfecte setting om het over echt versus nep en eerlijk versus oneerlijk te hebben.

Volgens de grote televisiebaas – die waarschijnlijk niet geheel toevallig John heet – draait in deze wereld alles om kijkcijfers. Van talkshowhosts Marco en Liesbeth wordt niet alleen verwacht dat ze iedere dag stralend voor de camera staan, ze moeten ook voldoende kijkers trekken. John besluit daarom dat het nieuws sexyer moet. Ze moeten extreme verhalen brengen, want extreme verhalen houden mensen aan het kijken. En als de werkelijkheid niet extreem genoeg is, dan moet er maar gewoon wat nieuws verzonnen worden.

Een wetenschapper genaamd Viva Flatulentia – een van de vele, vele poepgerelateerde grappen in de voorstelling – is te gast bij Marco & Liesbeth en geeft in het vaste antwoordstramien van ChatGPT duiding aan het grote stankprobleem. Wanneer het publiek al doorheeft dat het hier om een AI-wetenschapper gaat, houdt Marco nog even vol: ‘Zo goed ís AI helemaal nog niet!’ Het heeft toch iets vervreemdend om te zien hoe verontwaardigd een groep van zesjarigen op zo’n uitspraak reageert – of ze er nu iets van begrijpen of niet, dat zij überhaupt al associaties bij een AI hebben is eigenlijk best absurd.

Judith van den Berg, Patrick Duijtshoff en Imke Smit spelen naast Liesbeth, Marco en Frieda ook wisselend de talkshowgasten – de schrijver van een dik boek, het monster onder je bed – en de grote baas John. Het drietal heeft een aanstekelijke dynamiek en weet met goed getimede humor niet alleen het jonge publiek mee te krijgen. Zo geven ze een originele draai aan klassieke poep- en plashumor, maar wisselen ze ook op juiste momenten af met wat gewaagdere grappen.

Hoe verder de stinkende leugen zich over de wereld verspreidt, hoe huiveriger ook Marco en Liesbeth beginnen te worden. Het mondt allemaal uit in een epische scène waarin de grote baas een heuse stankstorm in scène zet. Dan is het uitgerekend de cameraschuwe Frieda die de windmachine uitzet en het woord neemt. Vanuit de studio rapporteert ze, goudeerlijk als ze is: ‘Mijn naam is Frieda, en kinderen stinken níét!’

Het in eerste instantie simplistisch ogende decor van Sjaan Hofstede krijgt steeds meer betekenis. De kartonnen set maakt voortdurend voor het theaterpubliek zichtbaar wat televisie en AI juist probeert te verbergen: dit is allemaal gemaakt. Het zijn maar kartonnen stropdassen die de belangrijke mensen belangrijk maken. Wanneer het hele decor in de grote stankstormscène letterlijk in beweging komt, wordt dat nog eens onderstreept.

Alle kinderen stinken is een kostelijk nepnieuws-spektakel, dat sterk is juist omdat het haar jonge publiek niet precies vertelt wat het moet geloven. De voorstelling laat kinderen zelf ontdekken hoe makkelijk een leugen verspreid kan worden, en hoe belangrijk het is om vragen te stellen bij dat wat je voorgeschoteld krijgt. Je moet dus niet alleen boe roepen als iemand het boe-bordje omhoog houdt, maar gewoon op het moment dat je het er zelf niet meer mee eens bent. Aan de grote mate van respons uit het jonge premièrepubliek af te lezen, is die boodschap goed overgekomen.

Foto’s: Joep van Aert