“Maf. Compleet maf”, is de directe reactie van mijn buurvrouw na het einde van de voorstelling. Benjamin Verdonck speelt in All before death is life in de regie van Jetse Batelaan een variétéartiest in grijze stofjas. Alles gaat niet hoe hij het gedacht had in zijn show, en het is aandoenlijk hoe hij volhoudt. Benjamin terug op de scène, en hoe!

De laatste jaren hebben we de Vlaamse theatermaker/beeldend kunstenaar Benjamin Verdonck alleen gezien als machinist van zijn installaties. Hij stond naast houten kaders en trok aan touwtjes om latjes, plankjes, geometrische figuren te schuiven en te laten verdwijnen. Waldeinsamkeit was zo’n 2D-spel, met abstracte tableaus en geprojecteerde citaten over schoonheid en ecologie. In De tijger eet de zebra en de vogel vliegt verstrikt weg speelt hij met driedimensionale abstracte vormen en verdwijnt hij zelf in de zwarte box. Ook in de kindervoorstelling Een grot vol slijm met een rietje is hij niet aanwezig op het podium en laat hij, zelf onzichtbaar, allerlei vlakke figuren, van duin tot vuurtoren, van de ene naar de andere kant van het toneelkader schuiven. Het zijn mooie en subtiel beklijvende voorstellingen, qua vormgeving, maar ook vanuit een ecologische bezorgdheid. Wetenschapsfilosoof Bruno Latour schreef in zijn essays over de klimaatverandering metaforisch dat in deze antropoceentijd “decors op het toneel zijn geklommen om mee te spelen. Niet de mens is de hoofdrolspeler meer.” Benjamin Verdonck bracht dat letterlijk op de scène.

In All before death is life, zijn nieuwste productie bij Theater Artemis in een regie van Jetse Batelaan, is Benjamin Verdonck echter weer prominent te zien, en in al zijn kwetsbaarheid te bewonderen. Zijn zorgen om het einde van de wereld zijn er niet minder om. Hij is een goochelaar die wil schitteren, maar dat lukt niet. Het is vermakelijk, zeer zeker, naar falende mensen kijken wij graag, maar er zit ook een diepere existentiële laag onder, zoals het bij echte clowns past. Van je kwetsbaarheid een deugd maken, rust en vertrouwen zoeken en (een beetje) vinden in een wereld in paniek. Verdonck heeft zich deze keer laten inspireren door de woorden van de Amerikaanse filosofe en wetenschapshistoricus Donna Harraway. In plaats van weg te vluchten in somberheid, zegt ze, “ga op zoek naar nieuwe verbindingen”.

Veel in deze wereld is verwarrend, we ervaren steeds heftiger de vergankelijkheid van ons bestaan, we voelen ons machteloos in het machtsspel van steeds dichter naderende dictators; aan maatregelen om de klimaatcatastrofe tegen te gaan wordt zelfs niet meer gedacht. Veel loopt mis. Zo ook bij deze eenzame en sjofel geklede performer op de scène in een lege donkere ruimte. Verdonck brengt een getormenteerd personage op de planken, een schuchtere, nerveuze performer. Hij wacht ons op als we de zaal binnenkomen. Met een aluminiumfolie-masker lijkt hij ons aan te kijken. Hij verontschuldigt zich al bij voorbaat dat alles in deze show zal mislopen. De vrachtwagen met de spektakelattributen en bijzondere lichttechnieken voor zijn multimediale show is niet gearriveerd. De ’techniekers’ zijn er niet. De lege scène moet hij vullen met dingen die hij her en der achter de coulissen in deze schouwburg heeft gevonden. Hij vraagt vier kinderen om de techniek voor hem te komen doen.

Van regisseur Jetse Batelaan weten we hoe mooi hij op een trage, maar spannende manier, zijn personages tot herkenbare typetjes kan laten uitgroeien en zichzelf als karikatuur overstijgen. Dat alles gebeurt in een inventief spel tussen de spelers en de ruimte voor en achter de zwarte gordijnen, tussen enscenering en timing, tussen objecten en borrelende emoties. Ook het publiek zet hij vaak op het verkeerde been, hij kleurt het theater buiten de lijntjes. In dat kinderlijke en speelse hebben Batelaan en Verdonck elkaar gevonden, en ook in het bevreemdende spel met de absurditeiten des levens en des theaters. Daarin zit ook hun gezamenlijke maatschappelijke betrokkenheid.

Af en toe projecteert het personage Verdonck, steunend en kreunend, via een soort overhead, foto’s van bekende mensen, van voetballers, van popartiesten, van politici zoals Poetin, Trump, Rutte,… Op die foto’s legt hij een stukje kaas, een plakje worst, een schijfje tomaat,… Voedzaam? Wel helend. Lacherig wordt gereageerd. Op de foto van Netanyahu veegt hij onsmakelijk uitziende pudding of zoiets. Het blijft bij de première stil in de zaal. Waarom? Past dat niet? Is dit wel iets voor kinderen? Veel kinderen weten heus wel wat er aan de hand is in de wereld. Ook zij krijgen het wereldnieuws te zien. Ook zij hebben weet van de oorlogsellende in Oekraïne, ook zij zijn op de hoogte van de genocide in Gaza. Ook zij weten dat er iets moet gebeuren. Terecht stil blijft het bij foto’s van de wolken en dampen van explosies en wapens.

Daarna gaat Verdonck over naar ‘goochel’trucs met blikjes en doosjes, met een balancerende stoel, met een trapladdertje. Vaak verrassend, soms oh zo voorspelbaar dat het leuk is, steeds aandoenlijk. In de aankondiging van de voorstelling is te lezen dat het personage tijdens de finale van kleur zal veranderen. Dat gebeurt inderdaad, maar hoe dat gebeurt moet u maar zelf gaan zien. Met de kinderen, en bekenden. De wereld faalt dan wel, maar we moeten volhouden, vertrouwen, indachtig de quote van Samuel Beckett: “Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.”

We moeten blijven proberen wat grip te krijgen op de wereld. Dat mislukt dan wel vaak, maar dat levert ook grappige, lieve, mooie en ontroerende momenten op. Daarvoor is er toch theater, niet?

Foto: Nurith Wagner-Strauss