Precies op de dag dat de campagne Lessen voor het leven werd gelanceerd, vond maandagavond in de Leidse Schouwburg de première van de voorstelling Adem plaats. Deze productie van Theaterbolwerk Punch – een productiehuis dat het schrijven van nieuwe Nederlandse toneelteksten stimuleert – gaat over hetzelfde onderwerp: suïcide onder jongeren. En met name de zorgwekkende toename daarvan: het 113 Fonds, dat zich inzet voor het voorkomen van suïcide, heeft berekend dat er elke maand 26 jongeren onder dertig jaar door zelfdoding overlijden.

Waar de cijfers voor zich spreken, is het aan de kunst om daar de verbeelding aan toe te voegen. Inhoudelijk is Adem een voorstelling met een zwaar onderwerp, maar door de eigenzinnige vorm ervan minder beladen dan je vooraf zou verwachten. Roel Pronk, in 2020 afgestudeerd aan de Amsterdamse theaterschool, schreef de tekst die niet uitgaat van personages en rollen maar vooral een amalgaan van stemmen is. Er is weliswaar sprake van jongeren die worstelen met sombere gedachten, er zijn vrienden met een luisterend oor, er is een bezorgde vader en een therapeut die geduldig luistert, maar dat zijn slechts contouren van personages. Juist dat maakt deze tekst zo aangenaam lucide, en voor een beladen onderwerp als dit bijna lichtvoetig.

Toch komt de tragiek tegen het eind des te harder aan: de vijf acteurs, die op volmaakte wijze deze verraderlijk alledaagse en toch zo intens doorvoelde tekst behandelen, dalen steeds dieper af in de mentale afgrond. Zelfdoding lijkt uiteindelijk de enige uitweg – weg van de faalangst, prestatiedrang, de meedogenloze wetten van sociale media.

Hanna van Vliet, Jip Smit, Leendert de Ridder, Ali Zijlstra en Kharim Amier – dat zijn de vijf performers. Allemaal zo rond de 25, 30 jaar, hun speelstijl is een superieure mix van los uit de pols en uiterst geconcentreerd. Met ongetwijfeld dank aan regisseur Gerardjan Rijnders, die hier het hechte ensemble heeft gesmeed dat dit serene stemmenspel zo’n impact geeft.

De vormgeving is simpel en neutraal, met enkele goed gedoseerde licht en -geluidseffecten. Op het juiste moment wordt de rustige cadans onderbroken door een paar heftige emotionele monologen, zoals die van Van Vliet die minutieus verslag doet van de zelfdoding van haar (fictieve) broer. De Ridder imponeert met een sterke tekst over ‘de vallende mens’ die geen enkel doel meer in het leven ziet. Hij is ook degene die de dwingend-poëtische epiloog speelt, waarin de dode jongen zelf het woord neemt. Alleen al het begin daarvan, dat beeld van een nog levend lieveheersbeestje gevangen in een spinnenweb, is aangrijpend.

No ho l’età  zingen de acteurs aan het eind meerstemmig, een liedje waarmee de Italiaanse Gigliola Cinquetti in 1964 het Songfestival won. Dat gaat over een meisje dat te jong is om van iemand te houden, maar ze vraagt wel op haar te wachten. Voor sommigen duurt dat wachten helaas te lang.

Foto’s: Annemieke van der Togt