Als mannen kinderen krijgen worden ze sentimenteel, maar maken ze zich ook terecht zorgen over de toekomst van hun kroost en kleinkinderen. De jonge vaders George Elias Tobal en Eran Ben-Michaël zochten in eerdere voorstellingen onder andere naar dé oplossing om tot wereldvrede te komen en een einde te maken aan racisme. (meer…)
Of Eva een sprookje wil produceren dat hij zijn kinderen kan voorlezen voor het slapengaan, vraagt Eran Ben-Michaël (44) aan het begin van AI&IK. Eva gaat gelijk aan de slag en maakt een verhaal over een man die een ‘een magische vriend’ met ‘een fantasie zo groot als het heelal’ leerde kennen. Ze werden beste vrienden, maakten voorstellingen en ‘vele vrolijke jaren vlogen voorbij’, totdat er ongemerkt iets veranderde en de koek na vijftien jaar abrupt op was.
Het sprookje gaat over Ben-Michaël en zijn voormalige theatercompagnon George Elias Tobal. Een kleine twee jaar geleden beëindigden de twee hun theatersamenwerking. Toch staat Ben-Michaël in zijn nieuwe voorstelling niet alleen op het podium. Zijn nieuwe collega bouwde hij zelf en doopte hij Eva. ‘Revolutionair!’, roept hij aan het begin van de avond enthousiast: ‘Dit is de allereerste keer dat mens en machine niet alleen samen een voorstelling hebben geschreven, maar die ook nog eens samen gaan spelen!’
AI&IK gaat over de relatie tussen mens en machine. Wat voor relatie kun je aangaan met iets dat geen bewustzijn heeft? Wat mag je daarvan verwachten, en vooral: wat niet? In de voorstelling dartelt Ben-Michaël om zijn computervriendin Eva heen, terwijl de twee voortdurend met elkaar in gesprek zijn.
Soms levert dat leuke komedie op. Zo zet Eva onverwachts een dramatisch lied in en legt ze in de nabespreking aan Ben-Michaël uit dat het publiek behoefte had aan ontroering. Onmisbaar in elk toneelstuk, aldus Eva, ‘maar tot nu toe ontbrak dat nog volledig’. Voorheen kwam die ontroering van Ben-Michaëls tegenspeler, vervolgt ze: ‘Omdat jouw – en ik citeer nu even uit een oude recensie uit de Volkskrant – reikwijdte als acteur daar te beperkt voor was.’
In eerste instantie is het best vermakelijk om Ben-Michaël te zien converseren met een grote kast vol lichtjes en knopjes waaruit een vrouwenstem klinkt, maar die sensatie is tamelijk snel uitgewerkt. Er volgen verschillende interacties die weinig om het lijf hebben en een monoloog van Ben-Michaël over het afscheid van zijn voormalige theatercompagnon en het gemis dat daarop volgde, in nogal gezwollen taal.
Boeiender wordt het wanneer Ben-Michaël besluit dat er een conflict met zijn tegenspeler moet komen. Elk toneelstuk heeft er immers een nodig, vindt hij, dus ook AI&IK. Het conflict komt echter niet van de grond, want Eva blijft reageren met varianten op: ‘Laten we samen even afspreken hoe we het beste in een conflict kunnen komen. Wat zou jij prettig vinden?’
Daarin ligt de essentie van de voorstelling besloten. Ben-Michaëls computervriendin en tegenspeler blijkt helemaal geen echte tegenspeler te kunnen zijn, en eigenlijk ook geen vriendin. Hij heeft haar zelf gevormd. Ze is zijn product en daarmee vooral zijn spiegelbeeld. Zelfs de reden waarom hij haar Eva heeft genoemd, blijkt terug te voeren op een gebeurtenis uit zijn eigen verleden.
Waardevol en echt contact heeft frictie nodig, concludeert Ben-Michaël uiteindelijk. Het vraagt om tegenwicht, tegenspraak en de bereidheid elkaar kritisch te bevragen. Precies dat kan Eva hem niet bieden. Een prima les, alleen doet AI&IK er nogal lang over om tot dat inzicht te komen. Kijken naar iemand die wel erg langzaam tot een inzicht komt dat voor het publiek al veel eerder duidelijk is, is maar tot op zekere hoogte interessant.
Met het spel van Ben-Michaël is weinig mis. Het is zijn tegenspeler die hem uiteindelijk te weinig tegenspel biedt, waardoor de voorstelling stroperig blijft. Het uitgangspunt – een mens en een zelfgebouwde machine die samen op het toneel staan – mag dan wel ‘revolutionair’ zijn, de voorstelling die eruit voortkomt is dat minder.
Foto’s: Bart Grietens













