Het is een vrouw die in deze voorstelling Alkibiades vertolkt, de Griekse legeraanvoerder en politicus uit de vijfde eeuw voor Christus, de man die ten onder ging, samen met de Griekse democratie. Dat ziet er op het eerste gezicht wat vreemd uit, maar als je Sofie Decleir hebt horen en zien spelen, kun je alleen maar vaststellen dat het de juiste keuze was.

Zij is dé geschikte persoon om de androgyne, flamboyante, extravagante, mooie man gestalte te geven, de golden boy die schrijver Ilja Leonard Pfeijffer uit de geschiedenis haalde. In zijn meer dan 800 bladzijden tellende boek beschreef hij het lot van de man en van de Atheense democratie. Het moet een krachttoer geweest zijn om zo’n boek tot een theaterstuk om te vormen. Deze theaterversie wekt alleen maar bewondering op, voor het concept, de regie, de aanpak, en voor de prestatie die  Decleir op toneel zet.

Nog voor hij het boek had gelezen, had Koen Van Kaam van Zuidpool al de theaterrechten van Alkibiades in zijn hand. Pfeijffer had een paar jaar geleden al met Zuidpool samengewerkt en De aanzegster (2020) voor Sofie Decleir geschreven. Dat was goed gegaan, en nu kreeg Zuidpool carte blanche van Ilja Leonard Pfeijffer om de dikke turf te herwerken tot een theatervoorstelling van een paar uur.

Veel bladzijden zijn gesneuveld, de ellenlange beschrijvingen van zee- en veldslagen, talrijke figuren, en ook de uitgebreide beschrijving van Alkibiades’ verblijf in Perzië. Ook de barokke, krullige stijl die het hele boek kenmerkt en die tot leesvreugde leidt, is vaak gereduceerd. Een theaterkijker kan nu eenmaal niet even lang wegzakken en de taalschoonheid laten doordringen, maar moet door. Maar er zijn fragmenten genoeg waarin de volzinnen over het toneel galmen. Ook in de kortere zinnen, in de stiltes, het acteren, in de muziek en in de hele scenografie blijft Pfeijffer resoneren.

‘Schaamte.’ Daarmee begint het personage aan de sobere schminktafel het verhaal van zijn levensverloop. ‘Schaamte’ is ook het slotwoord, nu uitgesproken door de vrouw die de hele tijd als helpster het hoofdpersonage in zijn kleren geholpen heeft, en die zich nu zelf heeft opgemaakt en de wereld inkijkt.

Tussen de eerste bekentenis en de laatste constatering zien en horen we Alkibiades over zichzelf vertellen. Hij is uitgespeeld. Hij wordt vertolkt door een vrouw die voor de spiegel zit, in het halfdonker, in een jurk, met een haarnetje om gemakkelijk pruiken te kunnen opzetten, en die zich afschminkt. Zij is Alkibiades, zij mijmert, neemt zich zelf onder loep, en zal verschillende fasen van zijn leven vertellen en spelen.

‘Geen man kan ooit groot zijn als hij niet ook een vrouw durft te zijn’, is een terugkerende zin in het boek. Door een vrouw de rol van de man te laten spelen, wordt die stelling ook in de praktijk gebracht. Herhaaldelijk komt de zin terug, in beschouwingen, in discussies over de verhouding tussen de politiek actieve man en de zwijgende en daardoor deugdzame vrouw.

Zij staat er, in een rood broekpak, en stapt uit haar rol om in een soort TED Talk ons een stoomcursus te geven in verschillende politieke systemen. Er zijn drie verschillende staatsvormen, die elkaar opvolgen, en elke staatsvorm heeft een positieve en een negatieve pendant. Zo kent de monarchie haar tegenhanger in de vorm van de tirannie, en de aristocratie in de oligarchie. Ook de democratie heeft een negatieve pendant, die wordt in het Grieks ‘ochlocratie’ genoemd: de dictatuur van de massa. Die massa kiest ‘democratisch’ een tiran, en de cyclus begint opnieuw. De les over democratie vormt de onderliggende laag die de handelingen en gedachten van Alkibiades kunnen framen.

Daarna is Decleir weer Alkibiades, die herinneringen ophaalt, situaties en gevoelens herbeleeft of zich in krijgstenue met borstplaat laat kleden als ze het leger aanvoert tegen Sicilië. Hij gaat met zichzelf in de weer, heeft woede-uitbarstingen, verwijt andere mensen en politieke opponenten veel, enorm veel, beeldt de krijsende populist Kleon uit met een nylonkousen masker over zijn haar hoofd, een doorzichtig masker met gaten, Hitleriaans en opruiend schreeuwend.

Alkibiades spuit zijn gedachten, houdt redevoeringen, manipuleert de toehoorders, vol vuur of bedachtzaam. Doet hij dat voor zijn stad? Voor zichzelf? Als eerbetoon aan zijn stiefvader Perikles? Af en toe houdt hij gesprekken met anderen, ook met de helpster die blijft vragen naar het waarom van zijn handelingen, slachtingen of machtsgeilheid.

Op twee beeldschermen zien we hoofden: Deepfakes van Decleirs hoofd. Alkibiades’ vrouw Hipparete spreekt met een stem die erg lijkt op de stem van Decleir. Ook de kinderen lijken op haar.

Een heel mooie scène is waarin Alkibiades een dialoog aangaat met Sokrates. Hij heeft een hoofd van een verouderde Declair. Alkibiades keek altijd op naar Sokrates, was een tijdlang zijn geliefde. Sokrates is de rust zelve, de theoreticus, tegenover Alkibiades die de man van daden is.

Ze hebben het over waarheid, over politiek, over het feit dat een politicus de waarheid moet vertellen, maar dat hij (ook) moet liegen, dat hij zijn volgers de waarschijnlijkheid moet vertellen die ze graag horen. Voor Alkibiades is waarschijnlijkheid belangrijker dan waarheid. Je past je als politicus aan, aan de waarheidswens van het volk, of beter, je legt die wens in hun mond en spreekt dan uit wat het volk zogezegd denkt.

In alle rust is het een indringend gesprek, en zet het aan tot reflectie bij de toeschouwer. Met onder meer de verkiezingen in Nederland in gedachte. In hoeverre zet de ochlocratie zich daar voort? Socrates is de man die de democratie verdedigt en die de doodstraf krijgt, niet vanwege strafbare feiten en daden, maar vanwege zijn opvattingen.

Alkibiades verdwijnt van het toneel. Sofie Decleir komt op in een gewone trui en losse broek en met loshangende haren. Ze is nu Timandra, de tweede vrouw van Alkibiades die met trots vertelt dat ze veel mannen heeft gedood, en het dan liefdevol heeft over de dood die ze begraaft in vrouwenkleren. Zij roemt met veel woorden zijn ijdelheid, zijn ambities, zijn macht.

Alkibiades is een schitterende voorstelling die de ambiguïteit van de mens in tekst en beeld op toneel brengt. Met een mooi gedoseerde vertelling, met helder en overtuigend spel van Sofie Decleir, live gebrachte sfeervolle en stuwende muziek op de synthesizer van Jorgen Cassier, met Mona Lahousse als de helpster en stille getuige, met de kostuums, de beeldmanipulaties, en de inhoudelijke lagen.

Wie van het boek heeft genoten, zal ook door deze theaterversie verrast worden. Wie het boek niet gelezen heeft, zal zonder voorkennis ondergedompeld worden in de intriges en opinies. Kortom, iedereen die de actuele maatschappelijke en politieke toestanden in de VS, in Europa, in de hele wereld wat wil begrijpen, zou dit stuk moeten zien. Je wordt er niet vrolijk van, maar van de politiek rondom ons ook niet. Het is een tragedie. Met catharsis. Je beleeft een toptheateravond, die nog lang zal blijven nazinderen.

Foto’s: Koen Broos