Op de tweede avond van Summer Dance Forever presenteert het internationale hiphopfestival een Theater Forever-programma van drie duetten in DeLaMar. Met het tweetal als uitgangspunt zijn het drie geweldig eigenzinnige choreografieën waarin identiteit en onderlinge banden centraal staan. (meer…)
Joelen, klappen en schreeuwen mag, vertellen de presentatoren ons voor aanvang van de eerste voorstelling van hiphopdansfestival Summer Dance Forever in een stampvolle Rabozaal in ITA. Maar naar het wonderlijke doch bedrukkende spiegelpaleis dat poppingchoreograaf Linda Hayford op de planken brengt, kijkt het publiek toch vooral in overdonderde stilte.
Abîmes, zo heet Hayfords nieuwe creatie. Ruwe vertaling: afgronden, peilloze diepten, kloven. En inderdaad, op toneel lijkt een parallelle werkelijkheid te ontstaan met een zwaarte waar de vinger niet helemaal op te leggen valt. Tussen drie spiegelmuren dolen zeven dansers. Eerst recht langs elkaar, zonder de anderen aandacht te schenken. Om hun eigen as draaien ze, als klokslag, terwijl het metronoomgetik op de achtergrond steeds harder klinkt. Dan steeds vaker mét elkaar, in een soort groot organisme dat bijeenkomt, alvorens weer uit elkaar te schieten.
Het is Hayfords eerste groepscreatie en het oog moet soms nog even richting zoeken, maar als de dansers solo’s of duetten dansen, komen hun ware kwaliteiten naar boven. Het lijken wel etalagepoppen die tot leven komen, met armen, ruggen en benen die met de grootst mogelijke controle in de gekste bochten gemanipuleerd worden, bij elk van de dansers op een totaal eigen manier.
Waar het Hayford precies om te doen is, wordt niet helemaal duidelijk. De spiegels en groepschoreografieën lijken een externe druk te suggereren, terwijl de individuele dansers – getergd over de grond rollend of met de handen in de haren en de ogen naar de grond – onderworpen lijken aan een oneindige zee van interne strubbelingen.
Zeker is dat alle figuren zich constant tot elkaar te verhouden hebben, dat ze non-stop in beweging blijven én dat het decor er keer op keer is om de stemmigheid van het geheel te bepalen. Het weerkaatsen van licht op de spiegels prent water-achtige rimpelingen op de vloer. Rook, blauwe lichten en donkere hoeken geven het spiegelpaleis een duister karakter.
Het zijn vooral die sfeer en de indrukwekkende en persoonseigen popping-technieken van de dansers – Linda Hayford zelf voorop – die blijven hangen, ook nadat het publiek op het laatst toch nog even met luid kabaal van zich laat horen.
Foto’s: Gwendal Le Flem













